Schenkingen in 2021

In 2021 zijn de jaarlijkse belastingvrije bedragen tijdelijk met €1.000 verhoogd:
van €2.244 naar €3.244 en van €5.604 naar €6.604 (ouders aan kinderen).
Dit is besloten vanwege de coronacrisis.
De verhogingen gelden van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021. Daarna worden deze vrijstellingen weer lager.
Houd daar rekening mee als u een schenking wilt doen of krijgt.

Nieuw Coronasteunpakket

Het kabinet heeft veel van de huidige steun verlengd, uitgebreid of vergroot. Het nieuwe pakket zal 7,6 miljard euro kosten en geldt de eerste twee kwartalen tot 1 juli 2021.

In het kort:

TVL
– Gaat omhoog naar 85% bij een omzetverlies van 30% of meer.
– Het maximumbedrag TVL gaat omhoog naar 300.000 euro.
– Ook grotere organisaties (>250 werknemers) kunnen nu TVL aanvragen tot max 400.000 euro.
– Het minimale subsidiebedrag gaat omhoog van 750 naar 1500 euro.
– Detailhandel kan 21% (voorheen 5,6%) voorraadvergoeding aanvragen tot maximaal 200.000 euro.

NOW
– De subsidie gaat met 5% omhoog naar 85% van de loonsom.
– NOW aanvragen voor Q1 2021 kunnen vanaf 15 februari ingediend worden.

Tozo
De Tozo is verlengd en kan vanaf februari tot 1 maand eerder met terugwerkende kracht aangevraagd worden.

WKR
De WKR-verruiming is ook voor 2021 verlengd. Tot een loonsom van 400.000 euro mag 3% vrije ruimte gerekend worden.

Andere maatregelen:
– De periode uitstel van belasting aanvragen is tot 1 juli 2021 verlengd.
– DGA’s kunnen een lager gebruikelijk loon aanvragen bij omzetverlies.
– Er komt een garantiefonds voor evenementen.
– Ondernemers die gebruik maken van de TOA en WHOA kunnen mogelijk krediet krijgen voor een doorstart

Vaste Lasten Ondernemers
De Tegemoetkoming Vaste Lasten krijgt een fikse uitbreiding. Waar ondernemers voorheen bij 30% omzetverlies 50% van de vaste lasten vergoed konden krijgen (en 70% TVL bij 100% omzetverlies), krijg nu iedereen 85% TVL bij een omzetverlies van 30% of meer. Het maximumbedrag voor het MKB gaat ook omhoog van 90.000 euro naar 330.000 euro. Grotere ondernemingen kunnen vanaf nu ook aanspraak maken op de steun, omdat de eis van maximaal 250 medewerkers vervalt. Deze grote ondernemingen kunnen maximaal 400.000 euro subsidie ontvangen.

Kleinere ondernemingen, zoals de kapper- of pedicurezaak, krijgen ook extra ondersteuning. Het minimale subsidiebedrag gaat omhoog van 750 euro naar 1.500 euro. Om aanspraak te maken op de TVL heeft een onderneming wel minimaal 3.000 euro aan vaste lasten in een kwartaal nodig. Het kabinet onderzoekt nog of deze drempel verlaagd kan worden zodat meer kleine ondernemingen aanspraak kunnen maken op de regeling.

De voorraadvergoeding voor de detailhandel wordt verlengd en verhoogd. De subsidie zal in het eerste kwartaal van 2021 21% zijn van het vastelastenpercentage in de TVL (voorheen 5,6%). De voorraadvergoeding kan oplopen tot maximaal 200.000 euro.

NOW en TOZO
De subsidie voor loonkosten, de Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid, wordt verhoogd van 80% naar 85% van de loonsom. De loonsomvrijstelling- het deel van de loonsom dat een werkgever kan laten dalen zonder subsidieverlaging- blijft 10%. Aanvragen voor NOW-subsidie over het eerste kwartaal van 2021 kunnen vanaf 15 februari aangevraagd worden.

De tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is ook verlengd en kunnen ondernemers vanaf 1 februari ook met terugwerkende kracht voor de maand ervoor aanvragen. Een ondernemer kan dus op 1 februari een aanvraag doen met terugwerkende kracht voor Tozo vanaf 1 januari. Waar eerst sprake zou zijn van een vermogenstoets vanaf 1 april, heeft het kabinet besloten daarvan af te zien.

WKR
De vrije ruimte van de WKR voor de eerste 400.000 euro loonsom was in 2020 tijdelijk verhoogd van 1,7% naar 3%. Over het meerdere gold in 2020 een vrije ruimte van 1,2%. De tijdelijke verhoging naar 3% in de eerste schijf zal ook voor heel 2021 blijven gelden. De vrije ruimte in de tweede schijf, de loonsom boven 400.000, is wel gewijzigd voor 2021 naar 1,18%.

Uitstel van belasting
De periode waarin uitstel van belasting aangevraagd kan worden is verlengd tot 1 juli 2021. Ondernemers die al uitstel aangevraagd hebben, zijn automatisch verlengd tot 1 juli en ondernemers die nog geen uitstel hebben kunnen dat nu alsnog doen. De datum waarop de terugbetaling start is ook verlegd naar 1 oktober. Daarna krijgen ondernemers 36 maanden de tijd om de belastingschuld af te lossen.

Lager gebruikelijk loon
Wie DGA is van zijn of haar eigen onderneming kan het gebruikelijk loon lager vaststellen als de omzet met 30% of meer gedaald is vergeleken met 2019. De ondernemer mag bij het gebruikmaken van deze regeling de dividenduitkering aan zichzelf niet laten stijgen. De formule voor het berekenen van het lagere gebruikelijke loon is volgens de Belastingdienst als volgt: Gebruikelijk loon in 2021 = gebruikelijk loon over 2019 x (omzet exclusief BTW over heel 2021/ omzet exclusief BTW over heel 2019).

Garantiefonds evenementen
Het kabinet introduceert een garantiefonds voor evenementen. Organisatoren kunnen evenementen plannen voor na 1 juli, of wanneer het weer verantwoord is, met minder risico. Het kabinet werkt nog aan de precieze invulling.

Doorstart
Ondernemers die gebruik willen maken van de wet homologatie onderhands akkoord (WHOA), als onderdeel van het Time Out Arrangement, kunnen binnenkort gebruik maken van kredietfaciliteiten. Met een combinatie van WHOA en krediet hoopt het kabinet dat bedrijven een doorstart kunnen maken als de situatie beter is om banen te behouden. Ook kijkt het kabinet naar het kwijtschelden van (belastingschulden) als onderdeel van de TOA. Naar verwachting is er pas in het tweede kwartaal meer bekend over deze regeling.

Belastingplan 2021: Wijzigingen Overdrachtsbelasting

Let op: dit besluit is nog niet definitief, de Eerste Kamer stemt er op 15 december over.

Kopers van 18 tot 35 jaar betalen eenmalig geen overdrachtsbelasting bij aankoop van een woning. Dat maakt de aankoop van een woning voor hen een stuk goedkoper. Vanaf 1 april 2021 geldt aanvullend dat de woning niet duurder mag zijn dan € 400.000.
Kopers van 35 jaar of ouder die in de woning gaan wonen, betalen 2%. 
LET OP! Beleggers gaan 8% betalen. (zie laatste alinea)
De overheid wil met deze maatregelen starters en doorstromers meer kansen geven op de woningmarkt.

Voorwaarden voor de startersvrijstelling overdrachtsbelasting
De koper moet voldoen aan een aantal voorwaarden om gebruik te maken van de vrijstelling overdrachtsbelasting.

  • De koper is meerderjarig (18) en jonger dan 35 jaar.
  • De koper koopt een woning.
  • De koper heeft de startersvrijstelling voor overdrachtsbelasting niet eerder ontvangen en verklaart dit schriftelijk.
  • De koper gaat zelf in de woning wonen (het zogenoemde hoofdverblijfcriterium) en verklaart dit schriftelijk.
  • De woning is niet duurder dan € 400.000 wanneer de overdracht na 31 maart 2021 is (tot die datum geldt deze woningwaardegrens niet).

Vrijstelling geldt bij overdracht woning vanaf 1 januari 2021
Het moment van overdracht bij de notaris is bepalend, niet het moment van tekening van de koopovereenkomst. De vrijstelling geldt wanneer de overdracht van een woning bij de notaris plaatsvindt op of na 1 januari 2021. Aanvullend geldt de vrijstelling vanaf 1 april 2021 alleen voor woningen goedkoper dan € 400.000.

1 van kopers 35 jaar of ouder: geen vrijstelling over eigen deel
De vrijstelling geldt voor iedere koper afzonderlijk. Is één van de kopers 35 jaar of ouder en de ander jonger dan 35 jaar? Dan betaalt de persoon van 35 jaar of ouder over zijn/haar deel 2% belasting. De persoon die jonger is dan 35 jaar betaalt geen belasting over zijn/haar deel (als hij/zij ook voldoet aan de andere voorwaarden).

Woning hoeft niet eerste koopwoning te zijn voor vrijstelling
Voor de vrijstelling maakt het niet uit of de koper al eerder een woning heeft gehad. De woning hoeft dus niet de eerste koopwoning van de koper te zijn voor de vrijstelling.

Koper heeft verklaring nodig voor vrijstelling
De koper heeft een schriftelijke verklaring nodig om gebruik te maken van de vrijstelling van overdrachtsbelasting. Daarin verklaart de koper dat hij aan bepaalde voorwaarden voor de vrijstelling voldoet. Dat is de voorwaarde van zelfbewoning en de voorwaarde dat de vrijstelling niet eerder is gebruikt. De koper geeft de verklaring af aan de notaris.

8% overdrachtsbelasting vanaf 2021 als woning niet hoofdverblijf is
Kopers betalen vanaf 1 januari 2021 8% overdrachtsbelasting als ze niet zelf in de woning gaan wonen. Bijvoorbeeld als ze de woning:

  • verhuren;
  •  als vakantiewoning gebruiken;
  • voor een kind kopen.

Wie gebruik wil maken van de vrijstelling, moet de nieuwe woning als hoofdverblijf gebruiken. Dat betekent dat de koper zich inschrijft bij de gemeente en er ook zijn leven opbouwt (zoals sportactiviteiten, school, gebedshuis, kinderopvang, vrienden, familie). Dit kan maar 1 woning zijn. Om die reden vallen tweede woningen en vakantiehuizen, ook als zij niet worden verhuurd, ook onder het 8% tarief. Wooncoöperaties betalen geen 8% overdrachtsbelasting maar 2% wanneer zij huizen van woningcorporaties overkopen.

Belastingplan 2021: Wijzigingen Box 3

Let op: dit besluit is nog niet definitief, de Eerste Kamer stemt er op 15 december over.

Box 3: wat blijft hetzelfde en wat verandert er?
Iedereen die in 2020 meer vermogen heeft dan € 30.846 (of € 61.692 met fiscaal partner), betaalt hier belasting over. Dit is vermogen uit bijvoorbeeld spaargeld of kleine beleggingen. Vanaf 2021 verandert dit. Dan betaal je pas belasting bij een vermogen van € 50.000 (of een vermogen van € 100.000 met fiscale partner).

Manier van belasting berekenen blijft hetzelfde
In 2021 blijft de manier van belasting berekenen in box 3 hetzelfde. Er blijven 3 schijven in box 3. Ook blijft de Belastingdienst rekenen met een vaste vermogensmix per schijf. De vermogensmix is de verhouding tussen sparen en beleggen.

Vermogensgrens hoger in de 3 schijven
Box 3 werkt met 3 schijven om belasting te berekenen. Vanaf 2021 veranderen de grenzen van de 3 schijven. Tot en met €50.000 is dan vrijgesteld van belasting. Dat is het heffingsvrij vermogen. Boven deze €50.000 gelden de volgende schijven:

  • Schijf 1 loopt vanaf 2021 van €50.000 tot €100.000 (2020: €30.849 tot €103.643).
  • Schijf 2 loopt vanaf 2021 van €100.000 tot € 1.000.000 (2020: €103.643 tot €1.036.418).
  • Schijf 3 begint vanaf € 1.000.000 (2020: vanaf €1.036.418).

De Belastingdienst werkt met percentages per schijf over de oplopende opbrengst. Voor fiscale partners zijn het heffingsvrije vermogen en de schijfgrenzen het dubbele van de hierboven genoemde bedragen.

Vermogensmix blijft hetzelfde
De Belastingdienst blijft rekenen met een vaste vermogensmix per schijf. Daarbij gaan zij ervan uit dat spaarders een deel van hun vermogen sparen en een deel beleggen. De Belastingdienst gebruikt hierin een vaste verhouding per schijf (de vermogensmix). De vermogensmix blijft hetzelfde in 2021.

  • In schijf 1 gaat de Belastingdienst uit van 67% spaargeld en 33% beleggingen.
  • In schijf 2 gaat de Belastingdienst uit van 21% spaargeld en 79% beleggingen.
  • In schijf 3 gaat de Belastingdienst uit van 100% beleggingen.

Voor het deel spaargeld en het deel beleggingen in de vermogensmix gelden percentages over de opbrengst.

Percentages opbrengst uit vermogen aangepast
Vanaf 2021 wordt er 0,03% rendement berekend over het spaargedeelte (0,07% in 2020). Over het beleggingsdeel wordt 5.69% rendement berekend (5,28% in 2020). Beide percentages zijn dus iets aangepast. Wel blijven deze percentages forfaitair. Dat wil zeggen dat ze gelden voor iedereen in box 3. Ongeacht hoeveel opbrengst iemand haalt uit spaargeld of kleine beleggingen.

Het tarief van de box 3-belasting gaat omhoog
Iedereen die in 2021 een vermogen heeft van €50.000 of meer, betaalt vanaf 2021 31% belasting over de opbrengst uit vermogen. In 2020 is dat 30%.

Nieuwe schijfgrenzen niet van invloed op toeslagen
De nieuwe schijfgrenzen zijn niet van invloed op het wel of niet krijgen van toeslagen. Zoals zorgtoeslag, huurtoeslag of kindgebonden budget. Daar gelden andere vermogensgrenzen voor. De nieuwe schijfgrenzen zijn ook niet van invloed op de eigen bijdrage in de langdurige zorg (vermogensinkomensbijtelling).

Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)

Heeft u omzetverlies door de coronamaatregelen? En moeite om de vaste lasten van uw mkb-onderneming te betalen? Dan kunt u via de regeling Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) subsidie aanvragen.

Vanaf vandaag kunnen ondernemers uit alle bedrijfssectoren een aanvraag doen voor de tweede periode (Q4 2020) van de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). Nieuw is dat bedrijven voor subsidie voor het vierde kwartaal van 2020 geen specifieke SBI-code hoeven te hebben. Alle SBI-codes komen in aanmerking, met uitzondering van krediet- en financiële instellingen. Hierdoor kunnen meer ondernemers een beroep doen op de TVL.Omdat steeds meer bedrijven hun omzet zien teruglopen door de verscherpte en aanhoudende coronamaatregelen, stelt het kabinet de TVL open voor alle getroffen mkb-bedrijven. Zij moeten uiteraard wel aan de voorwaarden voldoen.

Wie kan TVL aanvragen?
De TVL is voor ondernemers uit alle bedrijfssectoren die door de coronacrisis in de problemen komen met het betalen van hun vaste lasten. Een bedrijf mag maximaal 250 medewerkers hebben en moet op 15 maart 2020 ingeschreven staan in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel. Het bedrijf moet meer dan 30% omzetverlies hebben. De vaste lasten moeten minimaal € 3.000 per 3 maanden zijn, volgens de het percentage vaste lasten dat bij de SBI-code hoort. Daarnaast moet het bedrijf minstens één andere vestiging hebben dan het privéadres van de ondernemer. De uitzonderingen hierop zijn horecaondernemingen en ambulante handel, net als in de eerste periode van de TVL.Ondernemers kunnen de TVL nog 3 keer aanvragen, telkens voor een periode van 3 maanden. Voor iedere periode moeten ze een nieuwe aanvraag doen. Bedrijven kunnen in elke periode voor het eerst de TVL aanvragen, ook als ze de voorgaande periode geen aanvraag deden of niet in aanmerking kwamen.

Wijzigingen
De belangrijkste verschillen met de eerdere subsidieperiode zijn:

  • Voor het vierde kwartaal van 2020 (TVL Q4 2020) komen ondernemers uit alle bedrijfssectoren met alle SBI-codes in aanmerking, met uitzondering van krediet- en financiële instellingen (eerder: alleen ondernemers met een SBI-code die voorkwam op een lijst met vastgestelde SBI-codes).
  • Een ondernemer moet minimaal € 3.000 vaste lasten hebben in 3 maanden (eerder: € 4.000 in 4 maanden).
  • Voor TVL Q4 2020 (oktober t/m december) geldt nog de grens van minimaal 30% omzetverlies. Vanaf de derde periode gaat de grens van het omzetverlies in stappen omhoog.
  • De subsidie bedraagt minimaal € 750 en maximaal € 90.000 (eerder: minimaal € 1.000 en maximaal € 50.000).

Steunpakket horeca
Daarnaast is er besloten dat voor TVL Q4 2020 horecagelegenheden eenmalig een aanvullende subsidie krijgen. Dit bedrag komt bovenop de TVL-subsidie. Vanaf medio november kunnen gesloten horecagelegenheden de TVL aanvragen en komen ze direct ook in aanmerking voor de aanvullende subsidie.

Evenementenbranche krijgt een vast bedrag
Ondernemers en toeleveranciers in de evenementenbranche krijgen in het vierde kwartaal van 2020 een vast bedrag, op basis van hun TVL-subsidie in de zomermaanden. Deze aparte module wordt nog verder uitgewerkt en komt later beschikbaar.

Adviestool
De website www.rvo.nl/tvl biedt een Adviestool waarmee ondernemers kunnen zien of ze in aanmerking komen en welk bedrag ze mogelijk kunnen aanvragen.

Deadline
Aanvragen kan tot en met 29 januari 2021, 17:00 uur. 

Corona-Steunpakket 3: in fases afbouwen

In het derde steunpakket zijn de NOW, TVL en de Tozo in aangepaste vorm verlengd van 1 oktober tot eind juni 2021. Het voornemen is de verschillende regelingen de komende maanden te versoberen en af te bouwen. De eerder aangekondigde vermogenstoets bij een Tozo-aanvraag, gaat pas in april 2021 in. Die toevoeging aan de Tozo vindt het kabinet op dit moment ongepast door de uitbreiding van beperkende maatregelen.
 

Wat zijn de voorgenomen veranderingen ten opzichte van steunpakket 2?
Bij de NOW 3 gaat de minimale omzetdaling omhoog. Ook komt er een inspanningsplicht voor de werkgever om mensen die hun baan verliezen naar nieuw werk te begeleiden.

Om aanspraak te maken op de verlengde TVL moet je minimaal 3.000 euro omzetverlies hebben geleden in 3 maanden in plaats van 4.000 euro in 4 maanden. Het nieuwe pakket loopt van 1 oktober 2020 tot en met 30 juni 2021, de aanvraagperiode verschilt per regeling.

Zowel de NOW 3 als de verlengde TVL worden in de plannen in 3 periodes van 3 maanden verdeeld, waarin de voorwaarden per tijdvak worden aangepast.

NOW 3
De NOW voorziet in een tegemoetkoming in de loonkosten en is verlengd van 1 oktober 2020 tot eind juni 2021 onder de naam NOW 3. De regeling wordt in 3 tijdvakken van elk 3 maanden opgedeeld. Voor elk tijdvak kun je de keuze maken of je een aanvraag doet. De referentiemaand voor alledrie de tijdvakken vanaf 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021 is juni 2020.

Doel van de NOW 3 is werkgelegenheid zo veel mogelijk te behouden, maar ook werkgevers en werknemers voor te bereiden op ‘de nieuwe economische situatie’, aldus het kabinet.

Een aantal voorwaarden zijn gewijzigd per 1 oktober 2020. Nog niet alle voorwaarden zijn uitgewerkt tot eind juni volgend jaar, maar op dit moment is dit al duidelijk:

Inspanningsplicht omscholing bij ontslag
Bedrijven die werknemers ontslaan maar zich niet inspannen om die werknemers naar nieuw werk te begeleiden, krijgen een korting van 5% op hun NOW-uitkering. Deze korting komt in de plaats van de ontslagboete uit eerdere versies van de NOW-regeling.

Percentage minimale omzetdaling gaat omhoog
Vanaf januari stijgt de minimale omzetdaling om in aanmerking te komen voor de NOW. Van oktober tot en met december 2020 kunnen bedrijven met minimaal 20% omzetverlies aanspraak maken. Vanaf januari 2021 moet je minimaal 30% minder omzet draaien om NOW te mogen ontvangen.

Vergoeding gaat omlaag
Binnen de NOW 2 werd tot 90% van de loonsom vergoed. Met ingang van de NOW 3 vanaf oktober gaat dat omlaag naar 80%, vanaf januari 2021 naar 70% en vanaf april 2021 naar 60%. Daartegenover staat dat je de loonsom ook geleidelijk mag laten dalen (met per tijdvak 10%, 15% en 20%) zonder dat je subsidie moet inleveren.

Subsidiekorting geschrapt
Je krijgt geen korting meer op je subsidie als sprake is van ontslag om bedrijfseconomische redenen.

Lagere maximale vergoeding in tijdvak 3
Het maximaal te vergoeden loon per werknemer zal in het derde tijdvak (april, mei, juni 2021) worden verlaagd naar maximaal 1x het dagloon. Binnen de NOW 1 en 2 was dat 2x het dagloon

Aanvragen
UWV voert de regeling uit. Vanaf 16 november 2020 is aanvragen (met terugwerkende kracht) mogelijk voor de periode oktober t/m december 2020. Meer informatie over de NOW lees je op onze NOW-pagina.

Tozo 3
De Tozo krijgt opnieuw een vervolg, met aangepaste voorwaarden. Binnen het derde steunpakket loopt de Tozo 3 door tot eind juni 2021. De regeling is aan te vragen tussen 1 oktober 2020 en 30 juni 2021.

Net als bij de Tozo 1 en 2 bestaat de Tozo 3 uit een tegemoetkoming voor levensonderhoud en een mogelijkheid voor het aanvragen van bedrijfskrediet (tot maximaal 10.157 euro voor Tozo 1,2 en 3 gezamenlijk). Net als bij de Tozo 1 en 2 neemt je woongemeente de aanvraag in behandeling. De startdatum van de aanvraagmogelijkheid kan per gemeente verschillen.

Vermogenstoets uitgesteld
De partnertoets die bij de Tozo 2 werd geïntroduceerd blijft van kracht in de Tozo 3. Het plan was daar een vermogenstoets aan toe te voegen, maar die voorwaarde is uitgesteld tot 1 april 2021. Met de invoering van nieuwe strengere coronamaatregelen vindt het kabinet een vermogenstoets op dit moment niet gepast.

Hulp bij arbeidsmarktoriëntatie
Tozo 3-ontvangers kunnen aanspraak maken op coaching, advies, bij- of omscholing en heroriëntatie. Die extra steun wordt gefaciliteerd door gemeenten, die daarvoor geld ontvangen. Doel is ondernemers die afhankelijk zijn van een Tozo 3-uitkering te helpen bij oriëntatie op de arbeidsmarkt. Dit plan wordt de komende maanden verder uitgewerkt.

Na juni 2021
Eind juni 2021 eindigt de Tozo. Vanaf 1 juli wordt de bijstand voor zelfstandigen (Bbz) opnieuw ingesteld. Ook die regeling loopt via gemeenten.
Lees hier meer over de voorwaarden van de Tozo.

TVL
De TVL, die voorziet in een tegemoetkoming voor vaste lasten, is met aangepaste voorwaarden verlengd tot eind juni 2021. Om de verlenging te bekostigen is 600 miljoen euro uitgetrokken. De looptijd wordt ingedeeld in 3 periodes van 3 maanden, waarvoor afzonderlijk een aanvraag gedaan moet worden bij RVO.

RVO maakt binnenkort bekend wanneer TVL 2 kan worden aangevraagd, dus voor de periode tot en met 31 december 2020.

Wie vanaf januari opnieuw steun nodig heeft, kan een nieuwe aanvraag doen voor de periode januari t/m maart 2021. De laatste periode omvat de maanden april, mei en juni. Het omzetverlies wordt vastgesteld door de maanden waarvoor de aanvraag geldt te vergelijken met diezelfde maanden in 2019. Dat geldt voor alle aanvraagperiodes.

Regeling wordt stapsgewijs afgebouwd
Vanaf 1 januari 2021 wordt de grens voor omzetverlies stapsgewijs verhoogd. Tot 31 december 2020 geldt de huidige grens van minimaal 30% omzetverlies. De nieuwe grenspercentages worden later bekendgemaakt.

Minimum van 3.000 euro in 3 maanden
Om aanspraak te maken op de TVL moet je minimaal 3.000 euro aan vaste lasten hebben in 3 maanden. In het tweede steunpakket was dat 4.000 euro in 4 maanden.

Maximum naar 90.000 euro
Het maximale bedrag wat je aan subsidie kunt ontvangen is verhoogd van 50.000 naar 90.000 euro.

Meer weten?
De overige voorwaarden blijven van kracht. Kijk voor meer informatie op de TVL-pagina. De eerste versie van de TVL (periode 1 juni 2020 t/m 1 oktober 2020) is met terugwerkende kracht tot en met vrijdag 30 oktober aan te vragen.

Regeling belasting terugbetalen
Aanvragen van uitstel of verlenging van het uitstel was mogelijk tot 1 oktober. Daarmee loopt voor alle ondernemers het uitstel uiterlijk op 1 januari 2021 af. Voor het aflossen van de opgebouwde belastingschuld is er een ‘ruimhartige aflossingsregeling’ van 36 maanden (termijnen), vanaf 1 juli 2021. In het voorjaar van 2021 ontvangen ondernemers een brief van de belastingdienst met een voorstel voor een betalingsregeling. Voor die aflossingsperiode van 36 termijnen blijft de invorderingsrente op 0,01% staan. In totaal is bij bijna 13 miljard euro aan uitstaande belastingschulden om uitstel verzocht.

UBO-Register

UBO staat voor ‘Ultimate Beneficial Owners’, dit zijn natuurlijke personen die meer dan 25% van het economisch belang in een organisatie hebben of zeggenschap hebben over een organisatie. Denk aan personen die meer dan 25% van de aandelen hebben in een bv. Of personen die meer dan 25% direct of indirect eigendomsbelang hebben in een vof of maatschap.

Het UBO-register komt voort uit Europese regelgeving. Het moet gaan bijdragen aan het voorkomen van het gebruik van het financiële stelsel voor witwaspraktijken en terrorismefinanciering. Het maakt transparanter wie aan de touwtjes trekt bij organisaties die in Nederland zijn opgericht. Zo kunnen personen hun financieel-economische criminaliteit niet meer verhullen achter juridische entiteiten. Daarnaast kunnen personen en organisaties door de openbaarheid van het register beter geïnformeerd besluiten met wie zij zaken doen.

Voor o.a. een BV en VOF is dit ook van toepassing!
Voor eenmanszaken geldt GEEN opgaveplicht.
In de brief die je van KVK krijgt (of al hebt gekregen) staat hoe je de UBO’s kan inschrijven. Dit kan online (www.kvk.nl/ubo), via een formulier (post) of via de notaris.

Belangrijk:
– Alleen de tekenbevoegden binnen je organisatie mogen UBO’s inschrijven.
– Inschrijven kan vanaf 27 september.
– Je hebt tot 27 maart 2022 de tijd om dit te regelen.
– Registratie is gratis.

Heb je meerdere organisaties waar dit voor geldt? Dan moet je per organisatie UBO-opgave doen.

Inzage
Wettelijk is bepaald dat een deel van de UBO-gegevens openbaar is. Iedereen mag deze gegevens inzien. Het gaat om de volgende gegevens:
– voor- en achternaam
– geboortemaand en –jaar
– nationaliteit
– woonland
– de aard en omvang van het belang
KVK geeft aan dat de verwerking van persoonsgegevens in het UBO-register conform de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zal gebeuren.

Een deel van de UBO-gegevens zijn niet openbaar. Deze kunnen uitsluitend worden ingezien door bevoegde autoriteiten (zoals het Openbaar Ministerie). Zij gebruiken deze gegevens om onderzoek te doen naar het gebruik van het financiële stelsel voor witwaspraktijken en terrorismefinanciering.

Prinsjesdag 2020: Plannen van de regering en de gevolgen voor ondernemers

Afgelopen dinsdag maakte het kabinet de plannen voor komend jaar bekend. Hierbij een overzicht van belangrijkste gevolgen voor onze klanten.

LET OP: Het betreft slechts voorstellen. Niet alles is al volledig uitgewerkt en Inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door zowel de Tweede als de Eerste Kamer.

MAATREGELEN COVID-19
Coronareserve
Om op een vroeger moment een verwacht verlies dat verband houdt met de gevolgen van de coronacrisis over 2020 te verrekenen (en daarmee de liquiditeitspositie te verbeteren), is onder voorwaarden al goedgekeurd dat belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting over het boekjaar 2019 (of het gebroken boekjaar dat uiterlijk eindigt op 31 maart 2020) een fiscale reserve kunnen vormen (coronareserve). Belastingplichtigen voor de vennootschapsbelasting kunnen deze coronareserve vormen voor het coronagerelateerde verlies dat zich naar verwachting in het boekjaar 2020 voordoet. De coronareserve verlaagt de winst over 2019 en daardoor kan op korte termijn (een deel van) de betaalde belasting over 2019 terug gekregen worden, of hoeft (een deel van) de belasting over 2019 niet meer te worden betaald. Met dit voorstel wordt de al bestaande goedkeuring van de Staatssecretaris in wetgeving omgezet.

Let op! De coronareserve mag niet groter zijn dan de winst van het jaar 2019 en ook niet groter dan het totale verwachte verlies in het jaar 2020 en zal in het volgende boekjaar (na vorming) geheel tot de winst moeten worden gerekend.
Ook kan de vorming van een coronareserve gevolgen hebben voor de uitwerking van andere regelingen in de vennootschapsbelasting (bijv. de earningstrippingmaatregel).

Vrijstelling Subsidie vaste lasten
Medio 2020 heeft het kabinet de ‘Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19’ (TOGS ) vervangen door de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (ook wel tegemoetkoming vaste lasten (TVL) genoemd). Het Belastingplan 2021 regelt dat dit voordeel vrijgesteld is van inkomsten- en vennootschapsbelasting. De bepaling treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2020.

Vrijstelling TOGS
Ondernemers die directe schade ondervonden van de coronamaatregelen, konden in een deel van 2020 profiteren van de regeling TOGS. Dit voordeel betrof een eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 om de vaste lasten te betalen. In het Belastingplan 2021 is opgenomen dat dit voordeel onbelast is.

Onbelaste bonus voor zorgprofessional
Verschillende zorgprofessionals hebben in hun werk (in)direct de gevolgen van de uitbraak van de coronacrisis ondervonden. Het kabinet wil dat deze zorgprofessionals een bonus krijgen van € 1.000 zonder dat zij daarover inkomstenbelasting betalen. Werkgevers kunnen deze bonus onder voorwaarden ook onbelast verstrekken aan anderen dan eigen werknemers. Daarbij valt te denken aan ingeschakelde zelfstandigen en extern ingehuurd schoonmaakpersoneel. De instellingen kunnen de zorgmedewerkers welke niet bij hun in dienst zijn en in aanmerking komen voor de bonus aanmelden bij de Minister van VWS. Deze betaalt dan de bonus en daarover verschuldigde eindheffing aan de instellingen en de instellingen betalen de bonus door aan de medewerkers. Daarbij dienen de instellingen wel schriftelijk aan de zorgmedewerkers te melden dat de belasting over de bonus al is betaald. Aan deze schriftelijke mededeling worden verder geen aanvullende voorwaarden gesteld.

Let op! De “werkgever” moet over de bonus aan anderen dan eigen werknemers in principe 75% eindheffing toepassen.

MAATREGELEN ONDERNEMINGEN
Hoge Vpb-tarief gaat toch niet omlaag
De lagere tariefschijf in de vennootschapsbelasting wordt vanaf volgend jaar in twee stappen verhoogd naar € 245.000 in 2021 en € 395.000 in 2022. Maar de eerder aangekondigde verlaging van vennootschapsbelasting over winsten in de tweede schijf, van 25% naar 21,7%, gaat niet door. Voor kleine bedrijven (met een winst tot € 245.000 in 2021) gaat deze belasting wel omlaag van 16,5 naar 15%.

Versnelde afbouw zelfstandigenaftrek
De eerder geplande afbouw van de zelfstandigenaftrek wordt versneld. In 2021 daalt de zelfstandigenaftrek van € 7.030 naar € 6.670. Tot 2028 bedraagt de jaarlijkse verlaging € 360, in 2028 € 390 en daarna tot 2036 jaarlijks € 110. Als achtergrond van deze versnelde verlaging wordt verwezen naar de bevindingen van de Commissie Borstlap die heeft aangegeven dat het verschil tussen werknemers en zelfstandigen dient te worden verkleind. Andere punten uit het rapport van de Commissie zijn niet in de plannen terug te vinden.

Let op! Uiteindelijk zal de zelfstandigenaftrek in 2036 nog maar € 3.240 bedragen.

Baangerelateerde Investeringskorting
Bij nota van wijziging op het Belastingplan 2021 zal het kabinet per 1 januari 2021 een Baangerelateerde Investeringskorting (BIK) voorstellen. De BIK laat ondernemers een percentage van de gedane investeringen in mindering brengen op de loonheffing. Het kabinet wil deze korting tijdelijk invoeren per 2021 als crisismaatregel. Na afloop van de BIK zal deze budgettaire ruimte worden gebruikt voor een nader te bepalen maatregel met hetzelfde doelbereik (het verlagen van werkgeverskosten).

MAATREGELEN WERKGEVER
Vrije ruimte 2020 gaat omhoog, maar in 2021 omlaag
Voor 2020 wordt de vrije ruimte voor de werkkostenregeling (WKR) met terugwerkende kracht verruimd van 1,7% naar 3% voor de eerste € 400.000 fiscale loonsom. Werkgevers kunnen daardoor hun werknemers extra tegemoetkomen, bijvoorbeeld door het verstrekken van een cadeaubon. Een en ander was al in het Besluit noodmaatregelen coronacrisis beleidsmatig goedgekeurd.

Let op! Vanaf 1 januari 2021 wordt de vrije ruimte over de loonsom boven de € 400.000 verlaagd van 1,2% naar 1,18%.

Scholingskosten ex-werknemer ook vrijgesteld
Vanaf 1 januari 2021 mag een werkgever in beginsel de scholingskosten van een ex-werknemer vergoeden, zonder dat deze werknemer daarover inkomstenbelasting moet betalen. Het is dan niet langer van belang of sprake is van tegenwoordige of vroegere arbeid. De opleiding of studie moet gevolgd worden voor een toekomstig beroep en mag niet zien op onderhoud en verbetering van kennis en vaardigheden om de dienstbetrekking te vervullen of vanwege persoonlijke redenen, zoals een hobby. Daartoe is een extra gerichte vrijstelling opgenomen.

Aanpassingen pensioenen
De AOW-leeftijd blijft in 2021 66 jaar en 4 maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd jaarlijks, tot aan 67 jaar in 2024.
In het kader van de uitwerking van het Pensioenakkoord komt de regering in 2021 met wetsvoorstellen zodat duidelijker wordt:
• wat mensen aan premie voor hun pensioen inleggen;
• wat ze aan vermogen opbouwen;
• hoeveel hun pensioen later wordt.

Ook is het de bedoeling dat het pensioen sneller meebeweegt met de economie. Dat wil zeggen omhoog als het economisch goed gaat en omlaag als economisch slechter gaat. Uiterlijk 2026 zou Nederland moeten overgaan op het nieuwe pensioenstelsel.

Let op! Doel is dat uiterlijk 2026 het nieuwe pensioenstelsel in werking treedt. De aanpassingen moeten nog in wetsvoorstellen vastgelegd worden.

MAATREGELEN ONROEREND GOED
Startersvrijstelling overdrachtsbelasting
Starters op de woningmarkt worden onder voorwaarden vrijgesteld van overdrachtsbelasting. Zij moeten hiervoor 18 tot 35 jaar zijn (lees: tot en met 34 jaar), een (recht op een) woning verkrijgen en de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken. Ook mag de vrijstelling niet eerder zijn benut. Of aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt beoordeeld ten tijde van de verkrijging (het passeren van de akte). Bij een gezamenlijke aankoop van een woning, moet men de toepassing van de vrijstelling per persoon bekijken. Mogelijk geldt voor het aandeel van de ene koper een vrijstelling en voor het aandeel van de andere koper niet.

Let op! In het huidige voorstel kunnen ook jonge doorstromers gebruik maken van deze startersvrijstelling. Als zij aan alle voorwaarden voldoen, kunnen ze de vrijstelling toepassen bij een volgende aankoop.

Beperking verlaagd tarief
Het verlaagde tarief van de overdrachtsbelasting van 2% geldt enkel nog voor natuurlijke personen die een woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gaan gebruiken. De verkrijger moet direct voorafgaand aan de verkrijging schriftelijk verklaren dat dit de intentie is. De Belastingdienst zal achteraf controleren of de verkrijger de woning inderdaad voor langere tijd als hoofdverblijf is gaan gebruiken. De fiscus kan de toepassing van het verlaagde tarief daardoor terugdraaien (met belastingrente en evt. een boete). De Belastingdienst zal wel rekening dienen te houden met onvoorziene omstandigheden, zoals een scheiding of overlijden.

Overdrachtsbelasting verhoogd naar 8%
Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting wordt verhoogd van 6% naar 8%. Dit tarief geldt voor alle nietwoningen en voor woningen die door de verkrijger niet of slechts tijdelijk als hoofdverblijf worden gebruikt. Dus bijvoorbeeld voor vakantiewoningen, woningen die ouders kopen voor hun kind, bedrijfspanden, en verkrijgingen van woningen door niet-natuurlijke personen zoals rechtspersonen (bijvoorbeeld een bv of woningcorporatie).

Tip: houd rekening met een verhoging van het algemene tarief van de overdrachtsbelasting per 2021 naar 8%. Zorg zo mogelijk voor overdracht in 2020; dat scheelt overdrachtsbelasting.

MAATREGELEN AUTO EN MOBILITEIT
Verhoging BPM tarieven
De CO2 -schijfgrenzen van de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) worden verlaagd met 4,2%. Daarnaast vindt een indexatie van de tarieven plaats, gevolgd door een verhoging met 4,38%. Dit alles om de belastinggrondslag aan te laten sluiten aan de (verwachte) technologische ontwikkelingen.

Let op! Rijden met een vervuilende dieselauto wordt ook duurder door een aanscherping van de CO2 -grens en een verhoging van het tarief voor de dieseltoeslag.

Lagere bijtelling zonnecel-auto’s
Voor nieuwe emissievrije auto’s zoals elektrische auto’s is in 2020 de bijtelling 8% van de cataloguswaarde tot een bedrag van € 45.000 en 22% voor zover de cataloguswaarde voornoemd bedrag overschrijdt. In 2021 geldt voor deze auto’s een bijtelling van 12% over € 40.000 en 22% over het meerdere. Anders dan voor elektrische auto’s geldt voor een waterstof-auto geen maximale catalogusprijs waarop de lagere bijtelling van toepassing is, de lagere bijtelling geldt over de volledige cataloguswaarde.

Het kabinet stelt nu voor om ook voor zonnecelauto’s dezelfde regeling te introduceren als voor waterstofauto’s. Een bijtelling van 12% in 2021 berekend over de volledige cataloguswaarde. Een zonnecelauto is een elektrische auto met geïntegreerde zonnepanelen.

Tip: Voor auto’s met een waterstofmotor geldt nu al over de volledige cataloguswaarde een verlaagde bijtelling wegens privégebruik. Voor zonnecelauto’s geldt dat vanaf 2021.

MAATREGELEN PARTICULIEREN
Aanpassingen voor box 3, sparen en beleggen
Om de belastingdruk op kleinere vermogens te verzachten, wordt voorgesteld het heffingsvrije vermogen in box 3 te verhogen van € 30.846 naar € 50.000 (voor partners samen van € 61.692 naar € 100.000). Ook worden de schijfgrenzen opnieuw vastgesteld, waarbij de 2e schijf begint bij een vermogen van € 100.000 en de 3e schijf bij € 1.000.000. Om dit pakket deels te dekken, wordt het belastingtarief in box 3 verhoogd van 30% naar 31%. \Doordat het belastbaar inkomen in box 3 vanwege de verhoging van het heffingsvrije vermogen voor iedereen daalt, heeft dit een neerwaarts effect op het verzamelinkomen. Om te voorkomen dat hierdoor meer aanspraak gemaakt kan worden op een (hogere) toeslag (of andere inkomens- en vermogensafhankelijke regelingen), wordt voorgesteld om de vermogenstoets voortaan te baseren op de rendementsgrondslag in box 3. Dit is de grondslag sparen en beleggen in box 3 vóór vermindering met het heffingvrije vermogen ).

De inspecteur moet voortaan het bedrag van de rendementsgrondslag, voor zover deze meer bedraagt dan € 31.340, vaststellen in een voor bezwaar vatbare beschikking die wordt opgenomen op de aanslag IB, ook in gevallen waarbij vermoedelijk geen belasting verschuldigd is. Een bezwaar tegen de beschikking bedrag rendementsgrondslag geldt ook als een bezwaar tegen de belastingaanslag en omgekeerd. Dit is slechts anders indien uit het bezwaarschrift anders blijkt.

Tarieven inkomstenbelasting 2021
Belastingplichtigen die aan het begin van 2021 nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, krijgen in 2021 naar verwachting met de volgende tariefschijven te maken.

Deze percentages zijn inclusief premies volksverzekeringen. Voor wie andere premies volksverzekeringen gelden, is een andere tariefstructuur van toepassing.

Gewijzigde heffingskortingen
Hierin zijn alleen de wijzigingen in heffingskortingen opgenomen zoals vermeld in de Memorie van toelichting van het Belastingplan 2021. Deze betreffen Belastingplichtigen die jonger zijn dan de AOW-leeftijd. Voor AOW-gerechtigden gelden lagere maxima.

Gewijzigde ouderenkorting
De ouderenkorting voor AOW-gerechtigden wordt extra verhoogd. De alleenstaande ouderenkorting ondergaat slechts een inflatiecorrectie.

Proportionaliteit kinderopvangtoeslag
Als de kosten van kinderopvang door de ouder slechts gedeeltelijk zijn betaald, wordt het recht op toeslag voortaan vastgesteld naar rato van het bedrag aan kosten dat tijdig is betaald. Het volledige bedrag aan toeslag wordt dus niet langer teruggevorderd. Dit is een wettelijke vastlegging van de uitspraken van de Raad van State sinds oktober 2019. Ook krijgt de Belastingdienst/Toeslagen de bevoegdheid om bij bijzondere omstandigheden de terugvordering van kinderopvangtoeslag te matigen. Voorts komt er meer ruimte voor belanghebbenden om hun zienswijze kenbaar te maken bij het vaststellen van een definitieve beschikking. Er komt meer maatwerk.

Doelmatigheidsgrens toeslagen
Het terugvorderen van eerder verleende tegemoetkomingen of voorschotten wordt beperkt. Er wordt een koppeling gemaakt met de doelmatigheidsgrens voor de inkomstenbelasting. Door de Belastingdienst/Toeslagen terug te vorderen bedragen tot € 47 (bedrag 2020), worden niet meer geïnd.

Let op! De doelmatigheidsgrens geldt niet voor nabetalingen aan toeslaggerechtigden.

Toeslagpartnerschap
Vaak ontstaan problemen doordat burgers als toeslagpartners worden aangemerkt en daardoor toeslagen teruggevorderd worden. Voor gehuwde partners, waarvan er één wordt opgenomen in een verzorgingshuis, wordt het mogelijk om het partnerschap voor de toeslagen te beëindigen. Er komt ook een uitzondering voor twee personen die allebei een zakelijke huurovereenkomst met een derde hebben. Waarschijnlijk volgt later een uitzondering voor gedetineerden. Bovendien zal het partnerschap niet meer terugwerken naar het begin van het kalenderjaar. Het geldt pas vanaf de eerste dag van de volgende maand.

OVERIGE MAATREGELEN
Verlaging tarief verhuurderheffing
Het kabinet wil woningcorporaties verplichten de huurprijzen van huurders met een inkomen onder de inkomensgrenzen voor de huurtoeslag te verlagen. Zij krijgen hiervoor een tegemoetkoming in de vorm van een verlaging van de verhuurderheffing. Het tarief wordt verlaagd met 0,036 procentpunt.

LET OP: Nog niet 100% zeker!
Deze maatregelen komen uit de Troonrede, uit andere officiële Prinsjesdagstukken en uit het verwachte begrotingsakkoord 2021. De ingangsdatum van deze (wets)wijzigingen is dus nog niet definitief. Inwerkingtreding is afhankelijk van goedkeuring door de Tweede en Eerste Kamer.

Checklist: zo kan je bedrijf weer open

Stapsgewijs openen steeds meer bedrijven hun deuren. Mag jouw bedrijf open?
Zo ja, waar moet je dan aan voldoen?

  • Hygiëne,
  • 1,5 meter afstand
  • Groepsgrootte
  • Branchespecifieke maatregelen
  • Handhaving
    5 punten om rekening mee te houden als jij je klanten weer mag ontvangen.
De versoepeling van de coronamaatregelen geldt niet voor alle bedrijven. Bedrijven in de onderstaande sectoren blijven voorlopig verplicht gesloten:

  • casino’s en speelhallen
  • coffeeshops
  • binnensport
  • fitnessclubs
  • sauna’s en wellnesscentra
  • sekswerkers
  • sportkantines

Valt jouw bedrijf niet onder een van deze categorieën? Dan mag je zaak weer open, nu of vanaf 1 juni. Wel moet je je houden aan de RIVM-maatregelen. Dit komt neer op de volgende 5 punten:

1. Hygiëne

De hygiënemaatregelen gelden voor iedereen. Maak het jezelf en je klanten gemakkelijk om hieraan te voldoen:

  • Schud geen handen.
  • Was je handen regelmatig.
  • Zorg voor voldoende desinfecterende zeep en tissues voor je klanten.
  • Vraag klanten zoveel mogelijk contactloos of met pin te betalen.
  • Jij en je klant mogen zelf kiezen of jullie een niet-medisch mondkapje gebruiken. Mondkapjes zijn niet verplicht.
  • Laat de afspraak bij verkoudheidsklachten van jou of je klant niet doorgaan.

2. Afstand houden

De afstand tussen jou en je klant én je klanten onderling, moet minimaal 1,5 meter zijn. Dit laatste geldt niet voor contactberoepen, zoals kappers, pedicures en masseurs. Maak het je klanten mogelijk om deze afstand te bewaren. Ook buiten je bedrijf, als daar sprake is van wachtrijen. Je kunt hiervoor kijken naar de richtlijnen in het protocol verantwoord winkelen.

Voorbeelden van oplossingen om deze afstand te garanderen:

  • Een kapster met een kapsalon aan huis zet buiten een zitje neer om de 5 minuten wachttijd te overbruggen en de klantwisseling soepel te laten verlopen.
  • Een schilderdocent biedt haar leerlingen extra zekerheid met een persoonlijk materialenpakket.

3. Groepsgrootte

Vanaf 1 juni mogen horecagelegenheden, bioscoopzalen, theaters en concertzalen 30 personen ontvangen, inclusief personeel. Het is onduidelijk of deze versoepeling ook voor andere bedrijven geldt. Wel is duidelijk dat de activiteiten geen drukte mogen veroorzaken in de openbare ruimte en het openbaar vervoer.

Is groepsgrootte voor jouw bedrijf relevant? Zorg er dan voor dat de klant zich vooraf aanmeldt of reserveert. Je kunt dan beter sturen op aantallen en spreiding van je bezoekers. Daarnaast geeft het je de mogelijkheid direct bij je klant te informeren naar gezondheidsklachten en zo je risico’s te beperken.

Ook hiervoor zoeken ondernemers alvast naar bij hen passende oplossingen, zoals:

  • Een ondernemer die groepslessen verzorgt voor moeder en kind. Hij werkt met 2 parallelle groepen en laat de aanvangstijden van deze groepen verspringen om de deelnemers te spreiden. Op deze manier komen de 2 groepen elkaar niet tegen bij aanvang en einde van de les. Daarnaast heeft hij de looprichting naar de 2 lokalen gemarkeerd en schenkt hij geen koffie meer na afloop van de les.
  • Een muziekleraar die zijn lesgroepen splitst om voldoende afstand tussen zijn leerlingen mogelijk te maken. De 2 groepen krijgen dan om de week wisselend fysiek of digitaal les.

4. Branchespecifieke maatregelen

Voor verschillende branches zijn er aanvullende richtlijnen. Zo mogen vakantieparken open zijn, maar blijven de gemeenschappelijke was- en douchevoorzieningen tot 1 juli gesloten. En is het maken van een afspraak en een gezondheidscheck vooraf verplicht voor contactberoepen, horeca (met uitzondering van de terrassen), bioscopen en culturele instellingen. Voor sectoren met een (boven)regionale of landelijke functie moet bovendien een plan worden gemaakt om het openbaar vervoer zo min mogelijk te belasten.

Check voor de specifieke richtlijnen de website van jouw brancheorganisatie of dit handige overzicht van de al bekende protocollen.

5. Handhaving regels

Is na het lezen van dit artikel nog niet duidelijk wat voor jouw bedrijf geldt? Dan kun je hierover contact opnemen en sparren met de bedrijfscontactfunctionaris of accountmanager van je gemeente. De gemeente is namelijk verantwoordelijk voor de juiste uitvoering van de geldende regels en de handhaving ervan. Voor regionale regels zoeken zij contact met de Veiligheidsregio.

Coronavirus en de Fiscus

Om ondernemers te helpen door deze moeilijke tijden heen te komen, heeft de belastingdienst aangeven dat er o.a. uitstel van betaling voor loonbelasting, BTW en vennootschapsbelasting kan worden aangevraagd.

Hiervoor is een verklaring van “een derde deskundige” nodig, zoals Bouws & Valent.

Indien je wilt dat wij je helpen om dit uitstel van betaling aan te vragen, laat het dan even weten zodat we het kunnen regelen.

LET OP!
Het betreft uitstel van betaling. De aangifte zelf moet gewoon op tijd worden gedaan.

Ook bij het aanvragen van (deeltijd)WW voor de werknemers kunnen wij je uiteraard van dienst zijn.

Wij houden (ondanks extra drukte en kinderen thuis) het hoofd koel en wensen je kalmte en gezondheid.

Korte video met uitleg over de maatregelen van de overheid.
(Video door Ennimate en Martijn Warnas)