Wijzigingen per 1 juli 2024

Per 1 juli verandert er het een en ander in de wet- en regelgeving.

De belangrijkste wijzigingen voor veel mensen:

  • Het minimumloon stijgt met 3,1 procent en wordt zo aangepast aan de gemiddelde groei van de cao-lonen. Tegelijk gaan ook verschillende uitkeringen omhoog die hieraan zijn gekoppeld, zoals de AOW en de bijstand. De AOW gaat voor bijvoorbeeld alleenstaanden van 1459,53 euro netto naar 1.486,24. Ook de kinderbijslagbedragen wijzigen.
  • De Wet betaalbare huur gaat in. De maximale prijs van huurwoningen in het middensegment wordt voortaan vastgesteld aan de hand van een puntensysteem. Huizen krijgen punten voor eigenschappen als de oppervlakte en de isolatie van de woning. De regels zijn van toepassing op nieuwe contracten voor woningen in de vrije sector met een huurprijs die volgens het puntensysteem tussen de 880 en 1158 euro uitkomt.
  • Nieuwe huurders krijgen bovendien standaard een huurcontract voor onbepaalde tijd. Tijdelijke contracten zijn alleen in enkele uitzonderingsgevallen nog toegestaan.
  • Voortaan moet voor dividenduitkeringen uit 2024 digitaal aangifte en opgaaf dividendbelasting worden gedaan.

Eenmanszaak omzetten naar een BV

U kunt uw eenmanszaak op verschillende manieren omzetten naar een bv. Wat de beste manier is hangt af van uw situatie.

Wanneer uw eenmanszaak omzetten naar een bv?

U kunt van uw eenmanszaak een bv maken. Redenen om dit te doen zijn bijvoorbeeld:

  • U wilt minder persoonlijke aansprakelijkheid.
  • Als uw winst groeit, kan een bv voordeliger zijn voor de belastingen.
  • U wilt uw bedrijf in de toekomst verkopen.

Het grootste verschil is dat de bv voortaan de onderneming leidt in plaats van u. (Uw bv krijgt een nieuw KVK-nummer, denk er aan dat u dit doorgeeft aan de belastingdienst, bank, verzekeraar etc!)

Manieren om een eenmanszaak om te zetten in een bv

Er zijn 3 manieren om een eenmanszaak om te zetten in een bv:

  • Activa-passiva transactie
  • Geruisloze inbreng
  • Ruisende inbreng

Laat u adviseren

Bij het omzetten van een eenmanszaak naar een bv komt veel kijken. De verschillende manieren van omzetten hebben verschillende gevolgen voor uw afrekening met de Belastingdienst. Wat voor u het beste is, hangt af van uw situatie. Laat u daarom goed adviseren.

1. Activa-passivatransactie

De activa-passivatransactie is de meest eenvoudige en snelle manier om uw eenmanszaak om te zetten in een bv. Bij een activa-passivatransactie verkoopt u alle bezittingen (activa) en schulden (passiva) van de eenmanszaak aan een nieuw opgerichte bv. Uw bezittingen komen voor de marktwaarde van dat moment op de balans van de bv. De bv start dus met nieuwe boekwaarden.

Wat moet u doen?

U richt eerst bij de notaris een bv op. De notaris zorgt vervolgens voor inschrijving van uw bv bij KVK. Daarnaast heeft u een activa-passiva overeenkomst nodig. In de activa-passiva overeenkomst staat welke bezittingen en schulden u aan de nieuwe bv verkoopt. U kunt dit document zelf opstellen, via een notaris of via een (online) commerciële aanbieder laten opstellen.

Bij het omzetten van uw eenmanszaak via een activa-passivatransactie heeft u geen akte van inbreng nodig van een notaris. Ook hoeft u het document niet af te stemmen met de Belastingdienst.

LET OP! Stakingswinst

Omdat u stopt met uw eenmanszaak, kunt u te maken krijgen met stakingswinst. Het berekenen van stakingswinst is erg ingewikkeld. Laat u daarom goed adviseren.

2. Geruisloze inbreng

U kunt uw eenmanszaak ook geruisloos omzetten in een bv. U brengt uw hele bedrijf dan in de bv in. De bv gaat verder met dezelfde boekwaarden als die van uw eenmanszaak. Dat betekent dat de bv start met een balans die gelijk is aan de eindbalans van de eenmanszaak. Dit is dan ook het voordeel van de geruisloze inbreng: u hoeft geen belasting te betalen over de meerwaarde van uw eenmanszaak.

Voorbeeld

U heeft 20 jaar geleden een bedrijfspand gekocht. Dit staat in de boeken voor € 100.000. De werkelijke waarde is nu € 600.000. Zet u de eenmanszaak geruisloos om? Dan mag u het pand weer voor € 100.000 op de balans van de bv zetten. U betaalt op dat moment geen belasting over de meerwaarde van uw pand. Als u in de toekomst uw bv opheft of verkoopt, betaalt u alsnog belasting over de meerwaarde van het pand. De belastingheffing is dus uitgesteld.

Voorwaarden voor geruisloos omzetten

Om uw eenmanszaak geruisloos om te zetten naar een bv, moet u aan bepaalde regels voldoen. U mag bijvoorbeeld de aandelen die u ontvangt als tegenprestatie 3 jaar lang niet verkopen.

Wat moet u doen?

Wilt u met terugwerkende kracht per 1 januari uw eenmanszaak geruisloos inbrengen in een bv? U stelt eerst samen met uw boekhouder of met een specialist een intentieverklaring op. Deze stuurt u vóór 1 oktober van dat jaar naar de Belastingdienst. U heeft vervolgens tot 1 april in het volgende jaar de mogelijkheid om via de notaris een bv op te richten. En de eenmanszaak in te brengen. Op basis van een inbrengbalans en omschrijving stelt de notaris daarvoor een akte van inbreng op. De notaris zorgt voor inschrijving van de bv en uitschrijving van de eenmanszaak bij KVK.

3. Ruisende inbreng

Bij een ruisende inbreng verkoopt u uw eenmanszaak aan een nieuwe opgerichte bv. Net als bij een activa-passiva transactie start de bv met nieuwe boekwaarden. Uw bezittingen komen dus voor de marktwaarde van dat moment op de balans van de bv. Het verschil is dat u bij een ruisende inbreng uw bedrijf met terugwerkende kracht tot 3 maanden geleden kunt omzetten.

Zet u uw eenmanszaak ruisend om? Anders dan bij de geruisloze omzetting hoeft u niet 3 jaar te wachten met het verkopen van uw aandelen.

Wat moet u doen?

U stuurt een intentieverklaring naar de Belastingdienst. Daarin laat u weten dat u uw eenmanszaak ruisend omzet naar een bv. U stelt de intentieverklaring op met een boekhouder of specialist.

