Corona-Steunpakket 3: in fases afbouwen

In het derde steunpakket zijn de NOW, TVL en de Tozo in aangepaste vorm verlengd van 1 oktober tot eind juni 2021. Het voornemen is de verschillende regelingen de komende maanden te versoberen en af te bouwen. De eerder aangekondigde vermogenstoets bij een Tozo-aanvraag, gaat pas in april 2021 in. Die toevoeging aan de Tozo vindt het kabinet op dit moment ongepast door de uitbreiding van beperkende maatregelen.
 

Wat zijn de voorgenomen veranderingen ten opzichte van steunpakket 2?
Bij de NOW 3 gaat de minimale omzetdaling omhoog. Ook komt er een inspanningsplicht voor de werkgever om mensen die hun baan verliezen naar nieuw werk te begeleiden.

Om aanspraak te maken op de verlengde TVL moet je minimaal 3.000 euro omzetverlies hebben geleden in 3 maanden in plaats van 4.000 euro in 4 maanden. Het nieuwe pakket loopt van 1 oktober 2020 tot en met 30 juni 2021, de aanvraagperiode verschilt per regeling.

Zowel de NOW 3 als de verlengde TVL worden in de plannen in 3 periodes van 3 maanden verdeeld, waarin de voorwaarden per tijdvak worden aangepast.

NOW 3
De NOW voorziet in een tegemoetkoming in de loonkosten en is verlengd van 1 oktober 2020 tot eind juni 2021 onder de naam NOW 3. De regeling wordt in 3 tijdvakken van elk 3 maanden opgedeeld. Voor elk tijdvak kun je de keuze maken of je een aanvraag doet. De referentiemaand voor alledrie de tijdvakken vanaf 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021 is juni 2020.

Doel van de NOW 3 is werkgelegenheid zo veel mogelijk te behouden, maar ook werkgevers en werknemers voor te bereiden op ‘de nieuwe economische situatie’, aldus het kabinet.

Een aantal voorwaarden zijn gewijzigd per 1 oktober 2020. Nog niet alle voorwaarden zijn uitgewerkt tot eind juni volgend jaar, maar op dit moment is dit al duidelijk:

Inspanningsplicht omscholing bij ontslag
Bedrijven die werknemers ontslaan maar zich niet inspannen om die werknemers naar nieuw werk te begeleiden, krijgen een korting van 5% op hun NOW-uitkering. Deze korting komt in de plaats van de ontslagboete uit eerdere versies van de NOW-regeling.

Percentage minimale omzetdaling gaat omhoog
Vanaf januari stijgt de minimale omzetdaling om in aanmerking te komen voor de NOW. Van oktober tot en met december 2020 kunnen bedrijven met minimaal 20% omzetverlies aanspraak maken. Vanaf januari 2021 moet je minimaal 30% minder omzet draaien om NOW te mogen ontvangen.

Vergoeding gaat omlaag
Binnen de NOW 2 werd tot 90% van de loonsom vergoed. Met ingang van de NOW 3 vanaf oktober gaat dat omlaag naar 80%, vanaf januari 2021 naar 70% en vanaf april 2021 naar 60%. Daartegenover staat dat je de loonsom ook geleidelijk mag laten dalen (met per tijdvak 10%, 15% en 20%) zonder dat je subsidie moet inleveren.

Subsidiekorting geschrapt
Je krijgt geen korting meer op je subsidie als sprake is van ontslag om bedrijfseconomische redenen.

Lagere maximale vergoeding in tijdvak 3
Het maximaal te vergoeden loon per werknemer zal in het derde tijdvak (april, mei, juni 2021) worden verlaagd naar maximaal 1x het dagloon. Binnen de NOW 1 en 2 was dat 2x het dagloon

Aanvragen
UWV voert de regeling uit. Vanaf 16 november 2020 is aanvragen (met terugwerkende kracht) mogelijk voor de periode oktober t/m december 2020. Meer informatie over de NOW lees je op onze NOW-pagina.

Tozo 3
De Tozo krijgt opnieuw een vervolg, met aangepaste voorwaarden. Binnen het derde steunpakket loopt de Tozo 3 door tot eind juni 2021. De regeling is aan te vragen tussen 1 oktober 2020 en 30 juni 2021.

Net als bij de Tozo 1 en 2 bestaat de Tozo 3 uit een tegemoetkoming voor levensonderhoud en een mogelijkheid voor het aanvragen van bedrijfskrediet (tot maximaal 10.157 euro voor Tozo 1,2 en 3 gezamenlijk). Net als bij de Tozo 1 en 2 neemt je woongemeente de aanvraag in behandeling. De startdatum van de aanvraagmogelijkheid kan per gemeente verschillen.

Vermogenstoets uitgesteld
De partnertoets die bij de Tozo 2 werd geïntroduceerd blijft van kracht in de Tozo 3. Het plan was daar een vermogenstoets aan toe te voegen, maar die voorwaarde is uitgesteld tot 1 april 2021. Met de invoering van nieuwe strengere coronamaatregelen vindt het kabinet een vermogenstoets op dit moment niet gepast.

