Populaire subsidies en regelingen voor ondernemers

De overheid biedt verschillende subsidies en regelingen aan om ondernemers financieel te helpen. Vooral innovatieve en duurzame investeringen kunnen rekenen op veel (belasting)voordeel. Ben je benieuwd of je hier recht op hebt? Lees meer over zeven populaire subsidies en regelingen.

1. Lagere R&D-kosten met de WBSO

De WBSO stimuleert innovatie binnen bedrijven die aan speur- en ontwikkelingswerk (S&O) doen. Dit staat ook bekend als Research & Development. Denk dan bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van een technisch nieuw product voor je bedrijf.
De WBSO vergoedt een deel van de (loon)kosten en uitgaven die je maakt voor de S&O-werkzaamheden. Je krijgt daarvoor een WBSO-beschikking. Wil je weten of je in aanmerking komt voor de WBSO of hoeveel fiscaal voordeel je kunt ontvangen? De Regelhulp WBSO helpt je op weg.

Drie belangrijke voorwaarden voor de WBSO

  • Het gaat om de ontwikkeling van een technisch nieuw en fysiek product of productieproces. Software en technisch-wetenschappelijk onderzoek komen ook in aanmerking.
  • De werkzaamheden moeten nog plaatsvinden of zijn nog bezig.
  • De werkzaamheden voer je in delen uit volgens een plan.

2. Belastingvoordeel voor verduurzamen (MIA/Vamil)

Vraag belastingvoordeel aan via de MIA en de Vamil. Dit zijn twee regelingen die vaak gecombineerd worden voor milieuvriendelijke investeringen.
Een gedeelte van de investering breng je in mindering op je fiscale winst. Met de Vamil bepaal je zelf op welk moment dit gebeurt. Netto leveren de twee regelingen samen een voordeel op van maximaal 14% van het investeringsbedrag.

Drie belangrijke voorwaarden voor de MIA/Vamil

  • De investering staat op de Milieulijst en voldoet aan alle eisen van deze lijst. De Milieulijst wordt elk jaar aangepast.
  • Het gaat om een nieuw product dat minimaal 2.500 euro kost.
  • Je doet de aanvraag binnen drie maanden na de investering.

3. Investeringssteun voor energiebesparing (ISDE)

Je kunt op allerlei manieren binnen je bedrijf energie besparen en werken aan verduurzaming. Plaats je een warmtepomp of zonneboiler? Met de ISDE krijg je een deel van het investeringsbedrag terug. De hoogte van de subsidie hangt af van het soort apparaat en van de energieprestaties. Voor een warmtepomp is de subsidie bijvoorbeeld minimaal 500 euro.

Drie belangrijke voorwaarden voor de ISDE

  • Je vraagt de subsidie aan voordat je het apparaat koopt.
  • Je neemt het apparaat in gebruik binnen één jaar na de beslissing over de subsidieaanvraag.
  • Je hebt niet eerder gebruikgemaakt van de ISDE. Voor het apparaat heb je ook geen andere subsidie of regeling gebruikt, zoals de Energie-investeringsaftrek (EIA).

4. Borgstelling voor MKB-bedrijven (BMKB)

Wil je geld lenen, maar heb je te weinig onderpand om de lening rond te krijgen? Via de BMKB staat de overheid garant voor maximaal driekwart van je lening. Hierdoor heeft de geldverstrekker meer zekerheid en kun je meer lenen.

Drie belangrijke voorwaarden de BMKB

  • Je hebt een onderneming met maximaal 250 werknemers.
  • Je onderneming is niet actief in de volgende sectoren: vastgoedexploitatie, verzekeringen en financiering, land- en tuinbouw, visserij.
  • Je moet een eenmalige provisie betalen over het verleende BMKB-krediet. Deze bedraagt minimaal 3,9% en maximaal 8,35%.

Vraag je een lening aan als starter of is de lening bedoeld voor innovatie of verduurzaming? Dan zijn er extra gunstige voorwaarden.

5. Lening voor innovatie

Als je een innovatief product of innovatieve dienst ontwikkelt met een positief marktperspectief en flinke technische risico’s, kun je een innovatiekrediet aanvragen.

Drie belangrijke voorwaarden voor het innovatiekrediet

  • Je kunt maximaal 10 miljoen euro aanvragen en betaalt dit met rente terug.
  • Je moet allerlei documenten aanleveren, die om veel voorbereidingswerk vragen. Denk bijvoorbeeld aan een bewijs waaruit blijkt dat je product of dienst in de toekomst steeds minder technische en medische risico’s met zich meebrengt./li>
  • Na de aanvraag heb je een intakegesprek met een RVO-adviseur. Hierna beoordeelt RVO, samen met een externe adviescommissie de aanvraag.

6. Kennisvoucher voor innovatie (MIT)

Heb je een idee voor een nieuw product, productieproces of dienst, maar zelf niet de vakkennis om dit idee uit te voeren? Vraag dan een kennisvoucher aan via de subsidieregeling van de MIT (MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren). 

Drie belangrijke voorwaarde voor de MIT

  • Je besteedt de voucher van maximaal 9000 euro bij een kennisinstelling.
  • Met de kennisvoucher mag je maximaal 70% van de rekening van de kennisinstelling betalen. 
  • Je dient uiterlijk binnen vier maanden na ontvangst van de voucher een ondertekende opdracht of offerte van de kennisinstelling in. 

7. Vroegefasefinanciering (VFF)

Banken geven vaak pas leningen als je een proof of concept hebt (een vereenvoudigde beschrijving van je idee waarmee je aantoont dat het in de praktijk te gebruiken is). Als je nog geen proof of concept hebt, biedt de Vroegefasefinanciering (VFF) uitkomst. 

Drie belangrijke voorwaarden voor het VFF

  • De rente is hoog: 9,11% per 1 januari 2024.
  • Je moet onder andere een beknopt ondernemingsplan (voor bestaande mkb-ondernemingen een vernieuwingsplan) en een intentieverklaring van een toekomstige investeerder aanleveren.
  • Je moet aantonen dat je een MKB-er bent via de MKB-toets.

Ben je een ambitieuze starter of mkb’er in Groningen, Friesland, Drenthe of Flevoland en besta je minder dan vijf jaar? Heb je een idee voor een product of dienst maar heb je budget nodig om je idee uit te werken? Vraag dan de VFF aan. Onderneem je in een van de andere provincies? Dan kun je deze lening aanvragen bij jouw Regionale Ontwikkelingsmaatschappij.

Meer subsidies voor ondernemers

Er bestaan meer zakelijke subsidies en fiscale regelingen voor ondernemers. Op Ondernemersplein vind je een totaaloverzicht.

Waarom de SBI-code van je bedrijf belangrijk is

Tijdens je inschrijving bij KVK geef je aan wat je gaat doen met je bedrijf: dat is je bedrijfsactiviteit. Je bedrijfsactiviteit bepaalt welke SBI-code je krijgt. Dit lijkt misschien een administratief dingetje, maar er kan veel afhangen van je SBI-code. Zo kun je met een niet kloppende SBI-code een subsidie of vergunning mislopen.