Daarna richt u bij de notaris een bv op. De notaris stelt daarnaast een akte van inbreng op. Hierin staan alle activa en passiva van uw eenmanszaak. Deze activa en passiva gaan over naar de bv. De notaris zorgt vervolgens voor inschrijving van de bv en uitschrijving van de eenmanszaak bij KVK.

LET OP! Stakingswinst

Omdat u stopt met uw eenmanszaak, kunt u te maken krijgen met stakingswinst. Het berekenen van stakingswinst is erg ingewikkeld. Laat u daarom goed adviseren.

Met terugwerkende kracht per 1 januari inbrengen

Wilt u per 1 januari uw eenmanszaak met terugwerkende kracht ruisend inbrengen? Dan moet u binnen 3 maanden de intentieverklaring opsturen aan de Belastingdienst. U moet dit doen vóór 1 april van het lopende jaar als u het per 1 januari wilt laten ingaan. De geboekte resultaten vanaf 1 januari komen dan op de balans van de bv. U heeft zo al eerder de belastingvoordelen van de bv. Ook hoeft u over de eerste maanden van dat jaar geen aparte administratie bij te houden of een aparte jaarrekening op te stellen. U heeft daarna tot 1 oktober van dat jaar de mogelijkheid om de bv op te richten en uw eenmanszaak daadwerkelijk in te brengen in de bv.

Geef uw nieuwe rechtsvorm door

U heeft als bv een nieuwe rechtsvorm. Dit heeft gevolgen voor onder andere uw vergunningen, contracten en personeel. U moet uw nieuwe rechtsvorm doorgeven aan onder meer de Belastingdienst, uw bank, huidige klanten en verzekeraar. Lees in het Stappenplan rechtsvorm wijzigen meer over waar u aan moet denken.

Personeelstekort of tijdelijk veel werk?

Heeft u personeelstekort of tijdelijk meer werk? Dan kunt u werken met oproepkrachten met een nulurencontract. Of met zzp’ers, tijdelijk personeel of iemand die vast in dienst komt. Lees welke oplossingen er zijn voor uw personeelstekort.

Personeel in loondienst aannemen

Zoekt u een blijvende oplossing voor uw personeelstekort? Dan kunt u (meer) personeel in loondienst aannemen.

Er komt veel kijken bij het (voor het eerst) aannemen van personeel. Denk aan:

Lees waar u aan moet denken wanneer u voor het eerst personeel aanneemt. Of bekijk het stappenplan personeel aannemen. Vindt u het lastig om nieuwe medewerkers te vinden? Op KVK.nl leest u tips om personeel te vinden. De Personeelswijzer laat u zien welke personeelszaken u moet en kunt regelen.

Heeft u een eenmanszaak? Ook dan kunt u personeel aannemen. U hoeft uw rechtsvorm niet te wijzigen.

Tijdelijk personeel inhuren bij personeelstekort

Heeft u tijdelijk extra personeel nodig om uw personeelstekort op te lossen? Bijvoorbeeld om een zieke werknemer te vervangen? Dan is tijdelijke inhuur van personeel een mogelijkheid. Dat kan via detachering, uitzending of payrolling. De werknemer is dan niet bij u in dienst, maar werkt wel voor uw bedrijf. Voor de verschillende vormen van personeel inhuren zijn verschillende regels. Zoals voor de opzegtermijn.

Doe de Waadi-check

Als u tijdelijk personeel inhuurt, krijgt u te maken met de Wet Allocatie Arbeidskrachten door Intermediairs (Waadi). Volgens deze wet moet u controleren of het bedrijf waar u werknemers inhuurt (de uitlener) ingeschreven staat in het Handelsregister. U kunt een boete krijgen als dit niet zo is. Doe daarom altijd de Waadi-check.

Uw werknemers extra of anders laten werken

Heeft u al personeel in dienst? Dan kunt u uw werknemers vragen of zij meer uren kunnen werken om het personeelstekort op te vangen. Denk aan iemand die parttime werkt. Ook kunt u uw werknemers vragen zich om te scholen. Zij kunnen dan ander werk doen binnen uw bedrijf. Zo hoeft u niet direct nieuw personeel in te huren.

Kijk ook wat u kunt doen voor de werknemers die u nu heeft, zodat ze met plezier bij u blijven werken.

Buitenlands personeel aannemen

U kunt personeel uit het buitenland inhuren als oplossing voor uw personeelstekort. U moet eerst op zoek naar personeel binnen de Europese Economische Ruimte (EER) en Zwitserland. Vindt u daar geen goede werknemers? Dan mag u op zoek gaan in andere landen. U moet zelf controleren of u een visum of werkvergunning moet aanvragen voor uw werknemer. Check van tevoren wat er komt kijken bij buitenlands personeel aannemen.

Oproepkrachten aannemen

Kunt u niet voorspellen wanneer het druk is en u extra werknemers nodig heeft? Bijvoorbeeld omdat het per periode verschilt? Neem dan oproepkrachten aan. Een oproepkracht is een werknemer zonder vaste werkdagen of -uren. Oproepkrachten werken wanneer u ze nodig heeft en oproept. U betaalt dus alleen loon voor de gewerkte uren.

Nulurencontract of ander oproepcontract

Er zijn contracten met verschillende regels voor oproepkrachten. Zoals een nulurencontract en een min-maxcontract.

Zzp’er inhuren

Zoekt u tijdelijke hulp bij een opdracht of project? Dan kunt u ook een zzp’er inhuren. Bijvoorbeeld omdat u iemand zoekt met speciale kennis en ervaring. Een zzp’er komt niet bij u in dienst, maar werkt voor u zolang dat nodig is.

Leg samen de algemene voorwaarden en inkoopvoorwaarden vast. Bijvoorbeeld over het uurtarief. En het aantal uren dat nodig is voor de opdracht. U betaalt voor een zzp’er geen personeelskosten. Zoals loonheffingen, pensioenpremie en vakantiegeld.

Schijnzelfstandigheid voorkomen (wet DBA)

Wilt u een zzp’er inhuren? Check op Belastingdienst.nl of er sprake is van loondienst. Of gebruik de Webmodule Beoordeling Arbeidsrelatie. Blijkt de gekozen vorm eigenlijk loondienst te zijn? Dan heet dat schijnzelfstandigheid. U moet dan alsnog loonbelasting en sociale premies betalen.

Lees meer over schijnzelfstandigheid voorkomen.

Stagiair aannemen

Een stagiair kan een manier zijn om iemand op te leiden. Stagiairs werken mee in uw bedrijf als onderdeel van hun opleiding. De stagiair kan daarna misschien bij u in dienst komen. Zo investeert u in toekomstige oplossingen voor een (mogelijk) personeelstekort. Er zijn regels voor stagiairs. Zoals voor de stageovereenkomst en vergoeding. Een stagiair is niet hetzelfde als een werknemer. Bekijk de checklist werken met een stagiair.