Hulp bij arbeidsmarktoriëntatie
Tozo 3-ontvangers kunnen aanspraak maken op coaching, advies, bij- of omscholing en heroriëntatie. Die extra steun wordt gefaciliteerd door gemeenten, die daarvoor geld ontvangen. Doel is ondernemers die afhankelijk zijn van een Tozo 3-uitkering te helpen bij oriëntatie op de arbeidsmarkt. Dit plan wordt de komende maanden verder uitgewerkt.

Na juni 2021
Eind juni 2021 eindigt de Tozo. Vanaf 1 juli wordt de bijstand voor zelfstandigen (Bbz) opnieuw ingesteld. Ook die regeling loopt via gemeenten.
Lees hier meer over de voorwaarden van de Tozo.

TVL
De TVL, die voorziet in een tegemoetkoming voor vaste lasten, is met aangepaste voorwaarden verlengd tot eind juni 2021. Om de verlenging te bekostigen is 600 miljoen euro uitgetrokken. De looptijd wordt ingedeeld in 3 periodes van 3 maanden, waarvoor afzonderlijk een aanvraag gedaan moet worden bij RVO.

RVO maakt binnenkort bekend wanneer TVL 2 kan worden aangevraagd, dus voor de periode tot en met 31 december 2020.

Wie vanaf januari opnieuw steun nodig heeft, kan een nieuwe aanvraag doen voor de periode januari t/m maart 2021. De laatste periode omvat de maanden april, mei en juni. Het omzetverlies wordt vastgesteld door de maanden waarvoor de aanvraag geldt te vergelijken met diezelfde maanden in 2019. Dat geldt voor alle aanvraagperiodes.

Regeling wordt stapsgewijs afgebouwd
Vanaf 1 januari 2021 wordt de grens voor omzetverlies stapsgewijs verhoogd. Tot 31 december 2020 geldt de huidige grens van minimaal 30% omzetverlies. De nieuwe grenspercentages worden later bekendgemaakt.

Minimum van 3.000 euro in 3 maanden
Om aanspraak te maken op de TVL moet je minimaal 3.000 euro aan vaste lasten hebben in 3 maanden. In het tweede steunpakket was dat 4.000 euro in 4 maanden.

Maximum naar 90.000 euro
Het maximale bedrag wat je aan subsidie kunt ontvangen is verhoogd van 50.000 naar 90.000 euro.

Meer weten?
De overige voorwaarden blijven van kracht. Kijk voor meer informatie op de TVL-pagina. De eerste versie van de TVL (periode 1 juni 2020 t/m 1 oktober 2020) is met terugwerkende kracht tot en met vrijdag 30 oktober aan te vragen.

Regeling belasting terugbetalen
Aanvragen van uitstel of verlenging van het uitstel was mogelijk tot 1 oktober. Daarmee loopt voor alle ondernemers het uitstel uiterlijk op 1 januari 2021 af. Voor het aflossen van de opgebouwde belastingschuld is er een ‘ruimhartige aflossingsregeling’ van 36 maanden (termijnen), vanaf 1 juli 2021. In het voorjaar van 2021 ontvangen ondernemers een brief van de belastingdienst met een voorstel voor een betalingsregeling. Voor die aflossingsperiode van 36 termijnen blijft de invorderingsrente op 0,01% staan. In totaal is bij bijna 13 miljard euro aan uitstaande belastingschulden om uitstel verzocht.

UBO-Register

UBO staat voor ‘Ultimate Beneficial Owners’, dit zijn natuurlijke personen die meer dan 25% van het economisch belang in een organisatie hebben of zeggenschap hebben over een organisatie. Denk aan personen die meer dan 25% van de aandelen hebben in een bv. Of personen die meer dan 25% direct of indirect eigendomsbelang hebben in een vof of maatschap.

Het UBO-register komt voort uit Europese regelgeving. Het moet gaan bijdragen aan het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor witwaspraktijken en terrorismefinanciering. Het maakt transparanter wie aan de touwtjes trekt bij organisaties die in Nederland zijn opgericht. Zo kunnen personen hun financieel-economische criminaliteit niet meer verhullen achter juridische entiteiten. Daarnaast kunnen personen en organisaties door de openbaarheid van het register beter geïnformeerd besluiten met wie zij zaken doen.

Voor o.a. een BV en VOF is dit ook van toepassing!
Voor eenmanszaken geldt GEEN opgaveplicht.
In de brief die je van KVK krijgt (of al hebt gekregen) staat hoe je de UBO’s kan inschrijven. Dit kan online (www.kvk.nl/ubo), via een formulier (post) of via de notaris.

Belangrijk:
– Alleen de tekenbevoegden binnen je organisatie mogen UBO’s inschrijven.
– Inschrijven kan vanaf 27 september.
– Je hebt tot 27 maart 2022 de tijd om dit te regelen.
– Registratie is gratis.

Heb je meerdere organisaties waar dit voor geldt? Dan moet je per organisatie UBO-opgave doen.

Inzage
Wettelijk is bepaald dat een deel van de UBO-gegevens openbaar is. Iedereen mag deze gegevens inzien. Het gaat om de volgende gegevens:
– voor- en achternaam
– geboortemaand en –jaar
– nationaliteit
– woonland
– de aard en omvang van het belang
KVK geeft aan dat de verwerking van persoonsgegevens in het UBO-register conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zal gebeuren.