SBI is de afkorting van Standaard Bedrijfsindeling. Elk bedrijf heeft een of meerdere SBI-codes. Aan die codes kun je zien wat een bedrijf doet. KVK kijkt bij de inschrijving van je bedrijf in het Handelsregister wat je bedrijfsactiviteiten zijn en welke SBI-code daar het beste bij past.

Er zijn veel zaken waarbij SBI-codes een rol spelen. Hieronder vind je een aantal veelvoorkomende.

Verzekeringen

Verzekeringsmaatschappijen bepalen onder meer op basis van je SBI-code hoe hoog je premie is. Maar ook of ze bij een schadeclaim wel of niet uitkeren. Want als je schade veroorzaakt bij werkzaamheden die niet in de beschrijving van je bedrijfsactiviteiten staan, ben je hier niet voor verzekerd.

Geldzaken

Banken bepalen mede op basis van je SBI-code of je een lening of bankrekening krijgt. Dat geldt ook bij subsidies. Die kun je alleen krijgen als je de SBI-code hebt van de branche waarvoor de subsidie is bedoeld.

Ook bij overheidssteun speelt de SBI-code een rol. Als er steunmaatregelen zijn voor bedrijven in een bepaalde sector, dan kijkt de overheid naar de SBI-code van je bedrijf. Na je inschrijving kun je zelf de SBI-code(s) van je bedrijf wijzigen, zorg dus dat je SBI-code altijd past bij je bedrijfsactiviteiten.

Vergunningen

In veel branches hebben bedrijven een vergunning nodig om hun werk te doen. Voorbeelden zijn taxibedrijven, apotheken, horecabedrijven en slijterijen. De overheid kijkt naar je SBI-code om te bepalen of je een vergunning nodig hebt.

Ook heb je soms een bepaalde SBI-code nodig om een bepaalde vergunning te krijgen. Denk aan een parkeervergunning van de gemeente die alleen geldt voor maatschappelijk werkers.

Locatie van je bedrijf

Ook voor de locatie van je bedrijf zijn SBI-codes van belang. Of je je bedrijf nu vanuit huis start of op een andere plek, check het omgevingsplan. In dit plan staat welke milieuregels gelden op een bepaalde plek: de milieucategorie. Aan elke categorie zijn SBI-codes gekoppeld, zodat je kunt zien of jouw bedrijf op de plek van je keuze is toegestaan. Wil je bijvoorbeeld een koffietent beginnen? Dan mag dat vaak niet in een woonwijk.

Personeel

Heb je personeel en is er een algemeen bindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst (cao) voor jouw sector? Dan geldt de cao voor alle bedrijven in de sector en moet je je houden aan de afspraken die erin staan.

Pensioen

Sommige beroepsgroepen hebben een verplichte pensioenregeling. Denk aan huisartsen, fysiotherapeuten, stukadoors en schilders. Als je volgens je SBI-code in zo’n beroepsgroep valt, moeten jij en je personeel pensioen opbouwen bij het beroepspensioenfonds. Controleer daarom bij de start van je bedrijf of je onder een verplichte pensioenregeling valt. Doe je dat niet, dan kan het pensioenfonds later met terugwerkende kracht de niet betaalde premie opeisen.

Vakantiegeld uitbetalen

Uw werknemer heeft recht op minimaal 8% vakantiegeld. De wettelijke term is vakantiebijslag, maar de meeste mensen noemen het vakantiegeld of vakantietoeslag. Hier de belangrijkste vragen over vakantiegeld:

Is vakantiegeld verplicht?

Het uitbetalen van vakantiegeld staat in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML). U bent verplicht dat jaarlijks uit te betalen. In de cao staan soms andere afspraken over vakantiegeld. Check altijd de cao waar uw werknemers onder vallen. Betaalt u niet uit? Dan kunt u een boete of dwangsom krijgen van de Nederlandse Arbeidsinspectie.

In een cao kan staan dat een werknemer geen recht heeft op vakantiegeld. Dan moet u uw werknemer minstens 108% van het minimumloon uitbetalen. Als u alleen het minimumloon uitbetaalt, heeft uw werknemer recht op 8% vakantiegeld.

Verdient uw werknemer meer dan 3 keer het wettelijk minimumloon? Dan kunt u afspreken dat u geen of een lager bedrag aan vakantiegeld uitbetaalt. Zet deze afspraken op papier.

Wilt u (een deel van) het vakantiegeld niet uitbetalen om uw bedrijf te redden? Lees meer over het later of helemaal niet uitbetalen van vakantiegeld op KVK.nl. (Reserveer het vakantiegeld voor uw werknemers per maand. Zo voorkomt u problemen met uitbetalen. U kunt een boete krijgen als u niet of te weinig vakantiegeld uitbetaalt.)

Hoe wordt vakantiegeld berekend?

Uw werknemer heeft recht op minimaal 8% vakantiegeld over het bruto jaarsalaris van het afgelopen jaar. Bijvoorbeeld van mei tot mei.

U moet ook vakantiegeld uitbetalen over:

  • overwerk
  • prestatietoeslagen
  • beloningen (provisies)
  • onregelmatigheidstoeslagen
  • uitbetaalde vakantiedagen

Andere uitbetalingen tellen niet mee. Zoals onkostenvergoeding, eindejaarsuitkering en winstuitkering.

Vakantiegeld uitbetalen over overuren

Als werknemers overwerken, betaalt u over die extra uren ook vakantiegeld. Dat wordt berekend over de volle waarde van de overuren. Dus ook over de eventuele overwerktoeslag.

Moet u vakantiegeld uitbetalen als een werknemer ziek is?

Ook een zieke werknemer bouwt vakantiegeld op. U moet voor uw werknemer vakantiegeld opbouwen voor het deel van het loon dat u moet doorbetalen.

Moet u vakantiegeld uitbetalen bij ontslag?

Ontslaat u uw werknemer? Dan betaalt u vakantiegeld over de periode dat uw werknemer in dienst was. U betaalt dat uit bij het laatste salaris. U moet ook vakantiegeld uitbetalen als een contract afloopt.

Betaalt u vakantiegeld bij een nulurencontract?

Met een nulurencontract heeft uw werknemer recht op vakantie en vakantiegeld. U betaalt vakantiegeld uit over de uren die uw werknemer heeft gewerkt. Het vakantiegeld is minstens 8% van het loon dat uw werknemer het afgelopen jaar heeft verdiend.

Wanneer moet u vakantiegeld uitbetalen?

De meeste werkgevers betalen het vakantiegeld 1 keer per jaar uit, in mei of juni. Wilt u het vakantiegeld op een ander moment uitbetalen? Of liever in meerdere keren? Dan heeft u daarvoor schriftelijk toestemming nodig van uw werknemer. De afspraken over de uitbetaling staan in de cao of in het arbeidscontract.

Moet u te weinig uitbetaald vakantiegeld terugbetalen?

Heeft u van de Nederlandse Arbeidsinspectie bericht gehad dat u een werknemer te weinig betaalt? Dan moet u binnen 4 weken het vakantiegeld alsnog uitbetalen. Uw werknemer kan het vakantiegeld nog 5 jaar opeisen. U betaalt dan vanaf de dag dat uw werknemer recht had op het loon en vakantiegeld.

Stappenplan importeren

Voor het eerst een product uit het buitenland halen, dat kan best spannend zijn. Er komt meer bij kijken dan bij een binnenlandse aankoop. Succesvol starten met importeren lukt met voldoende kennis van het importproces. Met de veertien stappen van dit stappenplan begrijp je het importproces beter. Of je nu coole gadgets wilt importeren uit China of robuuste machines uit Duitsland.

1. Onderzoek de markt

Voordat je start met importeren wil je weten of je importplannen haalbaar zijn. Marktonderzoek helpt hierbij. Gebruik de uitkomsten van je marktonderzoek voor het maken van een importplan. In het importplan zet je de mogelijkheden, kansen en bedreigingen naast elkaar. Zo weet je of je bedrijf klaar is voor import.

2. Controleer mogelijke invoerbeperkingen

Zoek uit of er regels en beperkingen zijn voor de import van je product. De meeste producten mag je gewoon invoeren. Importeer je uit een land buiten de EU? Dan zijn er soms invoerverboden, bijvoorbeeld door sancties. En sommige producten mag je alleen met een invoervergunning of ander document invoeren. Importeer je producten uit een lidstaat van de EU dan zijn er bijna geen beperkingen. De import en handel in namaakartikelen is altijd verboden.

3. Kies je rol

Als importeur koop je zelf producten bij een buitenlandse leverancier voor eigen gebruik of wederverkoop. Verkoop je de producten, dan leg je voorraden aan en bepaal je zelf je winstmarge. Als handelsagent zoek je in opdracht van een buitenlands bedrijf naar klanten in je thuismarkt. Je koopt niet zelf in maar je bemiddelt. Bekijk de verschillen tussen importeur en handelsagent en kies je rol.

4. Vind de producteisen

Ieder product dat op de markt komt moet veilig zijn. Daarom zijn er verschillende producteisen. Zo moeten veel technische en consumentenproducten een CE-markering hebben. En importeer je bijvoorbeeld levensmiddelen? Dan zijn er eisen voor voedselveiligheid.

Je bent verantwoordelijk voor het afvalbeheer van de producten die je in Nederland importeert. Dit heet Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV). Voor verschillende producten zijn extra wetten en regels.

IMVO

Als importeur moet je letten op de wetten en regels voor Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO). IMVO richt zich op het voorkomen en verminderen van risico’s voor milieu, mens, dier en maatschappij. Lever je bijvoorbeeld geïmporteerde producten aan grotere bedrijven die zich aan de verplichte duurzaamheidsrapportage moeten houden? Dan moet je kunnen vertellen onder welke arbeidsomstandigheden deze zijn gemaakt en wat de impact op het milieu is. Steeds meer mensen, overheden en bedrijven willen duurzame en eerlijke producten. Begin daarom nu al met de eerste stappen voor IMVO.  

5. Vind je leverancier

Soms vind je toevallig een leverancier. Bijvoorbeeld tijdens je vakantie in het buitenland. Ben je op zoek naar een leverancier, dan heb je verschillende mogelijkheden. Bezoek bijvoorbeeld een vakbeurs of vraag hulp aan het ambassadenetwerk van de Nederlandse overheid. Houd rekening met cultuurverschillen. Wil je met een nieuwe leverancier zakendoen? Onderzoek dan of je leverancier eerlijk zaken doet en betrouwbaar is. En of diens bedrijf financieel gezond is. Vraag voordat je een bestelling plaatst om samples. Zo zie je of het product voldoet aan je kwaliteitseisen.

6. Vraag een offerte aan

Vraag je leverancier om een duidelijke offerte. Onderhandel eventueel over de offerte en vraag als dat nodig is om een aanpassing. Kijk of in de offerte ook iets staat over de Incoterms®. Dit zijn standaard afspraken met je leverancier over het vervoer van de goederen. Je spreekt met Incoterms® af wie van beiden het vervoer regelt. En wie het risico draagt van schade aan de goederen tijdens het vervoer.

7. Bepaal het transport

Vervoer kan over de weg, per spoor, over water en door de lucht. Elke manier van vervoer heeft voor- en nadelen. Wil je snel een pakketzending ontvangen uit het buitenland? Dan kies je voor express vervoer. Voor transport met verschillende vervoermiddelen en vervoersbedrijven kun je een expediteur inschakelen. Expediteurs zijn transportbemiddelaars. Ze regelen het vervoer van je goederen. En ze zorgen bij zendingen van buiten de EU voor het inklaren bij de douane.

8. Verdiep je in betalingsvormen

Met je leverancier spreek je af hoe je betaalt. Bij betaling achteraf loop je als importeur geen risico. Het risico ligt dan bij de leverancier. Wanneer je beiden meer zekerheid wilt, kies je voor betaling met documenten. Nadat de leverancier de juiste documenten zoals een vervoersdocument of oorsprongscertificaat aan je geeft, betaal je de goederen. De Letter of Credit (L/C) is een betalingsvorm op basis van documenten. Laat je door je bank adviseren over de betalingsvorm die het beste bij je inkoop past.

9. Denk aan verzekeringen

Een vervoerder is tot een maximum bedrag per kilo aansprakelijk voor de schade die tijdens het vervoer ontstaat. Bij overmacht is een vervoerder helemaal niet aansprakelijk. Een transportverzekering biedt dan uitkomst. Je verzekeren tegen productaansprakelijkheid is handig als je producten uit landen buiten de Europese Economische Ruimte (EER) importeert. Of als je een product onder private label op de markt brengt. Lees meer over verzekeringen bij internationaal zakendoen.

10. Denk aan aangifte bij de douane

Standaardregel is dat je niet langs de douane hoeft als je importeert uit een ander EU-land. Je hebt wel douanedocumenten nodig als je producten importeert uit Italië en vervoert via Zwitserland. Zwitserland is geen EU-lidstaat. Dit is ook zo als je importeert uit een uitzonderingsgebied van de EU, zoals de Canarische Eilanden. Bij import van producten uit landen buiten de EU geef je de goederen voor invoer aan bij de douane. Meestal doet een douanevertegenwoordiger zoals een logistiek dienstverlener of douane-expediteur dit voor je.

11. Houd rekening met importbelastingen

Je betaalt geen invoerrechten voor producten die je importeert uit een EU-land. Controleer wel hoe het zit met de btw-regels binnen de EU. Als importeur krijg je meestal een factuur met 0% btw van je leverancier uit het andere EU-land. Je berekent de Nederlandse btw en geeft deze aan in je btw-aangifte. Je betaalt invoerrechten als je importeert uit landen buiten de EU. Hoeveel invoerrechten je betaalt hangt af van de goederencode van het product. Importeer je producten uit en gemaakt in een land waarmee de EU een handelsverdrag heeft? Dan betaal je vaak minder of geen invoerrechten met een oorsprongsdocument of oorsprongsverklaring. Behalve invoerrechten betaal je ook btw bij invoer.

12. Regel de importdocumenten

Als je producten uit het buitenland importeert, heb je importdocumenten nodig. Bij importzendingen uit andere EU-landen is een transportdocument, factuur en paklijst meestal voldoende. Voor sommige producten heb je extra documenten of toestemming nodig. Voor zendingen uit niet-EU-landen heb je vaak meer documenten nodig. Bijvoorbeeld douanedocumenten, oorsprongsdocumenten, gezondheidscertificaten of invoervergunningen. Zoek in Access2Markets op welke documenten je nodig hebt voor de invoer van je product uit een land buiten de EU.

