Prinsjesdag 2020: Plannen van de regering en de gevolgen voor ondernemers

Afgelopen dinsdag maakte het kabinet de plannen voor komend jaar bekend. Hierbij een overzicht van belangrijkste gevolgen voor onze klanten.

LET OP: Het betreft slechts voorstellen. Niet alles is al volledig uitgewerkt en Inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door zowel de Tweede als de Eerste Kamer.

MAATREGELEN COVID-19
Coronareserve
Om op een vroeger moment een verwacht verlies dat verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis over 2020 te verrekenen (en daarmee de liquiditeitspositie te verbeteren), is onder voorwaarden al goedgekeurd dat belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting over het boekjaar 2019 (of het gebroken boekjaar dat uiterlijk eindigt op 31 maart 2020) een fiscale reserve kunnen vormen (coronareserve). Belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting kunnen deze coronareserve vormen voor het coronagerelateerde verlies dat zich naar verwachting in het boekjaar 2020 voordoet. De coronareserve verlaagt de winst over 2019 en daardoor kan op korte termijn (een deel van) de betaalde belasting over 2019 terug gekregen worden, of hoeft (een deel van) de belasting over 2019 niet meer te worden betaald. Met dit voorstel wordt de al bestaande goedkeuring van de Staatssecretaris in wetgeving omgezet.

Let op! De coronareserve mag niet groter zijn dan de winst van het jaar 2019 en ook niet groter dan het totale verwachte verlies in het jaar 2020 en zal in het volgende boekjaar (na vorming) geheel tot de winst moeten worden gerekend.
Ook kan de vorming van een coronareserve gevolgen hebben voor de uitwerking van andere regelingen in de vennootschapsbelasting (bijv. de earningstrippingmaatregel).

Vrijstelling Subsidie vaste lasten
Medio 2020 heeft het kabinet de ‘Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19’ (TOGS ) vervangen door de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (ook wel tegemoetkoming vaste lasten (TVL) genoemd). Het Belastingplan 2021 regelt dat dit voordeel vrijgesteld is van inkomsten- en vennootschapsbelasting. De bepaling treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2020.

Vrijstelling TOGS
Ondernemers die directe schade ondervonden van de coronamaatregelen, konden in een deel van 2020 profiteren van de regeling TOGS. Dit voordeel betrof een eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 om de vaste lasten te betalen. In het Belastingplan 2021 is opgenomen dat dit voordeel onbelast is.

Onbelaste bonus voor zorgprofessional
Verschillende zorgprofessionals hebben in hun werk (in)direct de gevolgen van de uitbraak van de coronacrisis ondervonden. Het kabinet wil dat deze zorgprofessionals een bonus krijgen van € 1.000 zonder dat zij daarover inkomstenbelasting betalen. Werkgevers kunnen deze bonus onder voorwaarden ook onbelast verstrekken aan anderen dan eigen werknemers. Daarbij valt te denken aan ingeschakelde zelfstandigen en extern ingehuurd schoonmaakpersoneel. De instellingen kunnen de zorgmedewerkers welke niet bij hun in dienst zijn en in aanmerking komen voor de bonus aanmelden bij de Minister van VWS. Deze betaalt dan de bonus en daarover verschuldigde eindheffing aan de instellingen en de instellingen betalen de bonus door aan de medewerkers. Daarbij dienen de instellingen wel schriftelijk aan de zorgmedewerkers te melden dat de belasting over de bonus al is betaald. Aan deze schriftelijke mededeling worden verder geen aanvullende voorwaarden gesteld.

Let op! De “werkgever” moet over de bonus aan anderen dan eigen werknemers in principe 75% eindheffing toepassen.

MAATREGELEN ONDERNEMINGEN
Hoge Vpb-tarief gaat toch niet omlaag
De lagere tariefschijf in de vennootschapsbelasting wordt vanaf volgend jaar in twee stappen verhoogd naar € 245.000 in 2021 en € 395.000 in 2022. Maar de eerder aangekondigde verlaging van vennootschapsbelasting over winsten in de tweede schijf, van 25% naar 21,7%, gaat niet door. Voor kleine bedrijven (met een winst tot € 245.000 in 2021) gaat deze belasting wel omlaag van 16,5 naar 15%.