Een deel van de UBO-gegevens zijn niet openbaar. Deze kunnen uitsluitend worden ingezien door bevoegde autoriteiten (zoals het Openbaar Ministerie). Zij gebruiken deze gegevens om onderzoek te doen naar het gebruik van het financiële stelsel voor witwaspraktijken en terrorismefinanciering.

Prinsjesdag 2020: Plannen van de regering en de gevolgen voor ondernemers

Afgelopen dinsdag maakte het kabinet de plannen voor komend jaar bekend. Hierbij een overzicht van belangrijkste gevolgen voor onze klanten.

LET OP: Het betreft slechts voorstellen. Niet alles is al volledig uitgewerkt en Inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door zowel de Tweede als de Eerste Kamer.

MAATREGELEN COVID-19
Coronareserve
Om op een vroeger moment een verwacht verlies dat verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis over 2020 te verrekenen (en daarmee de liquiditeitspositie te verbeteren), is onder voorwaarden al goedgekeurd dat belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting over het boekjaar 2019 (of het gebroken boekjaar dat uiterlijk eindigt op 31 maart 2020) een fiscale reserve kunnen vormen (coronareserve). Belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting kunnen deze coronareserve vormen voor het coronagerelateerde verlies dat zich naar verwachting in het boekjaar 2020 voordoet. De coronareserve verlaagt de winst over 2019 en daardoor kan op korte termijn (een deel van) de betaalde belasting over 2019 terug gekregen worden, of hoeft (een deel van) de belasting over 2019 niet meer te worden betaald. Met dit voorstel wordt de al bestaande goedkeuring van de Staatssecretaris in wetgeving omgezet.

Let op! De coronareserve mag niet groter zijn dan de winst van het jaar 2019 en ook niet groter dan het totale verwachte verlies in het jaar 2020 en zal in het volgende boekjaar (na vorming) geheel tot de winst moeten worden gerekend.
Ook kan de vorming van een coronareserve gevolgen hebben voor de uitwerking van andere regelingen in de vennootschapsbelasting (bijv. de earningstrippingmaatregel).

Vrijstelling Subsidie vaste lasten
Medio 2020 heeft het kabinet de ‘Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19’ (TOGS ) vervangen door de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (ook wel tegemoetkoming vaste lasten (TVL) genoemd). Het Belastingplan 2021 regelt dat dit voordeel vrijgesteld is van inkomsten- en vennootschapsbelasting. De bepaling treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2020.

Vrijstelling TOGS
Ondernemers die directe schade ondervonden van de coronamaatregelen, konden in een deel van 2020 profiteren van de regeling TOGS. Dit voordeel betrof een eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 om de vaste lasten te betalen. In het Belastingplan 2021 is opgenomen dat dit voordeel onbelast is.

Onbelaste bonus voor zorgprofessional
Verschillende zorgprofessionals hebben in hun werk (in)direct de gevolgen van de uitbraak van de coronacrisis ondervonden. Het kabinet wil dat deze zorgprofessionals een bonus krijgen van € 1.000 zonder dat zij daarover inkomstenbelasting betalen. Werkgevers kunnen deze bonus onder voorwaarden ook onbelast verstrekken aan anderen dan eigen werknemers. Daarbij valt te denken aan ingeschakelde zelfstandigen en extern ingehuurd schoonmaakpersoneel. De instellingen kunnen de zorgmedewerkers welke niet bij hun in dienst zijn en in aanmerking komen voor de bonus aanmelden bij de Minister van VWS. Deze betaalt dan de bonus en daarover verschuldigde eindheffing aan de instellingen en de instellingen betalen de bonus door aan de medewerkers. Daarbij dienen de instellingen wel schriftelijk aan de zorgmedewerkers te melden dat de belasting over de bonus al is betaald. Aan deze schriftelijke mededeling worden verder geen aanvullende voorwaarden gesteld.

Let op! De “werkgever” moet over de bonus aan anderen dan eigen werknemers in principe 75% eindheffing toepassen.

MAATREGELEN ONDERNEMINGEN
Hoge Vpb-tarief gaat toch niet omlaag
De lagere tariefschijf in de vennootschapsbelasting wordt vanaf volgend jaar in twee stappen verhoogd naar € 245.000 in 2021 en € 395.000 in 2022. Maar de eerder aangekondigde verlaging van vennootschapsbelasting over winsten in de tweede schijf, van 25% naar 21,7%, gaat niet door. Voor kleine bedrijven (met een winst tot € 245.000 in 2021) gaat deze belasting wel omlaag van 16,5 naar 15%.

Versnelde afbouw zelfstandigenaftrek
De eerder geplande afbouw van de zelfstandigenaftrek wordt versneld. In 2021 daalt de zelfstandigenaftrek van € 7.030 naar € 6.670. Tot 2028 bedraagt de jaarlijkse verlaging € 360, in 2028 € 390 en daarna tot 2036 jaarlijks € 110. Als achtergrond van deze versnelde verlaging wordt verwezen naar de bevindingen van de Commissie Borstlap die heeft aangegeven dat het verschil tussen werknemers en zelfstandigen dient te worden verkleind. Andere punten uit het rapport van de Commissie zijn niet in de plannen terug te vinden.

Let op! Uiteindelijk zal de zelfstandigenaftrek in 2036 nog maar € 3.240 bedragen.