13. Maak een kostprijsberekening

Met een kostprijsberekening zie je welke kosten je maakt als je het product naar Nederland haalt. En welke prijs je moet vragen om er ook nog iets aan te verdienen. Directe kosten zijn kosten die direct bij het product horen, zoals de inkoopprijs, kosten voor transport en invoerrechten. Bij indirecte kosten horen je vaste bedrijfskosten, zoals reclamebudget, reiskosten en het salaris van personeel.

14. Leg afspraken vast

Heb je alle kosten en het hele importproces helder? Dan kun je een inkooporder plaatsen. Leg de afspraken met je leverancier bijvoorbeeld vast in een contract. Zo weten jullie beiden elkaars rechten en plichten. Een contract geeft duidelijkheid en is handig bij een meningsverschil. Vraag of een jurist het contract nakijkt voordat je ondertekent. Gebruik een distributieovereenkomst of agentuurovereenkomst als je een samenwerking aangaat als distributeur of handelsagent.

Wat overgaan van loondienst naar ZZP doet met je pensioen

Als je ZZP’er wordt of juist in loondienst gaat, verandert je pensioenopbouw. Je pensioen moet je als zelfstandige bijna altijd zelf regelen. In loondienst doet je werkgever dat. Maar hoe werkt pensioenopbouw als je in loondienst werkt en ook een eigen zaak hebt? Hier lees je wat er verandert.

Als ondernemer kies je zelf hoe je pensioen wilt opbouwen. Dat is anders dan wanneer je in loondienst bent. Laat je pensioenvormen op elkaar aansluiten. Zo kom je aan het einde van de rit geen pensioen te kort en kun je na je pensioen blijven leven zoals je wilt.

Over je pensioen

Het Nederlandse pensioensysteem bestaat uit drie delen, de pensioenpijlers, die je naast elkaar kunt opbouwen. Hoe je dit doet hangt van je situatie af. Dit zijn ze:

  • Pijler 1: De AOW is een minimum basispensioen van de overheid voor iedereen. Hoeveel AOW je krijgt hangt af van hoeveel jaar je in Nederland hebt gewoond of gewerkt.
  • Pijler 2: Pensioenopbouw in loondienst via je werkgever of verplichte opbouw als zelfstandige.
  • Pijler 3: Aanvullende pensioenvoorzieningen. Die regel je zelf.

Op mijnpensioenoverzicht.nl zie je wat je al aan AOW en pensioen bij werkgevers hebt opgebouwd.

Pensioenopbouw berekenen

In Nederland kun je over het eerste deel van je inkomen geen aanvullend pensioen opbouwen. Dat is de AOW-franchise. Na het bereiken van je pensioenleeftijd ontvang je over dit deel AOW.
Het restant van je inkomen heet premiegrondslag. Daarmee bereken je de jaarruimte. De jaarruimte is het bedrag waarover je met een belastingvrijstelling pensioen kunt opbouwen. Hoe je de jaarruimte berekent lees je hier.

In loondienst plus een bedrijf

Werk je op hetzelfde moment in loondienst en als zelfstandige? Dan bouw je bijna altijd via je werkgever pensioen op bij een pensioenfonds. Alleen als het niet in de CAO staat, hoeft de werkgever geen pensioenregeling aan te bieden. Wat je aan pensioen hebt opgebouwd blijft staan tot je met pensioen gaat.

Onderzoek of de pensioenregeling een nabestaandenpensioen heeft voor als je overlijdt. Je gehuwde of je geregistreerd partner heeft automatisch recht op nabestaandenpensioen als dat in de regeling staat. Woon je samen? Dan moet je zelf je partner aanmelden bij het pensioenfonds. Anders loopt je partner mogelijk (een deel van) jouw pensioen mis.

Als zelfstandige bepaal je meestal zelf of je over je bedrijfsinkomen pensioen opbouwt. Dat kun je doen door bijvoorbeeld te sparen bij de bank of met een lijfrente. De Belastingdienst telt voor de aftrekmogelijkheden je pensioenopbouw in loondienst en als zelfstandige bij elkaar op. Let op deze zaken:

Pensioengat

Een pensioengat is een financieel gat op het moment dat je met pensioen gaat. Je hebt dan minder pensioen opgebouwd dan voor jou mogelijk was. In de praktijk heb je een pensioengat als je pensioen uitkomt op minder dan 70% van je laatstverdiende salaris. Bereken hier of dat voor jou zo is.

Een pensioengat mag je aanvullen tot een bepaald maximumbedrag per jaar. Dit doe je door geld te storten op een bankrekening. Of met een verzekeringsproduct voor je pensioen zoals een lijfrente. Het gespaarde bedrag mag je aftrekken voor de inkomstenbelasting. Daardoor is deze vorm van sparen fiscaal extra aantrekkelijk. Het maximale bedrag dat je per jaar mag storten en aftrekken van de inkomstenbelasting, heet je jaarruimte. Voor het bedrag dat je boven de jaarruimte spaart, krijg je geen belastingaftrek.

Privépensioen tijdelijk stopzetten

Wil je de pensioenpremies van je privépensioen als ondernemer tijdelijk stopzetten of afkopen? Dat is een overweging als je in loondienst gaat en een werkgeverspensioen gaat opbouwen. Je kunt ook dubbel blijven opbouwen, maar dan loop je kans dat je boven je jaarruimte komt. Vraag na of stopzetten mogelijk is bij je pensioenverstrekker en bekijk de voorwaarden.

Fiscale oudedagsreserve (FOR)

Maakte je tot 2023 gebruik van de fiscale oudedagsreserve (FOR)? De FOR is een nog onbelast bedrag op de balans van je bedrijf. Je kunt een lijfrente of ander verzekeringsproduct kopen en de FOR met de waarde daarvan laten dalen. Hier moet je wel het geld voor hebben. Je kunt de FOR ook laten staan. Staat er bij beëindiging van je bedrijf nog een FOR? Dan moet je over dat bedrag inkomstenbelasting betalen.

Van loondienst naar ZZP’er

Als je in loondienst werkt, bouw je bijna altijd pensioen op bij een pensioenfonds. Dat bedrag blijft staan tot je met pensioen gaat, ook als je ZZP’er wordt. Als zelfstandig ondernemer moet je meestal zelf maatregelen nemen om pensioen op te bouwen. In het artikel Pensioen opbouwen voor ondernemers lees je hier meer over.

Voor een aantal beroepen geldt een verplicht bedrijfstakpensioenfonds of beroepspensioenfonds.

Onderzoek of de pensioenregeling een nabestaandenpensioen heeft voor als je overlijdt. Gehuwden en geregistreerd partners hebben automatisch recht op nabestaandenpensioen als dat in de regeling staat. Woon je samen? Dan moet je zelf je partner aanmelden bij het pensioenfonds. Anders loopt je partner mogelijk (een deel van) jouw pensioen mis.

Op mijnpensioenoverzicht.nl bekijk je wat je via de AOW en de verplichte pensioenregelingen al aan pensioen hebt opgebouwd.

Van ZZP’er naar loondienst

Je stopt met ondernemen en gaat in loondienst werken. Dan ga je meestal pensioen opbouwen via je werkgever. Dit is een pensioen in de tweede pijler. Je kunt een lopende privé-pensioenvoorziening of spaarproduct door laten lopen volgens de regels van het pensioenproduct. Onderzoek of je totale opbouw binnen de belastingvrijstelling blijft. Alles daarboven is niet aftrekbaar. Schakel eventueel hulp in van een onafhankelijk financieel adviseur of pensioenadviseur. Let op het volgende:

Lijfrente

Heb je een lijfrente aangekocht voor je pensioen? Een (bancaire) lijfrente mag je niet overzetten naar je werkgeverspensioen. Je kunt de lijfrente wel afkopen tot een bepaald bedrag. Heb je meer opgebouwd dan het maximumbedrag? Dit kun je doen:

  1. Je laat de lijfrente premievrij bestaan. De lijfrente blijft staan, maar je legt geen premie meer in. De lijfrente blijft wel rendement opleveren tot je met pensioen gaat.
  2. Je gaat door met premie inleggen als je dat wilt en kunt. De belastingvoordelen die je als zelfstandige had, vallen weg.

Privé banksparen

Heb je geld gespaard bij een bank op een open of geblokkeerde spaarrekening? Dan betaal je mogelijk belasting in Box 1 of Box 3:

  • Bij een geblokkeerde spaarrekening staat je geld tijdens de looptijd vast op de bankrekening. Je kunt niet opnemen, wel storten. Als je het geld op de bankrekening inlegt, mag je het aftrekken van de belasting. Het bedrag dat vaststaat is vrijgesteld van belasting. Op het moment dat het bedrag vrijkomt, betaal je er belasting over in Box 1.
  • Heb je een open spaarrekening? Het bedrag staat dan op een open rekening waarvan je altijd geld kunt opnemen. Dan telt de Belastingdienst dit op bij je vermogen in Box 3. Je betaalt er belasting over.

Fiscale oudedagsreserve (FOR)

Maakte je tot 2023 gebruik van de fiscale oudedagsreserve (FOR)? De FOR is een nog onbelast bedrag op de balans van je bedrijf. Je kunt een lijfrente of ander verzekeringsproduct kopen en de FOR met de waarde daarvan laten dalen. Je moet hier wel het geld voor hebben. Staat er bij beëindiging van je bedrijf nog een FOR? Dan moet je over dat bedrag inkomstenbelasting betalen.

Belasting betalen bij uitkeren

Pensioenopbouw tot het bedrag van de jaarruimte is aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Bij de uitkering van het opgebouwde pensioen moet je over het uitbetaalde bedrag belasting betalen. Daarbij gelden de belastingtarieven die op dat moment voor jou van toepassing zijn.

Hoe je van een contract/overeenkomst afkomt

Een contract mag je niet zo maar verscheuren. Op deze vijf manieren kun je een overeenkomst wel stopzetten.

1 Ontbinden

Als een partij de afspraken niet nakomt, is dat een tekortkoming. Bijvoorbeeld als je een blauwe auto koopt, maar later blijkt dat die alleen in het groen leverbaar is. Die tekortkoming kan zwaar genoeg zijn om een contract te ontbinden, bij voorkeur schriftelijk.

Je moet leveringen en betalingen over en weer ongedaan maken. Daarvoor hoef je niet naar de rechter, tenzij de andere partij moeilijk doet.

2 Opzeggen

Je kunt een contract beëindigen door het op te zeggen. Een langlopende overeenkomst, zoals een huurcontract, kun je op die manier beëindigen. Je zit daar dus niet eeuwig aan vast.

Opzegvoorwaarden staan vaak in de overeenkomst of algemene voorwaarden. Het is verstandig het contract schriftelijk op te zeggen.

3 In goed overleg

Een overeenkomst kun je beëindigen in onderling overleg. Ondanks bepalingen in een contract of algemene voorwaarden, kun je zo samen met de andere partij een overeenkomst verscheuren.

Zet dat op schrift zodat je daar ook bewijs van hebt. Vergeet ook niet dat je dat document ondertekent, samen met de andere partij.

4 Vernietigen

Een overeenkomst kun je zelf of via de rechter laten vernietigen. Heb je een contract gesloten waarbij je bent bedrogen of heb je moeten tekenen onder bedreiging? Dan kun je de overeenkomst nietig verklaren door de andere partij een verklaring te sturen.

Kom je daar onderling niet uit, dan kun je de rechter vragen het contract te vernietigen. Dit geldt ook als je zo bent misleid, dat je met de juiste kennis en informatie nooit de overeenkomst zou hebben gesloten.

5 Einde contractperiode

Soms spreek je af dat een contract een bepaalde periode duurt. Na afloop van die periode eindigt de overeenkomst meestal vanzelf.

Wees op je hoede, want bij arbeids- en huurovereenkomsten moet je dat vaak wel schriftelijk bevestigen. Doe je dat niet, dan bestaat de kans dat de overeenkomst doorloopt. 

Gedeeltelijk ontbinden

Volledige beëindiging van een overeenkomst is niet altijd de gewenste oplossing. Zo is het ook mogelijk een overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden.  Ook kun je afspraken tijdelijk bevriezen of de prijs in een overeenkomst aanpassen.

In een contract, of in apart bijgeleverde algemene voorwaarden, kun je aangeven wanneer de overeenkomst wordt opgeschort of ontbonden. Ook kun je benoemen wanneer dat juist niet kan. Een voorbeeld daarvan is overmacht.

BTW op inkoopfacturen

Voorbelasting verrekenen. 
Indien u als ondernemer goederen of diensten van een andere ondernemer afneemt, wordt hierover BTW in rekening gebracht. Deze BTW kunt u vervolgens verrekenen in uw aangifte omzetbelasting als voorbelasting. Uw bedrijf moet dan uiteraard zelf ook BTW-belaste prestaties verrichten.

Factuureisen. 
Voor de verrekening van deze ‘inkoop-BTW’ stelt de fiscus wel een aantal eisen. Zo moet u beschikken over een factuur van uw leverancier die aan de factuurvereisten voldoet. Denk hierbij aan het opnemen op de factuur van een juiste tenaamstelling van zowel de leverancier als de afnemer, het BTW-nummer van de leverancier, zijn KvK-nummer, alsmede een uniek factuurnummer. 
Let op!
Als de inkoopfactuur niet aan de factuurvereisten voldoet, dan mag de daarop vermelde BTW niet worden verrekend.

Waar gaat het vaak mis? 
Met name de tenaamstelling van de afnemer gaat in de praktijk nog wel eens mis. Uw leverancier hanteert wellicht gewoon uw privénaam en realiseert zich niet dat deze levering op naam van uw bedrijf moet plaatsvinden. Of u heeft uw privénaam geregistreerd in een webshop en doet nu een zakelijke bestelling.

Juridische naam. 
Maar welke naam moet u nu eigenlijk precies hanteren? Het gaat hierbij om de naam van de onderneming waaraan het BTW-nummer is verstrekt. Deze komt overeen met uw inschrijving bij de KvK. Een factuur op naam van u als ondernemer of op naam van één van de vennoten van een samenwerkingsverband is dus niet juist. 
Let op! Bij een vennootschap onder firma is ook het achtervoegsel Vof noodzakelijk.

Coulanceregeling fiscus

Vereenvoudigde factuur. 
Het niet voldoen aan de factuurvereisten is niet altijd direct een probleem. Zo bestaat er allereerst een coulanceregeling voor facturen tot een bedrag van € 100,- (inclusief BTW). Voor dergelijke kleine facturen mag worden volstaan met een vereenvoudigde factuur, hetgeen ook een kassabon mag zijn. Hierop moet het volgende zijn vermeld:

  • factuurdatum;
  • naam en adres van leverancier;
  • welke goederen of diensten zijn geleverd;
  • het te betalen btw-bedrag.

Kassabonnen
De meeste kassabonnen zullen aan deze eisen voldoen. Zodoende zijn dergelijke bonnen bij bedragen tot € 100,- voldoende om aanspraak te kunnen maken op aftrek van de daarop vermelde BTW.

Brandstofbonnen. 
Voor brandstofbonnen geldt dat deze ook boven de grens van € 100,- op basis van een kassabon acceptabel zijn. Wel moet de betaling gedaan zijn met uw zakelijke bankpas, creditcard of tankpas.

Daarnaast blijkt uit de rechtspraak en uitlatingen van de staatssecretaris dat lichte gebreken ook niet per definitie noodlottig zijn voor de aftrek van BTW. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het ontbreken van het KvK-nummer van de leverancier of zijn adres. Als eenvoudig is vast te stellen welke leverancier de goederen of diensten heeft geleverd, is dit geen probleem.

Wilt u er zeker van zijn dat de BTW op uw inkoopfacturen verrekenbaar is, dan moet de factuur op de juridische naam van uw onderneming (zoals ingeschreven bij de KvK) staan. Voldoet de factuur niet aan de voorwaarden, wacht dan met betalen en vraag uw leverancier een nieuwe, juiste factuur uit te reiken.

Het urencriterium: de magische 1.225 uur

1.225 uur; voor ondernemers een haast magisch getal. Want werk je minimaal 1.225 uur per jaar aan je bedrijf, dan heb je recht op belastingvoordeel, zoals starters- en zelfstandigenaftrek. Dit kan je duizenden euro’s per jaar opleveren. Het minimum van 1.225 uur heet het urencriterium. Lees waaraan je precies moet voldoen en of je ook belastingvoordeel krijgt als je het urencriterium niet haalt.

Via de OndernemersCheck kom je erachter of je je belastingaangifte als ondernemer moet invullen. Als dat zo is en je werkt ook nog eens minimaal 1.225 uur per jaar aan je bedrijf, dan heb je recht op belastingvoordeel. Ook wel ondernemersaftrek genoemd.

Het gaat om deze vier belastingvoordelen:

  • Zelfstandigenaftrek
    In 2024 mag je 3.750 euro van je winst aftrekken.
  • Startersaftrek
    Krijg je zelfstandigenaftrek? Dan mag je binnen de eerste vijf jaar na de start van je bedrijf ook drie keer de startersaftrek gebruiken. In 2024 is de startersaftrek 2.123 euro. Zodra je AOW krijgt mag je nog maar de helft van dit bedrag aftrekken voor zelfstandigen- en startersaftrek.
  • Meewerkaftrek
    Als je fiscale partner meewerkt in je bedrijf, heb je misschien recht op meewerkaftrek. Je fiscale partner is degene met wie je je belastingaangifte doet. Meewerkaftrek houdt in dat je een percentage van je winst mag aftrekken. Hoeveel dit precies is, hangt af van het aantal uren dat je partner meewerkt.
  • Aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk
    Doe je met je bedrijf onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten? Dan kun je recht hebben op aftrek via de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO).

Uren die meetellen

Alle uren die je besteedt aan je eigen bedrijf mag je meetellen voor het urencriterium. Dat zijn de uren die je werkt voor een opdrachtgever. En de tijd die je besteedt aan je administratie, onderhoud van je website en klanten werven. Ook de uren die je maakt om de start van je bedrijf voor te bereiden, tellen mee.

Het urencriterium loopt over een kalenderjaar, dus je telt van januari tot en met december. Het maakt niet uit wanneer je je bedrijf bent begonnen. Ook als je bijvoorbeeld op 1 juli start, moet je in dat jaar minimaal 1.225 uur aan je bedrijf werken als je gebruik wilt maken van de belastingvoordelen.

Uren bijhouden

Je mag je uren bijhouden zoals jij dat wilt. Dat kan een overzicht in Excel zijn, een app of je boekhoudsoftware. Maar als je bijvoorbeeld een winkel of praktijk hebt die vijf dagen per week open is, maken je openingstijden al duidelijk dat je voldoet aan het urencriterium. Je hoeft dan geen uren bij te houden.

De Belastingdienst controleert soms of je inderdaad 1.225 uur of meer aan je bedrijf hebt gewerkt. Daarom moet je je administratie zeven jaar bewaren. Met bijvoorbeeld e-mails of je agenda kun je laten zien wanneer je afspraken had. Administratie over onroerend goed moet je zelfs tien jaar bewaren.

Aannemelijk

Het aantal uren dat je besteedt aan je bedrijf moet passen bij je omzet. De Belastingdienst noemt dit ‘aannemelijk’. Het is niet aannemelijk dat je amper omzet hebt als je 1.225 uur hebt gewerkt.

Maar ben je net gestart met je bedrijf, dan maak je meer niet-betaalde uren. Bijvoorbeeld omdat je nog klanten moet vinden. Dat accepteert de Belastingdienst in het begin. Bestaat je bedrijf langer? Dan moet je ook meer omzet hebben.

Zwangerschapsverlof

Ben je met zwangerschapsverlof geweest? Dan mag je de uren van die zestien weken meetellen voor het urencriterium. Je telt dan het gemiddeld aantal uren dat je normaal werkt per week.

Arbeidsongeschikt

Als je een arbeidsongeschiktheidsuitkering krijgt, hoef je maar 800 uur aan je bedrijf te besteden om aan het urencriterium te voldoen. Dat geldt voor mensen met een Wajong-, WIA-, WAO-, WAZ- of Ziektewetuitkering.

Vof, maatschap en bv

Ook als je een vof of maatschap hebt, kun je profiteren van de belastingvoordelen voor ondernemers. Het urencriterium van 1.225 uur geldt dan per persoon. Elke vennoot of maat geeft dat zelf door aan de Belastingdienst. Het kan dus zijn dat de ene vennoot of maat wel voldoet aan het urencriterium en de andere niet.

In een bv kun je geen ondernemersaftrek gebruiken.

Parttime ondernemer

Als je parttime ondernemer bent, kan het een uitdaging zijn om het urencriterium te halen. Want ook voor ondernemers met een kortere werkweek is het urencriterium 1.225 uur. Heb je langer dan vijf jaar een bedrijf? Dan geldt ook nog dat je per kalenderjaar meer tijd moet besteden aan je bedrijf dan aan andere werkzaamheden. Zoals een baan in loondienst.

Mkb-winstvrijstelling

Besteed je in een kalenderjaar minder dan 1.225 uur aan je bedrijf? Dan kun je geen gebruikmaken van starters- en zelfstandigenaftrek.

Maar ben je wel ondernemer voor de inkomstenbelasting, dan heb je in 2024 wel recht op de mkb-winstvrijstelling van 13,31%. Hiervoor geldt het urencriterium namelijk niet. De Belastingdienst verwerkt de mkb-vrijstelling automatisch wanneer je als ondernemer aangifte inkomstenbelasting doet.

Schulden oplossen als ondernemer

Je hebt problematische schulden als je op korte en lange termijn niet meer in staat bent aan je financiële verplichtingen te voldoen. Deze situatie wordt ook wel insolventie genoemd.

Bij een problematische financiële situatie, kun je hulp krijgen van bijvoorbeeld een boekhouder, accountant of jurist. Of neem contact op met het KVK Adviesteam voor informatie, kort advies of doorverwijzing. Ook het Ondernemersklankbord (OKB) kan je adviseren en coachen.

Kun je jouw schulden nu of binnenkort niet meer betalen, dan zijn er verschillende opties om mogelijk van je kort- en langlopende schulden af te komen. Van een Minnelijk traject, de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wsnp), de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) tot Faillissement en Surseance van betaling. Welke schuldregeling past bij jouw situatie en wat betekent dit voor jou? Loop door het Stroomschema Schulden en zie welke mogelijkheden er zijn om jouw geldproblemen aan te pakken.

Het Stroomschema Schulden (zie afbeelding) geeft je inzicht in de verschillende trajecten. Het schema is een vereenvoudiging van de werkelijkheid.

Heeft iemand anders jouw faillissement aangevraagd?

Heeft iemand jouw faillissement aangevraagd? Je kunt verweer voeren tegen de faillissementsaanvraag. Je moet dan met een verweerschrift aantonen dat je niet gestopt bent met betalen. In de oproep voor de zitting staat binnen welke termijn het verweerschrift en de bijlagen binnen moeten zijn. Heeft de rechter je faillissement uitgesproken en was je niet bij de zitting aanwezig? Onderneem dan snel actie. Je hebt namelijk twee weken de tijd om in verzet te gaan na de dag van de uitspraak door de rechtbank. Was je wel bij de uitspraak aanwezig en ben je het niet met de rechter eens? Dan heb je acht dagen de tijd om in hoger beroep te gaan.

Welke rechtsvorm heb je?

Naast je financiële situatie is de rechtsvorm van je bedrijf van invloed op de mogelijkheden van je traject. We onderscheiden twee groepen rechtsvormen:

  1. Natuurlijke personen.
    Eenmanszaak, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, maatschap.
  2. Rechtspersonen.
    Besloten vennootschap, naamloze vennootschap, vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en stichting.

Hieronder staat aangegeven of een traject geschikt is voor natuurlijke personen en/of rechtspersonen.

Minnelijk traject

Het minnelijk traject is een vrijwillige betalingsregeling die buiten de rechter om gaat. Je kunt dan door met je bedrijf. Je kunt dit minnelijk traject zelf regelen door het maken van afspraken met je schuldeiser of via een schuldhulpverlener. Op basis van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) hebben gemeenten de taak om ondernemers met schulden, die vallen in de categorie ‘natuurlijk persoon’, te helpen met hun problematische schuldensituatie. Binnen 18 maanden betaal je zoveel mogelijk schulden terug. Als er na 18 maanden nog schuld overblijft, kan dit worden kwijtgescholden door de schuldeisers.

  • Voor wie: natuurlijke personen en rechtspersonen.
  • Kosten: Als je het minnelijk traject aangaat via de gemeente of een door de gemeente ingeschakelde organisatie, dan draagt de gemeente de kosten voor dit minnelijk traject. Vraag je advies aan een commerciële schuldhulpverleningsorganisatie, dan zijn daar mogelijk kosten aan verbonden.
  • Wat als het minnelijk traject niet lukt of niet mogelijk is? Dan kun je zelf daarna alsnog de Wsnp of faillissement aanvragen.

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen

De Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (Wsnp) is een wettelijk schuldsaneringstraject om je schulden op te lossen. De Wsnp is alleen voor natuurlijke personen. Je vraagt de rechtbank in je woonplaats om toelating tot de Wsnp. Aan toelating zijn voorwaarden verbonden. De gemeente kan je bijvoorbeeld helpen aan een verklaring waaruit blijkt dat een minnelijk traject niet is gelukt. Zo’n verklaring is een voorwaarde voor toelating tot de Wsnp. Als de rechter je toelaat tot de Wsnp, maakt de rechtbank een saneringsplan. Hierin staat het bedrag dat je moet terugbetalen in 18 maanden. Je krijgt dan een bewindvoerder. Vaak stopt de bewindvoerder jouw onderneming. Als je je aan alle verplichtingen van de Wsnp houdt, krijg je van de rechter aan het eind van de afgesproken periode een schone lei. Dit betekent dat je de schulden die overblijven niet meer hoeft te betalen.

  • Voor wie: natuurlijke personen. Ook als een schuldeiser je faillissement aanvraagt, kun je de rechter verzoeken om omzetting naar de Wsnp.
  • Kosten: de vergoeding voor een bewindvoerder wordt verrekend in je afbetalingsregeling. De uiteindelijke hoogte hiervan is afhankelijk van de complexiteit van de zaak.
  • Wat als de Wsnp niet lukt? Als je je niet houdt aan de verplichtingen van de Wsnp kan de rechter jouw faillissement uitspreken.

Wet Homologatie Onderhands Akkoord

Sinds 1 januari 2021 hoeven bedrijven met hoge schulden met de komst van de Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) niet meer failliet te gaan. De WHOA helpt bedrijven die door hoge schulden failliet dreigen te gaan. Als faillissement dreigt, kun je zelf een traject starten. Kosten voor de begeleiding van een WHOA-traject kunnen echter een belemmering zijn voor kleine(re) zelfstandige ondernemers. Schuldeisers, aandeelhouders, personeelsvertegenwoordiging of de ondernemingsraad kunnen ook een WHOA-traject starten. Een WHOA-traject kan vijf à zes weken duren maar kan ook enkele maanden in beslag nemen. Er zijn twee soorten WHOA-akkoorden; een reorganisatie-akkoord en een liquidatie-akkoord.

Wet Homologatie Onderhands Akkoord
• Voor wie: natuurlijke personen en rechtspersonen.
• Kosten: advieskosten en juridische kosten voor de begeleiding van een WHOA-traject. Voor een eenmanszaak worden de totale kosten geschat op ongeveer 8.000 euro. Voor de overige rechtsvormen is dit ruim 10.000 euro. Mogelijk komen hier nog extra accountantskosten en kosten voor waardering/taxatie van je bezittingen bij.
• Wat als WHOA niet lukt? Dan volgt een faillissement.

Als je de WHOA gebruikt, kun je ook een TOA-krediet aanvragen van maximaal 100.000 euro. Dit is een lening voor de herstart, uitbreiding of aanpassing van je bedrijf.

Faillissement

Een faillissement is vaak de laatste optie. Je kunt zelf een faillissement bij de rechtbank aanvragen, maar iemand die nog geld van jou krijgt kan dit ook doen.
De rechter stelt vast of je als ondernemer gestopt bent met betalen van je schulden. De rechter bepaalt tijdens een zitting of de faillissementsaanvraag terecht is. Je kunt je tijdens de zitting verdedigen, dat wordt ook ‘verweren’ genoemd. Als het faillissement eenmaal is uitgesproken door de rechtbank, kun je geen aanspraak meer maken op schuldsanering.
In een faillissementsprocedure benoemt de rechter een curator die alle beslissingen en je geldzaken van je overneemt. Een faillissementsprocedure kan jaren duren. De curator doet een betalingsvoorstel aan de schuldeisers. Er zijn dan twee mogelijkheden:

  1. De schuldeisers gaan akkoord met het voorstel van de curator. Dit heet een faillissementsakkoord. De schuldeisers krijgen dan een deel van hun vordering betaald. Na het einde van het faillissement kunnen de schuldeisers geen betaling afdwingen van het niet-betaalde deel van hun vordering.
  2. De schuldeisers of de rechtbank gaan niet akkoord met het voorstel van de curator. De curator verkoopt je bezittingen om de schuldeisers te betalen. Na het einde van het faillissement kunnen schuldeisers eisen dat je het niet-betaalde deel van hun vordering betaalt.

Als je te weinig bezittingen hebt voor het betalen van de kosten voor een curator en de administratie van het faillissement, eindigt het faillissement ‘wegens gebrek aan baten’. Je schulden blijven dan wel bestaan. In de toekomst kunnen schuldeisers zich alsnog melden voor het opeisen van hun vordering.

  • Voor wie: natuurlijke personen en rechtspersonen
  • Kosten: de curator betaal je met het geld dat nog beschikbaar is of uit je onderneming komt. Bijvoorbeeld door de verkoop van je voorraad en boedel. Of door het innen van openstaande rekeningen, ofwel je debiteuren. De rechtbank bepaalt het salaris van de curator. Het basisuurtarief van een curator is op 1 januari 2022 vastgesteld op € 229,60.

Surseance van betaling

In dit stroomschema is surseance van betaling niet opgenomen, omdat de slaagkans van deze regeling zeer klein is. En meestal volgt daarna faillissement. De WHOA is dan een beter alternatief.
Je kunt de rechtbank vragen om surseance van betaling. Dit betekent dat je uitstel van betaling aanvraagt. Als de rechtbank dit uitstel toekent, kunnen je schuldeisers hun schulden tijdens een periode van maximaal 1,5 jaar niet opeisen. Je krijgt een bewindvoerder van de rechter. Een bewindvoerder beheert de goederen van een persoon en regelt alle financiële zaken.

Schuldhulpverlening

Heb je problematische schulden of heb je signalen dat het op korte termijn financieel misgaat? Neem dan contact op met je boekhouder, KVK, je gemeente of met een schuldhulpbureau om te onderzoeken wat je situatie is en welke mogelijkheden je hebt om je problemen op te lossen.

Werknemers belastingvrij belonen: WKR

Met de Werkkostenregeling (WKR) kun je geschenken, bedrijfsfeesten en vergoedingen (zoals kerstpakket, fietsplan, telefoonabonnement) aan je medewerkers geven, zonder daar belasting over te betalen. Maar er zijn wel wat voorwaarden:

Met de WKR mag je een percentage over het brutoloon van al je werknemers samen (loonsom) gebruiken om onbelaste vergoedingen te geven aan je medewerkers. Dat bespaart jou en je personeel geld. De meeste bedrijven hebben die afspraken vastgelegd onder het kopje ‘secundaire arbeidsvoorwaarden’ in contracten en ze staan ook in collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s).

In sommige gevallen geven bedrijven hun medewerkers zelf de keus waar ze een bepaald bedrag aan besteden. Zo krijgt de ene collega graag een fiets voor het woon-werkverkeer vergoed, terwijl een ander liever belastingvrij een sportschoolabonnement aanschaft.

Het percentage over de loonsom dat je voor zulke vergoedingen mag gebruiken, heet ‘de vrije ruimte’. In 2024 mag je 1,92 procent over de eerste 400.000 euro van de loonsom inzetten (dat is dus maximaal 7.680 euro). Boven de 400.000 euro is dat 1,18 procent. Sommige vrijstellingen, zoals reiskostenvergoedingen, hebben geen invloed op de vrije ruimte.

Vrije ruimte

Stel: je hebt vier medewerkers. De loonsom van je bedrijf bedraagt in totaal 182.400 euro. Dan mag je hen gezamenlijk iets meer dan 3.500 euro geven aan belastingvrije vergoedingen. Je hoeft trouwens niet elke collega exact hetzelfde bedrag te geven. De Belastingdienst accepteert per werknemer een vergoeding van maximaal 2.400 euro.

Het voordeel is dat jij en je personeel over die vergoeding geen belasting betalen. Ook gaat het loon van je werknemers niet omhoog door de vergoeding. Dat is gunstig voor medewerkers die recht hebben op inkomensafhankelijke bijdragen, zoals kindgebonden budget, huur-, zorg- of kinderopvangtoeslag.

80 procent belasting

Kom je met het geven van vergoedingen boven het bedrag van de vrije ruimte, dan betaal je daarover 80 procent belasting. Jij betaalt dat, niet je werknemer. 

“Die 80 procent klinkt fors”, zegt KVK-adviseur Gé Sletterink. “Maar het kan soms toch voordeliger uitpakken dan het geld uitbetalen alsof het salaris is, oftewel ‘verlonen’. Zeker als je werknemer in de hoge schijf van de inkomstenbelasting zit.” 

Extra geldbedrag

Je kunt de WKR niet alleen gebruiken voor personeelsfeesten, geschenken of vergoedingen. Je mag ook een extra geldbedrag aan je medewerkers overmaken. De kans is groot dat medewerkers blijer zijn met een geldbedrag dan met een duur personeelsfeest.

Gerichte vrijstellingen

Sommige onbelaste vergoedingen die je via de WKR regelt, hebben geen invloed op de vrije ruimte. Die mag je dus onbeperkt geven, zolang je voldoet aan bepaalde voorwaarden. Er bestaat geen maximaal bedrag voor gerichte vrijstellingen.

Onder die ‘gerichte vrijstellingen’ vallen bijvoorbeeld vergoedingen voor reiskosten (tot 23 cent per kilometer), abonnementskosten, maaltijden bij overwerk en het aanvragen van een verklaring omtrent gedrag (VOG). Ook kunnen je medewerkers onbelast gebruikmaken van apparatuur van de zaak, zoals een laptop of mobiele telefoon. Zelfs als ze deze werkapparatuur privé gebruiken, hoef je daar geen belasting over te betalen.

Noodzaak

Als je gebruikmaakt van de gerichte vrijstellingen, moet je rekening houden met het noodzakelijkheidscriterium. Dat betekent dat de vergoeding of verstrekking noodzakelijk is voor het werk dat je medewerker doet.

Dat geldt bijvoorbeeld als je de internetkosten van je medewerker vergoedt of een laptop beschikbaar stelt. Voor een werknemer die vaak onderweg belt, is een mobiele telefoon noodzakelijk. Als de Belastingdienst kan bewijzen dat het gebruik van die mobiele telefoon niet noodzakelijk is, dan moet je daarover alsnog belasting betalen. Of je vergoedt de telefoon onbelast vanuit de vrije ruimte van de WKR.