Versnelde afbouw zelfstandigenaftrek
De eerder geplande afbouw van de zelfstandigenaftrek wordt versneld. In 2021 daalt de zelfstandigenaftrek van € 7.030 naar € 6.670. Tot 2028 bedraagt de jaarlijkse verlaging € 360, in 2028 € 390 en daarna tot 2036 jaarlijks € 110. Als achtergrond van deze versnelde verlaging wordt verwezen naar de bevindingen van de Commissie Borstlap die heeft aangegeven dat het verschil tussen werknemers en zelfstandigen dient te worden verkleind. Andere punten uit het rapport van de Commissie zijn niet in de plannen terug te vinden.

Let op! Uiteindelijk zal de zelfstandigenaftrek in 2036 nog maar € 3.240 bedragen.

Baangerelateerde Investeringskorting
Bij nota van wijziging op het Belastingplan 2021 zal het kabinet per 1 januari 2021 een Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) voorstellen. De BIK laat ondernemers een percentage van de gedane investeringen in mindering brengen op de loonheffing. Het kabinet wil deze korting tijdelijk invoeren per 2021 als crisismaatregel. Na afloop van de BIK zal deze budgettaire ruimte worden gebruikt voor een nader te bepalen maatregel met hetzelfde doelbereik (het verlagen van werkgeverskosten).

MAATREGELEN WERKGEVER
Vrije ruimte 2020 gaat omhoog, maar in 2021 omlaag
Voor 2020 wordt de vrije ruimte voor de werkkostenregeling (WKR) met terugwerkende kracht verruimd van 1,7% naar 3% voor de eerste € 400.000 fiscale loonsom. Werkgevers kunnen daardoor hun werknemers extra tegemoetkomen, bijvoorbeeld door het verstrekken van een cadeaubon. Een en ander was al in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis beleidsmatig goedgekeurd.

Let op! Vanaf 1 januari 2021 wordt de vrije ruimte over de loonsom boven de € 400.000 verlaagd van 1,2% naar 1,18%.

Scholingskosten ex-werknemer ook vrijgesteld
Vanaf 1 januari 2021 mag een werkgever in beginsel de scholingskosten van een ex-werknemer vergoeden, zonder dat deze werknemer daarover inkomstenbelasting moet betalen. Het is dan niet langer van belang of sprake is van tegenwoordige of vroegere arbeid. De opleiding of studie moet gevolgd worden voor een toekomstig beroep en mag niet zien op onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden om de dienstbetrekking te vervullen of vanwege persoonlijke redenen, zoals een hobby. Daartoe is een extra gerichte vrijstelling opgenomen.

Aanpassingen pensioenen
De AOW-leeftijd blijft in 2021 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd jaarlijks, tot aan 67 jaar in 2024.
In het kader van de uitwerking van het Pensioenakkoord komt de regering in 2021 met wetsvoorstellen zodat duidelijker wordt:
• wat mensen aan premie voor hun pensioen inleggen;
• wat ze aan vermogen opbouwen;
• hoeveel hun pensioen later wordt.

Ook is het de bedoeling dat het pensioen sneller meebeweegt met de economie. Dat wil zeggen omhoog als het economisch goed gaat en omlaag als economisch slechter gaat. Uiterlijk 2026 zou Nederland moeten overgaan op het nieuwe pensioenstelsel.

Let op! Doel is dat uiterlijk 2026 het nieuwe pensioenstelsel in werking treedt. De aanpassingen moeten nog in wetsvoorstellen vastgelegd worden.

MAATREGELEN ONROEREND GOED
Startersvrijstelling overdrachtsbelasting
Starters op de woningmarkt worden onder voorwaarden vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Zij moeten hiervoor 18 tot 35 jaar zijn (lees: tot en met 34 jaar), een (recht op een) woning verkrijgen en de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken. Ook mag de vrijstelling niet eerder zijn benut. Of aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt beoordeeld ten tijde van de verkrijging (het passeren van de akte). Bij een gezamenlijke aankoop van een woning, moet men de toepassing van de vrijstelling per persoon bekijken. Mogelijk geldt voor het aandeel van de ene koper een vrijstelling en voor het aandeel van de andere koper niet.