Baangerelateerde Investeringskorting
Bij nota van wijziging op het Belastingplan 2021 zal het kabinet per 1 januari 2021 een Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) voorstellen. De BIK laat ondernemers een percentage van de gedane investeringen in mindering brengen op de loonheffing. Het kabinet wil deze korting tijdelijk invoeren per 2021 als crisismaatregel. Na afloop van de BIK zal deze budgettaire ruimte worden gebruikt voor een nader te bepalen maatregel met hetzelfde doelbereik (het verlagen van werkgeverskosten).

MAATREGELEN WERKGEVER
Vrije ruimte 2020 gaat omhoog, maar in 2021 omlaag
Voor 2020 wordt de vrije ruimte voor de werkkostenregeling (WKR) met terugwerkende kracht verruimd van 1,7% naar 3% voor de eerste € 400.000 fiscale loonsom. Werkgevers kunnen daardoor hun werknemers extra tegemoetkomen, bijvoorbeeld door het verstrekken van een cadeaubon. Een en ander was al in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis beleidsmatig goedgekeurd.

Let op! Vanaf 1 januari 2021 wordt de vrije ruimte over de loonsom boven de € 400.000 verlaagd van 1,2% naar 1,18%.

Scholingskosten ex-werknemer ook vrijgesteld
Vanaf 1 januari 2021 mag een werkgever in beginsel de scholingskosten van een ex-werknemer vergoeden, zonder dat deze werknemer daarover inkomstenbelasting moet betalen. Het is dan niet langer van belang of sprake is van tegenwoordige of vroegere arbeid. De opleiding of studie moet gevolgd worden voor een toekomstig beroep en mag niet zien op onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden om de dienstbetrekking te vervullen of vanwege persoonlijke redenen, zoals een hobby. Daartoe is een extra gerichte vrijstelling opgenomen.

Aanpassingen pensioenen
De AOW-leeftijd blijft in 2021 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd jaarlijks, tot aan 67 jaar in 2024.
In het kader van de uitwerking van het Pensioenakkoord komt de regering in 2021 met wetsvoorstellen zodat duidelijker wordt:
• wat mensen aan premie voor hun pensioen inleggen;
• wat ze aan vermogen opbouwen;
• hoeveel hun pensioen later wordt.

Ook is het de bedoeling dat het pensioen sneller meebeweegt met de economie. Dat wil zeggen omhoog als het economisch goed gaat en omlaag als economisch slechter gaat. Uiterlijk 2026 zou Nederland moeten overgaan op het nieuwe pensioenstelsel.

Let op! Doel is dat uiterlijk 2026 het nieuwe pensioenstelsel in werking treedt. De aanpassingen moeten nog in wetsvoorstellen vastgelegd worden.

MAATREGELEN ONROEREND GOED
Startersvrijstelling overdrachtsbelasting
Starters op de woningmarkt worden onder voorwaarden vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Zij moeten hiervoor 18 tot 35 jaar zijn (lees: tot en met 34 jaar), een (recht op een) woning verkrijgen en de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken. Ook mag de vrijstelling niet eerder zijn benut. Of aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt beoordeeld ten tijde van de verkrijging (het passeren van de akte). Bij een gezamenlijke aankoop van een woning, moet men de toepassing van de vrijstelling per persoon bekijken. Mogelijk geldt voor het aandeel van de ene koper een vrijstelling en voor het aandeel van de andere koper niet.

Let op! In het huidige voorstel kunnen ook jonge doorstromers gebruik maken van deze startersvrijstelling. Als zij aan alle voorwaarden voldoen, kunnen ze de vrijstelling toepassen bij een volgende aankoop.

Beperking verlaagd tarief
Het verlaagde tarief van de overdrachtsbelasting van 2% geldt enkel nog voor natuurlijke personen die een woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken. De verkrijger moet direct voorafgaand aan de verkrijging schriftelijk verklaren dat dit de intentie is. De Belastingdienst zal achteraf controleren of de verkrijger de woning inderdaad voor langere tijd als hoofdverblijf is gaan gebruiken. De fiscus kan de toepassing van het verlaagde tarief daardoor terugdraaien (met belastingrente en evt. een boete). De Belastingdienst zal wel rekening dienen te houden met onvoorziene omstandigheden, zoals een scheiding of overlijden.

Overdrachtsbelasting verhoogd naar 8%
Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting wordt verhoogd van 6% naar 8%. Dit tarief geldt voor alle nietwoningen en voor woningen die door de verkrijger niet of slechts tijdelijk als hoofdverblijf worden gebruikt. Dus bijvoorbeeld voor vakantiewoningen, woningen die ouders kopen voor hun kind, bedrijfspanden, en verkrijgingen van woningen door niet-natuurlijke personen zoals rechtspersonen (bijvoorbeeld een bv of woningcorporatie).

Tip: houd rekening met een verhoging van het algemene tarief van de overdrachtsbelasting per 2021 naar 8%. Zorg zo mogelijk voor overdracht in 2020; dat scheelt overdrachtsbelasting.

MAATREGELEN AUTO EN MOBILITEIT
Verhoging BPM tarieven
De CO2 -schijfgrenzen van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) worden verlaagd met 4,2%. Daarnaast vindt een indexatie van de tarieven plaats, gevolgd door een verhoging met 4,38%. Dit alles om de belastinggrondslag aan te laten sluiten aan de (verwachte) technologische ontwikkelingen.