Familie vragen om mee te werken bij personeelstekort

Uw familie mag ook helpen binnen uw onderneming. Als uw partner meewerkt krijgt u misschien meewerkaftrek. U kunt dan een bedrag aftrekken in uw aangifte inkomstenbelasting. Ook uw kinderen kunnen meewerken.

Lees meer over meewerkende partners of kinderen.

Vakantiekrachten inhuren

Tijdens schoolvakanties of buiten schooltijden kunt u jongeren inhuren. Dat is goedkoper dan volwassen personeel aannemen als oplossing voor uw personeelstekort. Houd wel rekening met de leeftijd van de jongeren. Zo mogen kinderen van 13 en 14 geen industrieel werk doen. Dat betekent dat ze niet in een fabriek mogen werken. En ze mogen niet met en bij machines werken.

Samenwerken met andere ondernemers

Heeft u het druk, maar wilt u geen personeel aannemen of zzp’ers inhuren? Of heeft u niet genoeg tijd voor een nieuw, groot project? Denk dan aan samenwerken met andere ondernemers. U kunt:

  • werk laten doen, zoals het onderhouden van uw website. Bijvoorbeeld via contracting.
  • met andere ondernemers in een (tijdelijke) joint venture samenwerken, bijvoorbeeld voor een grote opdracht
  • samen een onderneming oprichten, zoals een maatschap of een vof

Voorkom kartelvorming

Werkt u samen met andere ondernemers? Maak dan geen afspraken over bijvoorbeeld prijzen voor producten of het verdelen van klanten. Dat is kartelvorming. Dat mag niet volgens de wet. Dit geldt voor alle soorten ondernemingen.

Zo controleer je een buitenlandse zakenpartner

Voor het veilig en succesvol zakendoen in het buitenland is je zakenpartner controleren noodzakelijk. Je onderzoekt dan of je partner eerlijk zakendoet en betrouwbaar is. En of diens bedrijf financieel gezond is. Met het controleren van je partner beperk je je risico’s. Deze zakenpartner kan een buitenlandse leverancier of klant zijn.

Buitenlandse handelsregisters

De meeste landen registeren bedrijven in een openbaar handelsregister. In Nederland beheert KVK het Handelsregister. In het buitenland schrijven meestal andere organisaties bedrijven in. Duitsland heeft voor het inschrijven bijvoorbeeld meer registers. Zoals een Handwerksrolle en een Gewerberegister.

De inschrijving in een handelsregister betekent niet vanzelf dat een bedrijf betrouwbaar is. Na controle weet je wel of een bedrijf volgens de wet staat ingeschreven. Via het register krijg je meer informatie over de eigenaar of directie van het bedrijf. En over de financiële situatie. Bekijk het overzicht van registers in en buiten Europa. In deze registers zoek je op naam van een bedrijf.  

Nederlandse ambassades

Economische afdelingen van het Nederlandse buitenlandnetwerk helpen je bij het onderzoeken van buitenlandse partners. Ze bekijken of je zakenpartner bestaat. Sommige ambassades doen bijvoorbeeld company checks, zoals de ambassades in Rusland en China. Bij zo’n check controleert de ambassade het bedrijf op papier.

Referenties

Vraag je buitenlandse partners om referenties van bedrijven waarmee ze eerder samenwerkten. Neem contact op met deze bedrijven en vraag naar hun ervaringen met je mogelijke zakenpartner. Betaalt of levert het bedrijf bijvoorbeeld op tijd? En komt het bedrijf de gemaakte afspraken na? 

Kredietrapporten

Kredietinformatiebureaus bestuderen tegen betaling bedrijven en maken kredietrapporten. Zo weet je of je zakenpartner er financieel goed voor staat. Je vindt deze bureaus via zoekmachines op internet. Ze hebben de nodige internationale kennis en ervaring. En weten welke gegevens ze moeten controleren.

Brancheorganisaties

Informeer of je buitenlandse zakenpartner lid is van een nationale brancheorganisatie. Brancheorganisaties vertegenwoordigen hun bedrijfssector. Een brancheorganisatie beschrijft vaak kwaliteitseisen. Bedrijven die aan deze regels voldoen, krijgen bijvoorbeeld een keurmerk. Via de website van een buitenlandse brancheorganisatie zie je meestal of je zakenpartner lid is. 

Online onderzoek

Via internet vind je positieve of juist negatieve beoordelingen over je mogelijke buitenlandse zakenpartner. Een eenvoudige controle via Google Maps op het aangegeven adres van je zakenpartner levert soms verrassende antwoorden op.

Bezoek ook de website van het bedrijf zelf. Controleer bijvoorbeeld de volgende informatie: 

  • Contactmogelijkheden. Noemt de website alleen een postbusadres of mobiel telefoonnummer? Zonder bezoekadres en vast telefoonnummer? Dan vraagt dit om verder onderzoek.
  • Staat het inschrijfnummer van het bedrijf op de website?
  • Kijk ook of het zakelijke e-mailadres professioneel op je overkomt. Een e-mailadres met de bedrijfsnaam lijkt betrouwbaarder dan een e-mailadres van een persoon. 

Online marktplaatsen

Steeds meer bedrijven kopen en verkopen hun producten op buitenlandse marktplaatsen. Bijvoorbeeld via het Chinese platform Alibaba, waar je B2B zakendoet. Op deze marktplaats betaal je via iDEAL. Ook beschermt het platform de kopers. Kijk bijvoorbeeld naar het aantal verkopen van een leverancier op het platform. Dat zegt iets over de betrouwbaarheid van leveren. Kijk ook of de producten er goed uitzien op de foto. En of de buitenlandse leverancier of klant serieus met je in gesprek gaat.

Plan een bezoek

Als dit mogelijk is, plan dan een bezoek aan je zakenpartner. Dan krijg je een goed beeld bij de activiteiten en manier van werken van je partner. Een bezoek helpt ook bij een persoonlijke relatie opbouwen en versterkt het vertrouwen.    

Samples

Vraag je buitenlandse leverancier eerst om een zending met samples. Het liefst voordat je de producten definitief bestelt. Je mogelijke buitenlandse klant vraagt hier misschien ook om. Een sample laat de kwaliteit van producten zien. En de snelheid van leveren. Leveranciers bepalen zelf of ze samples gratis leveren. Dit hangt af van het type product, de waarde en het gebruiksdoel.

Ken je keten

Weet je wat je buitenlandse partners doen op het gebied van duurzaamheid? Sinds de invoering van de CSRD in 2024 moeten grote bedrijven rapporteren over hun duurzame inspanningen en die van hun (toe)leveranciers. Werk je samen met grote bedrijven? Zorg dan dat je weet wat je zakenpartners doen aan duurzaamheid.

Populaire subsidies en regelingen voor ondernemers

De overheid biedt verschillende subsidies en regelingen aan om ondernemers financieel te helpen. Vooral innovatieve en duurzame investeringen kunnen rekenen op veel (belasting)voordeel. Ben je benieuwd of je hier recht op hebt? Lees meer over zeven populaire subsidies en regelingen.

1. Lagere R&D-kosten met de WBSO

De WBSO stimuleert innovatie binnen bedrijven die aan speur- en ontwikkelingswerk (S&O) doen. Dit staat ook bekend als Research & Development. Denk dan bijvoorbeeld aan de ontwikkeling van een technisch nieuw product voor je bedrijf.
De WBSO vergoedt een deel van de (loon)kosten en uitgaven die je maakt voor de S&O-werkzaamheden. Je krijgt daarvoor een WBSO-beschikking. Wil je weten of je in aanmerking komt voor de WBSO of hoeveel fiscaal voordeel je kunt ontvangen? De Regelhulp WBSO helpt je op weg.

Drie belangrijke voorwaarden voor de WBSO

  • Het gaat om de ontwikkeling van een technisch nieuw en fysiek product of productieproces. Software en technisch-wetenschappelijk onderzoek komen ook in aanmerking.
  • De werkzaamheden moeten nog plaatsvinden of zijn nog bezig.
  • De werkzaamheden voer je in delen uit volgens een plan.

2. Belastingvoordeel voor verduurzamen (MIA/Vamil)

Vraag belastingvoordeel aan via de MIA en de Vamil. Dit zijn twee regelingen die vaak gecombineerd worden voor milieuvriendelijke investeringen.
Een gedeelte van de investering breng je in mindering op je fiscale winst. Met de Vamil bepaal je zelf op welk moment dit gebeurt. Netto leveren de twee regelingen samen een voordeel op van maximaal 14% van het investeringsbedrag.

Drie belangrijke voorwaarden voor de MIA/Vamil

  • De investering staat op de Milieulijst en voldoet aan alle eisen van deze lijst. De Milieulijst wordt elk jaar aangepast.
  • Het gaat om een nieuw product dat minimaal 2.500 euro kost.
  • Je doet de aanvraag binnen drie maanden na de investering.

3. Investeringssteun voor energiebesparing (ISDE)

Je kunt op allerlei manieren binnen je bedrijf energie besparen en werken aan verduurzaming. Plaats je een warmtepomp of zonneboiler? Met de ISDE krijg je een deel van het investeringsbedrag terug. De hoogte van de subsidie hangt af van het soort apparaat en van de energieprestaties. Voor een warmtepomp is de subsidie bijvoorbeeld minimaal 500 euro.

Drie belangrijke voorwaarden voor de ISDE

  • Je vraagt de subsidie aan voordat je het apparaat koopt.
  • Je neemt het apparaat in gebruik binnen één jaar na de beslissing over de subsidieaanvraag.
  • Je hebt niet eerder gebruikgemaakt van de ISDE. Voor het apparaat heb je ook geen andere subsidie of regeling gebruikt, zoals de Energie-investeringsaftrek (EIA).

4. Borgstelling voor MKB-bedrijven (BMKB)

Wil je geld lenen, maar heb je te weinig onderpand om de lening rond te krijgen? Via de BMKB staat de overheid garant voor maximaal driekwart van je lening. Hierdoor heeft de geldverstrekker meer zekerheid en kun je meer lenen.

Drie belangrijke voorwaarden de BMKB

  • Je hebt een onderneming met maximaal 250 werknemers.
  • Je onderneming is niet actief in de volgende sectoren: vastgoedexploitatie, verzekeringen en financiering, land- en tuinbouw, visserij.
  • Je moet een eenmalige provisie betalen over het verleende BMKB-krediet. Deze bedraagt minimaal 3,9% en maximaal 8,35%.

Vraag je een lening aan als starter of is de lening bedoeld voor innovatie of verduurzaming? Dan zijn er extra gunstige voorwaarden.

5. Lening voor innovatie

Als je een innovatief product of innovatieve dienst ontwikkelt met een positief marktperspectief en flinke technische risico’s, kun je een innovatiekrediet aanvragen.

Drie belangrijke voorwaarden voor het innovatiekrediet

  • Je kunt maximaal 10 miljoen euro aanvragen en betaalt dit met rente terug.
  • Je moet allerlei documenten aanleveren, die om veel voorbereidingswerk vragen. Denk bijvoorbeeld aan een bewijs waaruit blijkt dat je product of dienst in de toekomst steeds minder technische en medische risico’s met zich meebrengt./li>
  • Na de aanvraag heb je een intakegesprek met een RVO-adviseur. Hierna beoordeelt RVO, samen met een externe adviescommissie de aanvraag.

6. Kennisvoucher voor innovatie (MIT)

Heb je een idee voor een nieuw product, productieproces of dienst, maar zelf niet de vakkennis om dit idee uit te voeren? Vraag dan een kennisvoucher aan via de subsidieregeling van de MIT (MKB Innovatiestimulering Regio en Topsectoren). 

Drie belangrijke voorwaarde voor de MIT

  • Je besteedt de voucher van maximaal 9000 euro bij een kennisinstelling.
  • Met de kennisvoucher mag je maximaal 70% van de rekening van de kennisinstelling betalen. 
  • Je dient uiterlijk binnen vier maanden na ontvangst van de voucher een ondertekende opdracht of offerte van de kennisinstelling in. 

7. Vroegefasefinanciering (VFF)

Banken geven vaak pas leningen als je een proof of concept hebt (een vereenvoudigde beschrijving van je idee waarmee je aantoont dat het in de praktijk te gebruiken is). Als je nog geen proof of concept hebt, biedt de Vroegefasefinanciering (VFF) uitkomst. 

Drie belangrijke voorwaarden voor het VFF

  • De rente is hoog: 9,11% per 1 januari 2024.
  • Je moet onder andere een beknopt ondernemingsplan (voor bestaande mkb-ondernemingen een vernieuwingsplan) en een intentieverklaring van een toekomstige investeerder aanleveren.
  • Je moet aantonen dat je een MKB-er bent via de MKB-toets.

Ben je een ambitieuze starter of mkb’er in Groningen, Friesland, Drenthe of Flevoland en besta je minder dan vijf jaar? Heb je een idee voor een product of dienst maar heb je budget nodig om je idee uit te werken? Vraag dan de VFF aan. Onderneem je in een van de andere provincies? Dan kun je deze lening aanvragen bij jouw Regionale Ontwikkelingsmaatschappij.

Meer subsidies voor ondernemers

Er bestaan meer zakelijke subsidies en fiscale regelingen voor ondernemers. Op Ondernemersplein vind je een totaaloverzicht.

Waarom de SBI-code van je bedrijf belangrijk is

Tijdens je inschrijving bij KVK geef je aan wat je gaat doen met je bedrijf: dat is je bedrijfsactiviteit. Je bedrijfsactiviteit bepaalt welke SBI-code je krijgt. Dit lijkt misschien een administratief dingetje, maar er kan veel afhangen van je SBI-code. Zo kun je met een niet kloppende SBI-code een subsidie of vergunning mislopen.

SBI is de afkorting van Standaard Bedrijfsindeling. Elk bedrijf heeft een of meerdere SBI-codes. Aan die codes kun je zien wat een bedrijf doet. KVK kijkt bij de inschrijving van je bedrijf in het Handelsregister wat je bedrijfsactiviteiten zijn en welke SBI-code daar het beste bij past.

Er zijn veel zaken waarbij SBI-codes een rol spelen. Hieronder vind je een aantal veelvoorkomende.

Verzekeringen

Verzekeringsmaatschappijen bepalen onder meer op basis van je SBI-code hoe hoog je premie is. Maar ook of ze bij een schadeclaim wel of niet uitkeren. Want als je schade veroorzaakt bij werkzaamheden die niet in de beschrijving van je bedrijfsactiviteiten staan, ben je hier niet voor verzekerd.

Geldzaken

Banken bepalen mede op basis van je SBI-code of je een lening of bankrekening krijgt. Dat geldt ook bij subsidies. Die kun je alleen krijgen als je de SBI-code hebt van de branche waarvoor de subsidie is bedoeld.

Ook bij overheidssteun speelt de SBI-code een rol. Als er steunmaatregelen zijn voor bedrijven in een bepaalde sector, dan kijkt de overheid naar de SBI-code van je bedrijf. Na je inschrijving kun je zelf de SBI-code(s) van je bedrijf wijzigen, zorg dus dat je SBI-code altijd past bij je bedrijfsactiviteiten.

Vergunningen

In veel branches hebben bedrijven een vergunning nodig om hun werk te doen. Voorbeelden zijn taxibedrijven, apotheken, horecabedrijven en slijterijen. De overheid kijkt naar je SBI-code om te bepalen of je een vergunning nodig hebt.

Ook heb je soms een bepaalde SBI-code nodig om een bepaalde vergunning te krijgen. Denk aan een parkeervergunning van de gemeente die alleen geldt voor maatschappelijk werkers.

Locatie van je bedrijf

Ook voor de locatie van je bedrijf zijn SBI-codes van belang. Of je je bedrijf nu vanuit huis start of op een andere plek, check het omgevingsplan. In dit plan staat welke milieuregels gelden op een bepaalde plek: de milieucategorie. Aan elke categorie zijn SBI-codes gekoppeld, zodat je kunt zien of jouw bedrijf op de plek van je keuze is toegestaan. Wil je bijvoorbeeld een koffietent beginnen? Dan mag dat vaak niet in een woonwijk.

Personeel

Heb je personeel en is er een algemeen bindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst (cao) voor jouw sector? Dan geldt de cao voor alle bedrijven in de sector en moet je je houden aan de afspraken die erin staan.

Pensioen

Sommige beroepsgroepen hebben een verplichte pensioenregeling. Denk aan huisartsen, fysiotherapeuten, stukadoors en schilders. Als je volgens je SBI-code in zo’n beroepsgroep valt, moeten jij en je personeel pensioen opbouwen bij het beroepspensioenfonds. Controleer daarom bij de start van je bedrijf of je onder een verplichte pensioenregeling valt. Doe je dat niet, dan kan het pensioenfonds later met terugwerkende kracht de niet betaalde premie opeisen.

Vakantiegeld uitbetalen

Uw werknemer heeft recht op minimaal 8% vakantiegeld. De wettelijke term is vakantiebijslag, maar de meeste mensen noemen het vakantiegeld of vakantietoeslag. Hier de belangrijkste vragen over vakantiegeld:

Is vakantiegeld verplicht?

Het uitbetalen van vakantiegeld staat in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (WML). U bent verplicht dat jaarlijks uit te betalen. In de cao staan soms andere afspraken over vakantiegeld. Check altijd de cao waar uw werknemers onder vallen. Betaalt u niet uit? Dan kunt u een boete of dwangsom krijgen van de Nederlandse Arbeidsinspectie.

In een cao kan staan dat een werknemer geen recht heeft op vakantiegeld. Dan moet u uw werknemer minstens 108% van het minimumloon uitbetalen. Als u alleen het minimumloon uitbetaalt, heeft uw werknemer recht op 8% vakantiegeld.

Verdient uw werknemer meer dan 3 keer het wettelijk minimumloon? Dan kunt u afspreken dat u geen of een lager bedrag aan vakantiegeld uitbetaalt. Zet deze afspraken op papier.

Wilt u (een deel van) het vakantiegeld niet uitbetalen om uw bedrijf te redden? Lees meer over het later of helemaal niet uitbetalen van vakantiegeld op KVK.nl. (Reserveer het vakantiegeld voor uw werknemers per maand. Zo voorkomt u problemen met uitbetalen. U kunt een boete krijgen als u niet of te weinig vakantiegeld uitbetaalt.)

Hoe wordt vakantiegeld berekend?

Uw werknemer heeft recht op minimaal 8% vakantiegeld over het bruto jaarsalaris van het afgelopen jaar. Bijvoorbeeld van mei tot mei.

U moet ook vakantiegeld uitbetalen over:

  • overwerk
  • prestatietoeslagen
  • beloningen (provisies)
  • onregelmatigheidstoeslagen
  • uitbetaalde vakantiedagen

Andere uitbetalingen tellen niet mee. Zoals onkostenvergoeding, eindejaarsuitkering en winstuitkering.

Vakantiegeld uitbetalen over overuren

Als werknemers overwerken, betaalt u over die extra uren ook vakantiegeld. Dat wordt berekend over de volle waarde van de overuren. Dus ook over de eventuele overwerktoeslag.

Moet u vakantiegeld uitbetalen als een werknemer ziek is?

Ook een zieke werknemer bouwt vakantiegeld op. U moet voor uw werknemer vakantiegeld opbouwen voor het deel van het loon dat u moet doorbetalen.

Moet u vakantiegeld uitbetalen bij ontslag?

Ontslaat u uw werknemer? Dan betaalt u vakantiegeld over de periode dat uw werknemer in dienst was. U betaalt dat uit bij het laatste salaris. U moet ook vakantiegeld uitbetalen als een contract afloopt.

Betaalt u vakantiegeld bij een nulurencontract?

Met een nulurencontract heeft uw werknemer recht op vakantie en vakantiegeld. U betaalt vakantiegeld uit over de uren die uw werknemer heeft gewerkt. Het vakantiegeld is minstens 8% van het loon dat uw werknemer het afgelopen jaar heeft verdiend.

Wanneer moet u vakantiegeld uitbetalen?

De meeste werkgevers betalen het vakantiegeld 1 keer per jaar uit, in mei of juni. Wilt u het vakantiegeld op een ander moment uitbetalen? Of liever in meerdere keren? Dan heeft u daarvoor schriftelijk toestemming nodig van uw werknemer. De afspraken over de uitbetaling staan in de cao of in het arbeidscontract.

Moet u te weinig uitbetaald vakantiegeld terugbetalen?

Heeft u van de Nederlandse Arbeidsinspectie bericht gehad dat u een werknemer te weinig betaalt? Dan moet u binnen 4 weken het vakantiegeld alsnog uitbetalen. Uw werknemer kan het vakantiegeld nog 5 jaar opeisen. U betaalt dan vanaf de dag dat uw werknemer recht had op het loon en vakantiegeld.

Stappenplan importeren

Voor het eerst een product uit het buitenland halen, dat kan best spannend zijn. Er komt meer bij kijken dan bij een binnenlandse aankoop. Succesvol starten met importeren lukt met voldoende kennis van het importproces. Met de veertien stappen van dit stappenplan begrijp je het importproces beter. Of je nu coole gadgets wilt importeren uit China of robuuste machines uit Duitsland.

1. Onderzoek de markt

Voordat je start met importeren wil je weten of je importplannen haalbaar zijn. Marktonderzoek helpt hierbij. Gebruik de uitkomsten van je marktonderzoek voor het maken van een importplan. In het importplan zet je de mogelijkheden, kansen en bedreigingen naast elkaar. Zo weet je of je bedrijf klaar is voor import.

2. Controleer mogelijke invoerbeperkingen

Zoek uit of er regels en beperkingen zijn voor de import van je product. De meeste producten mag je gewoon invoeren. Importeer je uit een land buiten de EU? Dan zijn er soms invoerverboden, bijvoorbeeld door sancties. En sommige producten mag je alleen met een invoervergunning of ander document invoeren. Importeer je producten uit een lidstaat van de EU dan zijn er bijna geen beperkingen. De import en handel in namaakartikelen is altijd verboden.

3. Kies je rol

Als importeur koop je zelf producten bij een buitenlandse leverancier voor eigen gebruik of wederverkoop. Verkoop je de producten, dan leg je voorraden aan en bepaal je zelf je winstmarge. Als handelsagent zoek je in opdracht van een buitenlands bedrijf naar klanten in je thuismarkt. Je koopt niet zelf in maar je bemiddelt. Bekijk de verschillen tussen importeur en handelsagent en kies je rol.

4. Vind de producteisen

Ieder product dat op de markt komt moet veilig zijn. Daarom zijn er verschillende producteisen. Zo moeten veel technische en consumentenproducten een CE-markering hebben. En importeer je bijvoorbeeld levensmiddelen? Dan zijn er eisen voor voedselveiligheid.

Je bent verantwoordelijk voor het afvalbeheer van de producten die je in Nederland importeert. Dit heet Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid (UPV). Voor verschillende producten zijn extra wetten en regels.

IMVO

Als importeur moet je letten op de wetten en regels voor Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO). IMVO richt zich op het voorkomen en verminderen van risico’s voor milieu, mens, dier en maatschappij. Lever je bijvoorbeeld geïmporteerde producten aan grotere bedrijven die zich aan de verplichte duurzaamheidsrapportage moeten houden? Dan moet je kunnen vertellen onder welke arbeidsomstandigheden deze zijn gemaakt en wat de impact op het milieu is. Steeds meer mensen, overheden en bedrijven willen duurzame en eerlijke producten. Begin daarom nu al met de eerste stappen voor IMVO.  

5. Vind je leverancier

Soms vind je toevallig een leverancier. Bijvoorbeeld tijdens je vakantie in het buitenland. Ben je op zoek naar een leverancier, dan heb je verschillende mogelijkheden. Bezoek bijvoorbeeld een vakbeurs of vraag hulp aan het ambassadenetwerk van de Nederlandse overheid. Houd rekening met cultuurverschillen. Wil je met een nieuwe leverancier zakendoen? Onderzoek dan of je leverancier eerlijk zaken doet en betrouwbaar is. En of diens bedrijf financieel gezond is. Vraag voordat je een bestelling plaatst om samples. Zo zie je of het product voldoet aan je kwaliteitseisen.

6. Vraag een offerte aan

Vraag je leverancier om een duidelijke offerte. Onderhandel eventueel over de offerte en vraag als dat nodig is om een aanpassing. Kijk of in de offerte ook iets staat over de Incoterms®. Dit zijn standaard afspraken met je leverancier over het vervoer van de goederen. Je spreekt met Incoterms® af wie van beiden het vervoer regelt. En wie het risico draagt van schade aan de goederen tijdens het vervoer.

7. Bepaal het transport

Vervoer kan over de weg, per spoor, over water en door de lucht. Elke manier van vervoer heeft voor- en nadelen. Wil je snel een pakketzending ontvangen uit het buitenland? Dan kies je voor express vervoer. Voor transport met verschillende vervoermiddelen en vervoersbedrijven kun je een expediteur inschakelen. Expediteurs zijn transportbemiddelaars. Ze regelen het vervoer van je goederen. En ze zorgen bij zendingen van buiten de EU voor het inklaren bij de douane.

8. Verdiep je in betalingsvormen

Met je leverancier spreek je af hoe je betaalt. Bij betaling achteraf loop je als importeur geen risico. Het risico ligt dan bij de leverancier. Wanneer je beiden meer zekerheid wilt, kies je voor betaling met documenten. Nadat de leverancier de juiste documenten zoals een vervoersdocument of oorsprongscertificaat aan je geeft, betaal je de goederen. De Letter of Credit (L/C) is een betalingsvorm op basis van documenten. Laat je door je bank adviseren over de betalingsvorm die het beste bij je inkoop past.

9. Denk aan verzekeringen

Een vervoerder is tot een maximum bedrag per kilo aansprakelijk voor de schade die tijdens het vervoer ontstaat. Bij overmacht is een vervoerder helemaal niet aansprakelijk. Een transportverzekering biedt dan uitkomst. Je verzekeren tegen productaansprakelijkheid is handig als je producten uit landen buiten de Europese Economische Ruimte (EER) importeert. Of als je een product onder private label op de markt brengt. Lees meer over verzekeringen bij internationaal zakendoen.

10. Denk aan aangifte bij de douane

Standaardregel is dat je niet langs de douane hoeft als je importeert uit een ander EU-land. Je hebt wel douanedocumenten nodig als je producten importeert uit Italië en vervoert via Zwitserland. Zwitserland is geen EU-lidstaat. Dit is ook zo als je importeert uit een uitzonderingsgebied van de EU, zoals de Canarische Eilanden. Bij import van producten uit landen buiten de EU geef je de goederen voor invoer aan bij de douane. Meestal doet een douanevertegenwoordiger zoals een logistiek dienstverlener of douane-expediteur dit voor je.

11. Houd rekening met importbelastingen

Je betaalt geen invoerrechten voor producten die je importeert uit een EU-land. Controleer wel hoe het zit met de btw-regels binnen de EU. Als importeur krijg je meestal een factuur met 0% btw van je leverancier uit het andere EU-land. Je berekent de Nederlandse btw en geeft deze aan in je btw-aangifte. Je betaalt invoerrechten als je importeert uit landen buiten de EU. Hoeveel invoerrechten je betaalt hangt af van de goederencode van het product. Importeer je producten uit en gemaakt in een land waarmee de EU een handelsverdrag heeft? Dan betaal je vaak minder of geen invoerrechten met een oorsprongsdocument of oorsprongsverklaring. Behalve invoerrechten betaal je ook btw bij invoer.

12. Regel de importdocumenten

Als je producten uit het buitenland importeert, heb je importdocumenten nodig. Bij importzendingen uit andere EU-landen is een transportdocument, factuur en paklijst meestal voldoende. Voor sommige producten heb je extra documenten of toestemming nodig. Voor zendingen uit niet-EU-landen heb je vaak meer documenten nodig. Bijvoorbeeld douanedocumenten, oorsprongsdocumenten, gezondheidscertificaten of invoervergunningen. Zoek in Access2Markets op welke documenten je nodig hebt voor de invoer van je product uit een land buiten de EU.

13. Maak een kostprijsberekening

Met een kostprijsberekening zie je welke kosten je maakt als je het product naar Nederland haalt. En welke prijs je moet vragen om er ook nog iets aan te verdienen. Directe kosten zijn kosten die direct bij het product horen, zoals de inkoopprijs, kosten voor transport en invoerrechten. Bij indirecte kosten horen je vaste bedrijfskosten, zoals reclamebudget, reiskosten en het salaris van personeel.

14. Leg afspraken vast

Heb je alle kosten en het hele importproces helder? Dan kun je een inkooporder plaatsen. Leg de afspraken met je leverancier bijvoorbeeld vast in een contract. Zo weten jullie beiden elkaars rechten en plichten. Een contract geeft duidelijkheid en is handig bij een meningsverschil. Vraag of een jurist het contract nakijkt voordat je ondertekent. Gebruik een distributieovereenkomst of agentuurovereenkomst als je een samenwerking aangaat als distributeur of handelsagent.

Wat overgaan van loondienst naar ZZP doet met je pensioen

Als je ZZP’er wordt of juist in loondienst gaat, verandert je pensioenopbouw. Je pensioen moet je als zelfstandige bijna altijd zelf regelen. In loondienst doet je werkgever dat. Maar hoe werkt pensioenopbouw als je in loondienst werkt en ook een eigen zaak hebt? Hier lees je wat er verandert.

Als ondernemer kies je zelf hoe je pensioen wilt opbouwen. Dat is anders dan wanneer je in loondienst bent. Laat je pensioenvormen op elkaar aansluiten. Zo kom je aan het einde van de rit geen pensioen te kort en kun je na je pensioen blijven leven zoals je wilt.

Over je pensioen

Het Nederlandse pensioensysteem bestaat uit drie delen, de pensioenpijlers, die je naast elkaar kunt opbouwen. Hoe je dit doet hangt van je situatie af. Dit zijn ze:

  • Pijler 1: De AOW is een minimum basispensioen van de overheid voor iedereen. Hoeveel AOW je krijgt hangt af van hoeveel jaar je in Nederland hebt gewoond of gewerkt.
  • Pijler 2: Pensioenopbouw in loondienst via je werkgever of verplichte opbouw als zelfstandige.
  • Pijler 3: Aanvullende pensioenvoorzieningen. Die regel je zelf.

Op mijnpensioenoverzicht.nl zie je wat je al aan AOW en pensioen bij werkgevers hebt opgebouwd.

Pensioenopbouw berekenen

In Nederland kun je over het eerste deel van je inkomen geen aanvullend pensioen opbouwen. Dat is de AOW-franchise. Na het bereiken van je pensioenleeftijd ontvang je over dit deel AOW.
Het restant van je inkomen heet premiegrondslag. Daarmee bereken je de jaarruimte. De jaarruimte is het bedrag waarover je met een belastingvrijstelling pensioen kunt opbouwen. Hoe je de jaarruimte berekent lees je hier.

In loondienst plus een bedrijf

Werk je op hetzelfde moment in loondienst en als zelfstandige? Dan bouw je bijna altijd via je werkgever pensioen op bij een pensioenfonds. Alleen als het niet in de CAO staat, hoeft de werkgever geen pensioenregeling aan te bieden. Wat je aan pensioen hebt opgebouwd blijft staan tot je met pensioen gaat.

Onderzoek of de pensioenregeling een nabestaandenpensioen heeft voor als je overlijdt. Je gehuwde of je geregistreerd partner heeft automatisch recht op nabestaandenpensioen als dat in de regeling staat. Woon je samen? Dan moet je zelf je partner aanmelden bij het pensioenfonds. Anders loopt je partner mogelijk (een deel van) jouw pensioen mis.

Als zelfstandige bepaal je meestal zelf of je over je bedrijfsinkomen pensioen opbouwt. Dat kun je doen door bijvoorbeeld te sparen bij de bank of met een lijfrente. De Belastingdienst telt voor de aftrekmogelijkheden je pensioenopbouw in loondienst en als zelfstandige bij elkaar op. Let op deze zaken:

Pensioengat

Een pensioengat is een financieel gat op het moment dat je met pensioen gaat. Je hebt dan minder pensioen opgebouwd dan voor jou mogelijk was. In de praktijk heb je een pensioengat als je pensioen uitkomt op minder dan 70% van je laatstverdiende salaris. Bereken hier of dat voor jou zo is.

Een pensioengat mag je aanvullen tot een bepaald maximumbedrag per jaar. Dit doe je door geld te storten op een bankrekening. Of met een verzekeringsproduct voor je pensioen zoals een lijfrente. Het gespaarde bedrag mag je aftrekken voor de inkomstenbelasting. Daardoor is deze vorm van sparen fiscaal extra aantrekkelijk. Het maximale bedrag dat je per jaar mag storten en aftrekken van de inkomstenbelasting, heet je jaarruimte. Voor het bedrag dat je boven de jaarruimte spaart, krijg je geen belastingaftrek.

Privépensioen tijdelijk stopzetten

Wil je de pensioenpremies van je privépensioen als ondernemer tijdelijk stopzetten of afkopen? Dat is een overweging als je in loondienst gaat en een werkgeverspensioen gaat opbouwen. Je kunt ook dubbel blijven opbouwen, maar dan loop je kans dat je boven je jaarruimte komt. Vraag na of stopzetten mogelijk is bij je pensioenverstrekker en bekijk de voorwaarden.

Fiscale oudedagsreserve (FOR)

Maakte je tot 2023 gebruik van de fiscale oudedagsreserve (FOR)? De FOR is een nog onbelast bedrag op de balans van je bedrijf. Je kunt een lijfrente of ander verzekeringsproduct kopen en de FOR met de waarde daarvan laten dalen. Hier moet je wel het geld voor hebben. Je kunt de FOR ook laten staan. Staat er bij beëindiging van je bedrijf nog een FOR? Dan moet je over dat bedrag inkomstenbelasting betalen.

Van loondienst naar ZZP’er

Als je in loondienst werkt, bouw je bijna altijd pensioen op bij een pensioenfonds. Dat bedrag blijft staan tot je met pensioen gaat, ook als je ZZP’er wordt. Als zelfstandig ondernemer moet je meestal zelf maatregelen nemen om pensioen op te bouwen. In het artikel Pensioen opbouwen voor ondernemers lees je hier meer over.

Voor een aantal beroepen geldt een verplicht bedrijfstakpensioenfonds of beroepspensioenfonds.

Onderzoek of de pensioenregeling een nabestaandenpensioen heeft voor als je overlijdt. Gehuwden en geregistreerd partners hebben automatisch recht op nabestaandenpensioen als dat in de regeling staat. Woon je samen? Dan moet je zelf je partner aanmelden bij het pensioenfonds. Anders loopt je partner mogelijk (een deel van) jouw pensioen mis.

Op mijnpensioenoverzicht.nl bekijk je wat je via de AOW en de verplichte pensioenregelingen al aan pensioen hebt opgebouwd.

Van ZZP’er naar loondienst

Je stopt met ondernemen en gaat in loondienst werken. Dan ga je meestal pensioen opbouwen via je werkgever. Dit is een pensioen in de tweede pijler. Je kunt een lopende privé-pensioenvoorziening of spaarproduct door laten lopen volgens de regels van het pensioenproduct. Onderzoek of je totale opbouw binnen de belastingvrijstelling blijft. Alles daarboven is niet aftrekbaar. Schakel eventueel hulp in van een onafhankelijk financieel adviseur of pensioenadviseur. Let op het volgende:

Lijfrente

Heb je een lijfrente aangekocht voor je pensioen? Een (bancaire) lijfrente mag je niet overzetten naar je werkgeverspensioen. Je kunt de lijfrente wel afkopen tot een bepaald bedrag. Heb je meer opgebouwd dan het maximumbedrag? Dit kun je doen:

  1. Je laat de lijfrente premievrij bestaan. De lijfrente blijft staan, maar je legt geen premie meer in. De lijfrente blijft wel rendement opleveren tot je met pensioen gaat.
  2. Je gaat door met premie inleggen als je dat wilt en kunt. De belastingvoordelen die je als zelfstandige had, vallen weg.

Privé banksparen

Heb je geld gespaard bij een bank op een open of geblokkeerde spaarrekening? Dan betaal je mogelijk belasting in Box 1 of Box 3:

  • Bij een geblokkeerde spaarrekening staat je geld tijdens de looptijd vast op de bankrekening. Je kunt niet opnemen, wel storten. Als je het geld op de bankrekening inlegt, mag je het aftrekken van de belasting. Het bedrag dat vaststaat is vrijgesteld van belasting. Op het moment dat het bedrag vrijkomt, betaal je er belasting over in Box 1.
  • Heb je een open spaarrekening? Het bedrag staat dan op een open rekening waarvan je altijd geld kunt opnemen. Dan telt de Belastingdienst dit op bij je vermogen in Box 3. Je betaalt er belasting over.

Fiscale oudedagsreserve (FOR)

Maakte je tot 2023 gebruik van de fiscale oudedagsreserve (FOR)? De FOR is een nog onbelast bedrag op de balans van je bedrijf. Je kunt een lijfrente of ander verzekeringsproduct kopen en de FOR met de waarde daarvan laten dalen. Je moet hier wel het geld voor hebben. Staat er bij beëindiging van je bedrijf nog een FOR? Dan moet je over dat bedrag inkomstenbelasting betalen.

Belasting betalen bij uitkeren

Pensioenopbouw tot het bedrag van de jaarruimte is aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Bij de uitkering van het opgebouwde pensioen moet je over het uitbetaalde bedrag belasting betalen. Daarbij gelden de belastingtarieven die op dat moment voor jou van toepassing zijn.

Hoe je van een contract/overeenkomst afkomt

Een contract mag je niet zo maar verscheuren. Op deze vijf manieren kun je een overeenkomst wel stopzetten.

1 Ontbinden

Als een partij de afspraken niet nakomt, is dat een tekortkoming. Bijvoorbeeld als je een blauwe auto koopt, maar later blijkt dat die alleen in het groen leverbaar is. Die tekortkoming kan zwaar genoeg zijn om een contract te ontbinden, bij voorkeur schriftelijk.

Je moet leveringen en betalingen over en weer ongedaan maken. Daarvoor hoef je niet naar de rechter, tenzij de andere partij moeilijk doet.

2 Opzeggen

Je kunt een contract beëindigen door het op te zeggen. Een langlopende overeenkomst, zoals een huurcontract, kun je op die manier beëindigen. Je zit daar dus niet eeuwig aan vast.

Opzegvoorwaarden staan vaak in de overeenkomst of algemene voorwaarden. Het is verstandig het contract schriftelijk op te zeggen.

3 In goed overleg

Een overeenkomst kun je beëindigen in onderling overleg. Ondanks bepalingen in een contract of algemene voorwaarden, kun je zo samen met de andere partij een overeenkomst verscheuren.

Zet dat op schrift zodat je daar ook bewijs van hebt. Vergeet ook niet dat je dat document ondertekent, samen met de andere partij.

4 Vernietigen

Een overeenkomst kun je zelf of via de rechter laten vernietigen. Heb je een contract gesloten waarbij je bent bedrogen of heb je moeten tekenen onder bedreiging? Dan kun je de overeenkomst nietig verklaren door de andere partij een verklaring te sturen.

Kom je daar onderling niet uit, dan kun je de rechter vragen het contract te vernietigen. Dit geldt ook als je zo bent misleid, dat je met de juiste kennis en informatie nooit de overeenkomst zou hebben gesloten.

5 Einde contractperiode

Soms spreek je af dat een contract een bepaalde periode duurt. Na afloop van die periode eindigt de overeenkomst meestal vanzelf.

Wees op je hoede, want bij arbeids- en huurovereenkomsten moet je dat vaak wel schriftelijk bevestigen. Doe je dat niet, dan bestaat de kans dat de overeenkomst doorloopt. 

Gedeeltelijk ontbinden

Volledige beëindiging van een overeenkomst is niet altijd de gewenste oplossing. Zo is het ook mogelijk een overeenkomst gedeeltelijk te ontbinden.  Ook kun je afspraken tijdelijk bevriezen of de prijs in een overeenkomst aanpassen.

In een contract, of in apart bijgeleverde algemene voorwaarden, kun je aangeven wanneer de overeenkomst wordt opgeschort of ontbonden. Ook kun je benoemen wanneer dat juist niet kan. Een voorbeeld daarvan is overmacht.