Let op! In het huidige voorstel kunnen ook jonge doorstromers gebruik maken van deze startersvrijstelling. Als zij aan alle voorwaarden voldoen, kunnen ze de vrijstelling toepassen bij een volgende aankoop.

Beperking verlaagd tarief
Het verlaagde tarief van de overdrachtsbelasting van 2% geldt enkel nog voor natuurlijke personen die een woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken. De verkrijger moet direct voorafgaand aan de verkrijging schriftelijk verklaren dat dit de intentie is. De Belastingdienst zal achteraf controleren of de verkrijger de woning inderdaad voor langere tijd als hoofdverblijf is gaan gebruiken. De fiscus kan de toepassing van het verlaagde tarief daardoor terugdraaien (met belastingrente en evt. een boete). De Belastingdienst zal wel rekening dienen te houden met onvoorziene omstandigheden, zoals een scheiding of overlijden.

Overdrachtsbelasting verhoogd naar 8%
Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting wordt verhoogd van 6% naar 8%. Dit tarief geldt voor alle nietwoningen en voor woningen die door de verkrijger niet of slechts tijdelijk als hoofdverblijf worden gebruikt. Dus bijvoorbeeld voor vakantiewoningen, woningen die ouders kopen voor hun kind, bedrijfspanden, en verkrijgingen van woningen door niet-natuurlijke personen zoals rechtspersonen (bijvoorbeeld een bv of woningcorporatie).

Tip: houd rekening met een verhoging van het algemene tarief van de overdrachtsbelasting per 2021 naar 8%. Zorg zo mogelijk voor overdracht in 2020; dat scheelt overdrachtsbelasting.

MAATREGELEN AUTO EN MOBILITEIT
Verhoging BPM tarieven
De CO2 -schijfgrenzen van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) worden verlaagd met 4,2%. Daarnaast vindt een indexatie van de tarieven plaats, gevolgd door een verhoging met 4,38%. Dit alles om de belastinggrondslag aan te laten sluiten aan de (verwachte) technologische ontwikkelingen.

Let op! Rijden met een vervuilende dieselauto wordt ook duurder door een aanscherping van de CO2 -grens en een verhoging van het tarief voor de dieseltoeslag.

Lagere bijtelling zonnecel-auto’s
Voor nieuwe emissievrije auto’s zoals elektrische auto’s is in 2020 de bijtelling 8% van de cataloguswaarde tot een bedrag van € 45.000 en 22% voor zover de cataloguswaarde voornoemd bedrag overschrijdt. In 2021 geldt voor deze auto’s een bijtelling van 12% over € 40.000 en 22% over het meerdere. Anders dan voor elektrische auto’s geldt voor een waterstof-auto geen maximale catalogusprijs waarop de lagere bijtelling van toepassing is, de lagere bijtelling geldt over de volledige cataloguswaarde.

Het kabinet stelt nu voor om ook voor zonnecelauto’s dezelfde regeling te introduceren als voor waterstofauto’s. Een bijtelling van 12% in 2021 berekend over de volledige cataloguswaarde. Een zonnecelauto is een elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen.

Tip: Voor auto’s met een waterstofmotor geldt nu al over de volledige cataloguswaarde een verlaagde bijtelling wegens privégebruik. Voor zonnecelauto’s geldt dat vanaf 2021.

MAATREGELEN PARTICULIEREN
Aanpassingen voor box 3, sparen en beleggen
Om de belastingdruk op kleinere vermogens te verzachten, wordt voorgesteld het heffingsvrije vermogen in box 3 te verhogen van € 30.846 naar € 50.000 (voor partners samen van € 61.692 naar € 100.000). Ook worden de schijfgrenzen opnieuw vastgesteld, waarbij de 2e schijf begint bij een vermogen van € 100.000 en de 3e schijf bij € 1.000.000. Om dit pakket deels te dekken, wordt het belastingtarief in box 3 verhoogd van 30% naar 31%. \Doordat het belastbaar inkomen in box 3 vanwege de verhoging van het heffingsvrije vermogen voor iedereen daalt, heeft dit een neerwaarts effect op het verzamelinkomen. Om te voorkomen dat hierdoor meer aanspraak gemaakt kan worden op een (hogere) toeslag (of andere inkomens- en vermogensafhankelijke regelingen), wordt voorgesteld om de vermogenstoets voortaan te baseren op de rendementsgrondslag in box 3. Dit is de grondslag sparen en beleggen in box 3 vóór vermindering met het heffingvrije vermogen ).