Let op! Rijden met een vervuilende dieselauto wordt ook duurder door een aanscherping van de CO2 -grens en een verhoging van het tarief voor de dieseltoeslag.

Lagere bijtelling zonnecel-auto’s
Voor nieuwe emissievrije auto’s zoals elektrische auto’s is in 2020 de bijtelling 8% van de cataloguswaarde tot een bedrag van € 45.000 en 22% voor zover de cataloguswaarde voornoemd bedrag overschrijdt. In 2021 geldt voor deze auto’s een bijtelling van 12% over € 40.000 en 22% over het meerdere. Anders dan voor elektrische auto’s geldt voor een waterstof-auto geen maximale catalogusprijs waarop de lagere bijtelling van toepassing is, de lagere bijtelling geldt over de volledige cataloguswaarde.

Het kabinet stelt nu voor om ook voor zonnecelauto’s dezelfde regeling te introduceren als voor waterstofauto’s. Een bijtelling van 12% in 2021 berekend over de volledige cataloguswaarde. Een zonnecelauto is een elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen.

Tip: Voor auto’s met een waterstofmotor geldt nu al over de volledige cataloguswaarde een verlaagde bijtelling wegens privégebruik. Voor zonnecelauto’s geldt dat vanaf 2021.

MAATREGELEN PARTICULIEREN
Aanpassingen voor box 3, sparen en beleggen
Om de belastingdruk op kleinere vermogens te verzachten, wordt voorgesteld het heffingsvrije vermogen in box 3 te verhogen van € 30.846 naar € 50.000 (voor partners samen van € 61.692 naar € 100.000). Ook worden de schijfgrenzen opnieuw vastgesteld, waarbij de 2e schijf begint bij een vermogen van € 100.000 en de 3e schijf bij € 1.000.000. Om dit pakket deels te dekken, wordt het belastingtarief in box 3 verhoogd van 30% naar 31%. \Doordat het belastbaar inkomen in box 3 vanwege de verhoging van het heffingsvrije vermogen voor iedereen daalt, heeft dit een neerwaarts effect op het verzamelinkomen. Om te voorkomen dat hierdoor meer aanspraak gemaakt kan worden op een (hogere) toeslag (of andere inkomens- en vermogensafhankelijke regelingen), wordt voorgesteld om de vermogenstoets voortaan te baseren op de rendementsgrondslag in box 3. Dit is de grondslag sparen en beleggen in box 3 vóór vermindering met het heffingvrije vermogen ).

De inspecteur moet voortaan het bedrag van de rendementsgrondslag, voor zover deze meer bedraagt dan € 31.340, vaststellen in een voor bezwaar vatbare beschikking die wordt opgenomen op de aanslag IB, ook in gevallen waarbij vermoedelijk geen belasting verschuldigd is. Een bezwaar tegen de beschikking bedrag rendementsgrondslag geldt ook als een bezwaar tegen de belastingaanslag en omgekeerd. Dit is slechts anders indien uit het bezwaarschrift anders blijkt.

Tarieven inkomstenbelasting 2021
Belastingplichtigen die aan het begin van 2021 nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, krijgen in 2021 naar verwachting met de volgende tariefschijven te maken.

Deze percentages zijn inclusief premies volksverzekeringen. Voor wie andere premies volksverzekeringen gelden, is een andere tariefstructuur van toepassing.

Gewijzigde heffingskortingen
Hierin zijn alleen de wijzigingen in heffingskortingen opgenomen zoals vermeld in de Memorie van toelichting van het Belastingplan 2021. Deze betreffen Belastingplichtigen die jonger zijn dan de AOW-leeftijd. Voor AOW-gerechtigden gelden lagere maxima.

Gewijzigde ouderenkorting
De ouderenkorting voor AOW-gerechtigden wordt extra verhoogd. De alleenstaande ouderenkorting ondergaat slechts een inflatiecorrectie.

Proportionaliteit kinderopvangtoeslag
Als de kosten van kinderopvang door de ouder slechts gedeeltelijk zijn betaald, wordt het recht op toeslag voortaan vastgesteld naar rato van het bedrag aan kosten dat tijdig is betaald. Het volledige bedrag aan toeslag wordt dus niet langer teruggevorderd. Dit is een wettelijke vastlegging van de uitspraken van de Raad van State sinds oktober 2019. Ook krijgt de Belastingdienst/Toeslagen de bevoegdheid om bij bijzondere omstandigheden de terugvordering van kinderopvangtoeslag te matigen. Voorts komt er meer ruimte voor belanghebbenden om hun zienswijze kenbaar te maken bij het vaststellen van een definitieve beschikking. Er komt meer maatwerk.

Doelmatigheidsgrens toeslagen
Het terugvorderen van eerder verleende tegemoetkomingen of voorschotten wordt beperkt. Er wordt een koppeling gemaakt met de doelmatigheidsgrens voor de inkomstenbelasting. Door de Belastingdienst/Toeslagen terug te vorderen bedragen tot € 47 (bedrag 2020), worden niet meer geïnd.

Let op! De doelmatigheidsgrens geldt niet voor nabetalingen aan toeslaggerechtigden.

Toeslagpartnerschap
Vaak ontstaan problemen doordat burgers als toeslagpartners worden aangemerkt en daardoor toeslagen teruggevorderd worden. Voor gehuwde partners, waarvan er één wordt opgenomen in een verzorgingshuis, wordt het mogelijk om het partnerschap voor de toeslagen te beëindigen. Er komt ook een uitzondering voor twee personen die allebei een zakelijke huurovereenkomst met een derde hebben. Waarschijnlijk volgt later een uitzondering voor gedetineerden. Bovendien zal het partnerschap niet meer terugwerken naar het begin van het kalenderjaar. Het geldt pas vanaf de eerste dag van de volgende maand.

OVERIGE MAATREGELEN
Verlaging tarief verhuurderheffing
Het kabinet wil woningcorporaties verplichten de huurprijzen van huurders met een inkomen onder de inkomensgrenzen voor de huurtoeslag te verlagen. Zij krijgen hiervoor een tegemoetkoming in de vorm van een verlaging van de verhuurderheffing. Het tarief wordt verlaagd met 0,036 procentpunt.

LET OP: Nog niet 100% zeker!
Deze maatregelen komen uit de Troonrede, uit andere officiële Prinsjesdagstukken en uit het verwachte begrotingsakkoord 2021. De ingangsdatum van deze (wets)wijzigingen is dus nog niet definitief. Inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer.

Checklist: zo kan je bedrijf weer open

Stapsgewijs openen steeds meer bedrijven hun deuren. Mag jouw bedrijf open?
Zo ja, waar moet je dan aan voldoen?

  • Hygiëne,
  • 1,5 meter afstand
  • Groepsgrootte
  • Branchespecifieke maatregelen
  • Handhaving
    5 punten om rekening mee te houden als jij je klanten weer mag ontvangen.
De versoepeling van de coronamaatregelen geldt niet voor alle bedrijven. Bedrijven in de onderstaande sectoren blijven voorlopig verplicht gesloten:

  • casino’s en speelhallen
  • coffeeshops
  • binnensport
  • fitnessclubs
  • sauna’s en wellnesscentra
  • sekswerkers
  • sportkantines

Valt jouw bedrijf niet onder een van deze categorieën? Dan mag je zaak weer open, nu of vanaf 1 juni. Wel moet je je houden aan de RIVM-maatregelen. Dit komt neer op de volgende 5 punten:

1. Hygiëne

De hygiënemaatregelen gelden voor iedereen. Maak het jezelf en je klanten gemakkelijk om hieraan te voldoen:

  • Schud geen handen.
  • Was je handen regelmatig.
  • Zorg voor voldoende desinfecterende zeep en tissues voor je klanten.
  • Vraag klanten zoveel mogelijk contactloos of met pin te betalen.
  • Jij en je klant mogen zelf kiezen of jullie een niet-medisch mondkapje gebruiken. Mondkapjes zijn niet verplicht.
  • Laat de afspraak bij verkoudheidsklachten van jou of je klant niet doorgaan.

2. Afstand houden

De afstand tussen jou en je klant én je klanten onderling, moet minimaal 1,5 meter zijn. Dit laatste geldt niet voor contactberoepen, zoals kappers, pedicures en masseurs. Maak het je klanten mogelijk om deze afstand te bewaren. Ook buiten je bedrijf, als daar sprake is van wachtrijen. Je kunt hiervoor kijken naar de richtlijnen in het protocol verantwoord winkelen.

Voorbeelden van oplossingen om deze afstand te garanderen:

  • Een kapster met een kapsalon aan huis zet buiten een zitje neer om de 5 minuten wachttijd te overbruggen en de klantwisseling soepel te laten verlopen.
  • Een schilderdocent biedt haar leerlingen extra zekerheid met een persoonlijk materialenpakket.

3. Groepsgrootte

Vanaf 1 juni mogen horecagelegenheden, bioscoopzalen, theaters en concertzalen 30 personen ontvangen, inclusief personeel. Het is onduidelijk of deze versoepeling ook voor andere bedrijven geldt. Wel is duidelijk dat de activiteiten geen drukte mogen veroorzaken in de openbare ruimte en het openbaar vervoer.

Is groepsgrootte voor jouw bedrijf relevant? Zorg er dan voor dat de klant zich vooraf aanmeldt of reserveert. Je kunt dan beter sturen op aantallen en spreiding van je bezoekers. Daarnaast geeft het je de mogelijkheid direct bij je klant te informeren naar gezondheidsklachten en zo je risico’s te beperken.

Ook hiervoor zoeken ondernemers alvast naar bij hen passende oplossingen, zoals:

  • Een ondernemer die groepslessen verzorgt voor moeder en kind. Hij werkt met 2 parallelle groepen en laat de aanvangstijden van deze groepen verspringen om de deelnemers te spreiden. Op deze manier komen de 2 groepen elkaar niet tegen bij aanvang en einde van de les. Daarnaast heeft hij de looprichting naar de 2 lokalen gemarkeerd en schenkt hij geen koffie meer na afloop van de les.
  • Een muziekleraar die zijn lesgroepen splitst om voldoende afstand tussen zijn leerlingen mogelijk te maken. De 2 groepen krijgen dan om de week wisselend fysiek of digitaal les.

4. Branchespecifieke maatregelen

Voor verschillende branches zijn er aanvullende richtlijnen. Zo mogen vakantieparken open zijn, maar blijven de gemeenschappelijke was- en douchevoorzieningen tot 1 juli gesloten. En is het maken van een afspraak en een gezondheidscheck vooraf verplicht voor contactberoepen, horeca (met uitzondering van de terrassen), bioscopen en culturele instellingen. Voor sectoren met een (boven)regionale of landelijke functie moet bovendien een plan worden gemaakt om het openbaar vervoer zo min mogelijk te belasten.

Check voor de specifieke richtlijnen de website van jouw brancheorganisatie of dit handige overzicht van de al bekende protocollen.

5. Handhaving regels

Is na het lezen van dit artikel nog niet duidelijk wat voor jouw bedrijf geldt? Dan kun je hierover contact opnemen en sparren met de bedrijfscontactfunctionaris of accountmanager van je gemeente. De gemeente is namelijk verantwoordelijk voor de juiste uitvoering van de geldende regels en de handhaving ervan. Voor regionale regels zoeken zij contact met de Veiligheidsregio.

Coronavirus en de Fiscus

Om ondernemers te helpen door deze moeilijke tijden heen te komen, heeft de belastingdienst aangeven dat er o.a. uitstel van betaling voor loonbelasting, BTW en vennootschapsbelasting kan worden aangevraagd.

Hiervoor is een verklaring van “een derde deskundige” nodig, zoals Bouws & Valent.

Indien je wilt dat wij je helpen om dit uitstel van betaling aan te vragen, laat het dan even weten zodat we het kunnen regelen.

LET OP!
Het betreft uitstel van betaling. De aangifte zelf moet gewoon op tijd worden gedaan.

Ook bij het aanvragen van (deeltijd)WW voor de werknemers kunnen wij je uiteraard van dienst zijn.

Wij houden (ondanks extra drukte en kinderen thuis) het hoofd koel en wensen je kalmte en gezondheid.

Korte video met uitleg over de maatregelen van de overheid.
(Video door Ennimate en Martijn Warnas)

Straks verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen

De Rijksoverheid wil dat straks alle zelfstandigen verplicht verzekerd zijn tegen arbeidsongeschiktheid. Het kabinet wil dit bereiken op basis van een voorstel van de sociale partners en heeft sociale partners gevraagd om begin 2020 met een concreet voorstel te komen voor deze verzekeringsplicht.

Met een verzekeringsplicht voor zelfstandigen zijn straks alle werkenden beschermd tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Met een verplichte verzekering worden ook kosten en risico’s voor de samenleving verminderd.

Wetswijzigingen voor mkb’ers per 1 januari 2020

Ondernemers krijgen vanaf 1 januari 2020 te maken met nieuwe wetten en regels.

1. Wet arbeidsmarkt in balans
Personeel in dienst? Dan krijg je vanaf 1 januari 2020 te maken met de Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB). Deze wet maakt het aantrekkelijker om werknemers in vaste dienst te nemen. Tegelijkertijd krijgen flexwerkers meer zekerheid in werk en inkomen. De wet verkleint het verschil tussen vast en flexibel personeel.
De WAB vervangt de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) en heeft gevolgen voor tijdelijke contracten en ketenregeling, ontslag, transitievergoeding, oproepkrachten, payrolling en ww-premies.
Klik hier voor meer informatie

2. Zelfstandigenaftrek omlaag
Met de zelfstandigenaftrek verlaag je je belastbare winst en betaal je minder inkomstenbelasting. De zelfstandigenaftrek wordt vanaf 2020 in 9 stappen afgebouwd, van € 7.280 naar € 5.000 per jaar in 2028.
Je mag straks dus minder aftrekken. Maar daar staat wel tegenover dat de arbeidskorting en algemene heffingskortingen omhoog gaan. Dit compenseert de afbouw van de zelfstandigenaftrek. Onder de streep gaan veel ondernemers er iets op vooruit.

3. Minimumloon omhoog
Houd er rekening mee dat de brutobedragen van het wettelijk minimumloon (WML) en minimumjeugdloon op 1 januari 2020 stijgen.
Werknemers van 21 jaar en ouder moeten per 1 januari 2020 bij een volledig dienstverband minimaal € 1.653,60 per maand verdienen. Voor jongeren onder de 21 is de verhoging van het minimumloon leeftijdsgebonden.

4. Invoering mkb-verzuim-ontzorgverzekering
Als werkgever heb je 2 jaar lang een loondoorbetalingsplicht bij ziekte. Je hebt in deze periode de plicht om de werknemer aan het werk te krijgen. Leef je niet alle verplichtingen na? Dan krijg je als sanctie een extra jaar loondoorbetalingsverplichting.
Je kunt loonrisico’s de eerste 2 jaar verzekeren door een verzuimverzekering af te sluiten. Vanaf 1 januari 2020 kun je de mkb-verzuim-ontzorgverzekering gebruiken. Deze verzekering dekt de risico’s, maar helpt je ook bij diensten rondom de zieke werknemer. Dit helpt en ontzorgt kleine werkgevers bij de verplichtingen die gelden bij loondoorbetaling bij ziekte. De overheid draagt hier € 450 miljoen aan bij.

5. Verruiming werkkostenregeling
Via de werkkostenregeling kun je als werkgever belastingvrije vergoedingen geven aan je personeel, zoals sportabonnementen of kerstpakketten. Per 1 januari 2020 wordt de werkkostenregeling verruimd. Over de eerste € 400.000 van de loonsom mag de waarde van je vergoedingen 1,7% van de loonsom bedragen. Eerder was dit 1,2%. Hierdoor kan je als werkgever jaarlijks tot € 2.000 meer aan onbelaste vergoedingen geven. Voor het bedrag boven de loonsom van € 400.000 blijft de vrije ruimte 1,2 %.

6. Overige wetswijzigingen voor mkb’ers
Er zijn meer wetswijzigingen voor het mkb op komst:

Het nieuwe BTW ID nummer

Tussen 10 en 31 oktober 2019 ontvingen bijna 1.3 miljoen eenmanszaken een nieuw btw-identificatienummer (btw-id). In dat nummer is het Burger Service Nummer (BSN) niet verwerkt. De Belastingdienst heeft enige aandachtspunten gepubliceerd die van belang zijn voor het gebruik van het nieuwe nummer:

– Het btw-id is alleen nog naar het bedrijf te herleiden. Zo is de privacy van ondernemers met een eenmanszaak beter gewaarborgd. De Belastingdienst geeft hieronder antwoorden op de vragen: wanneer moet een ondernemer het btw-id gaan gebruiken, moeten zijn leveranciers en klanten ook het btw-id gaan gebruiken en wat gebeurt er met het oude omzetbelastingnummer?

– Het btw-id vermeldt de ondernemer vanaf 1 januari 2020 op zijn facturen, internetsite en gebruikt het voor contacten met klanten en leveranciers. Ook aanpassing van het nummer in de software (zowel in die van de ondernemer als van zijn belastingadviseur) is nodig. Het btw-id is een persoonlijk, uniek nummer en bestaat net als nu uit: NL – 9 cijfers – B – 2 cijfers. Het verschil is dat de 9 cijfers niet langer gerelateerd zijn aan het BSN en het controlenummer na de B een willekeurig getal is.

– Het BSN-gerelateerde omzetbelastingnummer (ob-nummer) blijft de ondernemer gebruiken bij contact met de Belastingdienst rond de afhandeling van de omzetbelasting. De ondernemer ziet het ob-nummer terug op het portaal als hij btw-aangifte doet. En het staat in de brieven over de omzetbelasting die de ondernemer van de Belastingdienst ontvangt.

Graag ontvangen wij van onze klanten het nieuwe BTW ID nummer voor onze administratie.

Oud BTW-nummer niet wegdoen!

De komende tijd krijgen eigenaren van eenmanszaken een nieuw BTW-identificatienummer toegestuurd. Dit wil echter niet zeggen dat ze hun oude BTW-nummer kunnen weggooien. Dit oude nummer moet de ondernemer namelijk nog wel blijven gebruiken voor de communicatie met de Belastingdienst zoals het indienen van de BTW-aangifte.

De toekenning van dit nieuwe BTW-nummer was nodig omdat het oude nummer het burgerservicenummer (BSN) bevatte van ondernemers met  een eenmanszaak. Dit is in strijd met de privacywet en zou ook (kunnen) leiden tot fraude. De BTW-ondernemer moet het nieuwe nummer vanaf 1 januari 2020 gaan gebruiken voor zijn zakelijke contacten. Hij/zij zal dus factuurpapieren, internetsite en andere communicatiemiddelen voor die tijd moeten aanpassen.

Oude nummer niet in prullenbak
De toekenning van dit nieuwe nummer wil niet zeggen dat het oude nummer de prullenbak in kan. Dit nummer moet de ondernemer nog wel blijven gebruiken voor zijn communicatie met de fiscus, zoals voor het doen van de aangifte BTW . Hij/zij moet dus twee nummers naast elkaar blijven gebruiken.

Nieuwe regelgeving voor ZZP’ers

Naar verwachting wordt de nieuwe regelgeving voor zzp’ers naar eind oktober 2019 afgerond. Er komt onder meer een minimumtarief van € 16 en een zelfstandigen-verklaring.

Na de bekendmaking van het wetsvoorstel wordt er een internetconsultatie georganiseerd, waarbij verschillende partijen, zoals vakbonden, werkgevers- en brancheorganisaties en zzp-organisaties hun inbreng kunnen geven.

Met betrekking tot de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zpp’ers wacht het kabinet nog op de bevindingen van de commissie Borstlap en de voorstellen van de sociale partners en zzp-organisaties. De definitieve wetsvoorstellen worden in principe voor de zomer van 2020 aangeboden.

Het minimumtarief van € 16 moet armoede, schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden voorkomen. Het tarief is afgeleid van het sociaal minimum en moet een gelijk speelveld creëren op de arbeidsmarkt. Naleving van het minimumtarief kan worden afgedwongen bij de civiele rechter.

Minister Koolmees benadrukt dat de verschillen tussen de grote groep zzp’ers (zo’n 1,4 miljoen in totaal) groot zijn. Tot de groep behoren alle zpp’ers, van maaltijdbezorgers tot dure ICT’ers. Dat maakt wetgeving ingewikkeld.

De Belastingdienst controleert met ingang van oktober al strenger op schijnzelfstandigheid door middel van verscherpt toezicht. Er wordt gehandhaafd bij bedrijven en opdrachtgevers die kwaadwillend zijn of aanwijzingen van de Belastingdienst niet opvolgen.