De inspecteur moet voortaan het bedrag van de rendementsgrondslag, voor zover deze meer bedraagt dan € 31.340, vaststellen in een voor bezwaar vatbare beschikking die wordt opgenomen op de aanslag IB, ook in gevallen waarbij vermoedelijk geen belasting verschuldigd is. Een bezwaar tegen de beschikking bedrag rendementsgrondslag geldt ook als een bezwaar tegen de belastingaanslag en omgekeerd. Dit is slechts anders indien uit het bezwaarschrift anders blijkt.

Tarieven inkomstenbelasting 2021
Belastingplichtigen die aan het begin van 2021 nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, krijgen in 2021 naar verwachting met de volgende tariefschijven te maken.

Deze percentages zijn inclusief premies volksverzekeringen. Voor wie andere premies volksverzekeringen gelden, is een andere tariefstructuur van toepassing.

Gewijzigde heffingskortingen
Hierin zijn alleen de wijzigingen in heffingskortingen opgenomen zoals vermeld in de Memorie van toelichting van het Belastingplan 2021. Deze betreffen Belastingplichtigen die jonger zijn dan de AOW-leeftijd. Voor AOW-gerechtigden gelden lagere maxima.

Gewijzigde ouderenkorting
De ouderenkorting voor AOW-gerechtigden wordt extra verhoogd. De alleenstaande ouderenkorting ondergaat slechts een inflatiecorrectie.

Proportionaliteit kinderopvangtoeslag
Als de kosten van kinderopvang door de ouder slechts gedeeltelijk zijn betaald, wordt het recht op toeslag voortaan vastgesteld naar rato van het bedrag aan kosten dat tijdig is betaald. Het volledige bedrag aan toeslag wordt dus niet langer teruggevorderd. Dit is een wettelijke vastlegging van de uitspraken van de Raad van State sinds oktober 2019. Ook krijgt de Belastingdienst/Toeslagen de bevoegdheid om bij bijzondere omstandigheden de terugvordering van kinderopvangtoeslag te matigen. Voorts komt er meer ruimte voor belanghebbenden om hun zienswijze kenbaar te maken bij het vaststellen van een definitieve beschikking. Er komt meer maatwerk.

Doelmatigheidsgrens toeslagen
Het terugvorderen van eerder verleende tegemoetkomingen of voorschotten wordt beperkt. Er wordt een koppeling gemaakt met de doelmatigheidsgrens voor de inkomstenbelasting. Door de Belastingdienst/Toeslagen terug te vorderen bedragen tot € 47 (bedrag 2020), worden niet meer geïnd.

Let op! De doelmatigheidsgrens geldt niet voor nabetalingen aan toeslaggerechtigden.

Toeslagpartnerschap
Vaak ontstaan problemen doordat burgers als toeslagpartners worden aangemerkt en daardoor toeslagen teruggevorderd worden. Voor gehuwde partners, waarvan er één wordt opgenomen in een verzorgingshuis, wordt het mogelijk om het partnerschap voor de toeslagen te beëindigen. Er komt ook een uitzondering voor twee personen die allebei een zakelijke huurovereenkomst met een derde hebben. Waarschijnlijk volgt later een uitzondering voor gedetineerden. Bovendien zal het partnerschap niet meer terugwerken naar het begin van het kalenderjaar. Het geldt pas vanaf de eerste dag van de volgende maand.

OVERIGE MAATREGELEN
Verlaging tarief verhuurderheffing
Het kabinet wil woningcorporaties verplichten de huurprijzen van huurders met een inkomen onder de inkomensgrenzen voor de huurtoeslag te verlagen. Zij krijgen hiervoor een tegemoetkoming in de vorm van een verlaging van de verhuurderheffing. Het tarief wordt verlaagd met 0,036 procentpunt.

LET OP: Nog niet 100% zeker!
Deze maatregelen komen uit de Troonrede, uit andere officiële Prinsjesdagstukken en uit het verwachte begrotingsakkoord 2021. De ingangsdatum van deze (wets)wijzigingen is dus nog niet definitief. Inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer.